Sinds 2019 maakt Libanon een van de ernstigste economische crisissen uit de recente geschiedenis door. De ineenstorting is zo groot dat tussen de helft en driekwart van de bevolking nu onder de armoedegrens leeft, waarbij zelfs de middenklasse te kampen heeft met grote armoede. Deze situatie is het gevolg van een combinatie van factoren: structurele corruptie, politieke verlamming, een enorme financiële crisis, opeenvolgende militaire conflicten en het permanent dreigende gevaar van oorlog in de regio. Bovendien biedt het land, in verhouding tot zijn kleine bevolking, onderdak aan een onevenredig groot aantal Syrische vluchtelingen.
Al deze problemen drukken zwaar op het leven van de gewone mensen in het land, een land dat nog niet zo lang geleden bekend stond als het ‘Zwitserland van het Oosten’. Het is een crisis met niet alleen economische, maar ook ernstige psychologische gevolgen, waarbij wanhoop en apathie zich wijd verspreiden en het zelfmoordcijfer de afgelopen jaren met zo’n 21,7% is gestegen.
De meeste jongeren in het land zien weinig toekomst voor zichzelf en velen dromen ervan om in het buitenland een nieuw leven te beginnen. Velen zijn in feite al vertrokken of zijn van plan dat op korte termijn te doen. Het land wordt dus nog verder verzwakt, aangezien het juist deze overwegend beter opgeleide mensen zo hard nodig heeft om een betere toekomst op te bouwen. Bovendien zijn het vooral christenen die vertrekken, waardoor de christelijke gemeenschappen langzaam uitdoven. Ook in het zuiden van Libanon, waar nu een oorlog woedt. En dit in het enige land in het Midden-Oosten dat jarenlang gezegend was met een christelijke meerderheid.






