Palestijnse christenen, migranten en Hebreeuwssprekende katholieken
Zich concentrerend op de Latijnse Kerk, een nog kleinere realiteit binnen dit mozaïek, beschreef de abt drie hoofdgroepen.
De eerste bestaat uit Arabisch sprekende Palestijnse katholieken, die al eeuwenlang in de regio aanwezig zijn. Tot deze groep behoren degenen die in Israël wonen met volledig staatsburgerschap, inwoners van Jeruzalem zonder politieke rechten, christenen op de Westelijke Jordaanoever die te maken krijgen met bewegingsbeperkingen, en de kleine gemeenschap in Gaza, die hij als bijzonder kwetsbaar omschreef, die onder een ‘dubbele bezetting’ leven: de externe druk van oorlog en blokkade, en de interne onderdrukking van het Hamas-regime.
De tweede groep is die van Hebreeuwssprekende katholieken, een kleine maar groeiende gemeenschap, vaak gevormd door gemengde gezinnen en geïntegreerd in de Israëlische samenleving. “Het is een nieuw fenomeen”, zei hij, en hij riep de vraag op wat het betekent om zowel Israëlisch als katholiek te zijn.
De derde groep, veruit de grootste, bestaat uit migranten en asielzoekers, volgens zijn schattingen ruim 100.000 katholieken. Velen komen uit de Filipijnen, India of Sri Lanka, maar ook uit Afrika, Oost-Europa en Latijns-Amerika, en werken voornamelijk in de zorg, de bouw en de landbouw. “Zij zijn in veel opzichten het meest kwetsbaar”, zei hij, terwijl hij situaties beschreef die hij “een vorm van moderne slavernij” noemde.