Interview met zuster Medhin uit Ethiopië: “Ik krijg veel meer dan ik geef!”

FacebookTwitter

21/03/2019 Leuven – Ethiopië is een staat in Oost-Afrika met veel verschillende volkeren. Het christendom is hier al bijna 2000 jaar lang aanwezig. Met ongeveer 43 procent vormen orthodoxe christenen de meerderheid van de bevolking, maar met ondertussen 34 procent is de islam wel aan een sterke opmars bezig. De katholieke Kerk is pas sinds de 19de eeuw op het grondgebied van de huidige staat Ethiopië vertegenwoordigd. Amper een minderheid van minder dan één procent van de bevolking is katholiek. Desondanks zijn de katholieken hier bijzonder actief op het gebied van onderwijs en armenzorg, waardoor ze veel respect genieten in de samenleving.

Zuster Medhin Tesfay (44) is al 26 jaar lid van de orde van de Barmhartige Zusters (vincentianessen) en werkt in het bisdom Adigrat in het noorden van Ethiopië. In een interview met Eva-Maria Kolmann van de pauselijke stichting Kerk in Nood sprak ze over haar werk en haar roeping.

Zusters Medhin, u bent lid van de orde van de Barmhartige Zusters. Kunt u ons wat meer vertellen over het werk dat u doet?
We zorgen bijvoorbeeld voor kinderen en jongeren die op straat leven. Sommigen van hen zijn weeskinderen, anderen zijn wegens familiale conflicten van huis weggelopen. Vaak is de vader een alcoholicus die zijn kinderen en zijn vrouw slaat. In andere gevallen is er sprake van psychische aandoeningen in het gezin. Wij zorgen bijvoorbeeld voor een meisje van wie de moeder psychisch gestoord is en alle afval dat ze op straat vindt, meeneemt naar huis. Ze gooit alle vuilnis op het bed en verspreidt het over de kleine ruimte waarin het gezin woont. Het kind heeft thuis geen plaatsje voor zichzelf. Wij, de zusters, bezoeken de familieleden van de kinderen, tonen hun onze waardering, schenken hun onze liefde en bieden hun onze hulp aan. We luisteren naar hen en geven hen advies. In sommige gevallen kunnen de problemen worden opgelost zodat de kinderen terug naar hun gezin kunnen. We begeleiden dan zowel de kinderen als hun gezinsleden. Wanneer dat onmogelijk is, blijven de kinderen bij ons. Wij zorgen ervoor dat ze naar school kunnen gaan en dat ze alles krijgen wat ze nodig hebben.
We zorgen echter ook voor zieken, bijvoorbeeld mensen die AIDS hebben, en leiden tevens een oogkliniek. We bieden de patiënten medische zorg, maar het is even belangrijk om naar hen te luisteren en hun alle mogelijke vormen van hulp en bijstand te verlenen, ook spiritueel en geestelijk.

Wat is voor u de spirituele basis van uw dienst?
De stichter van onze orde, de heilige Vincentius a Paolo, zei: “Wanneer u tienmaal daags een arme bezoekt, hebt u tienmaal daags Christus ontmoet.” Dat is ook hoe ik het persoonlijk ervaar en wat ik krijg, is veel meer dan wat ik geef!
Men moet daarbij altijd verder kijken dan het uiterlijke. Iemand kan heel vuil en in lompen gekleed zijn, maar in hem moeten wij Christus herkennen. Maar men mag ook niemand afwijzen alleen omdat hij goed gekleed en welvarend is en men ervan uitgaat dat hij geen hulp nodig heeft. Ook rijke mensen kunnen in diepe spirituele nood verkeren. Wat als mooi of als lelijk geldt, mag voor ons geen criterium zijn. Altijd moeten wij Christus zien.

Hoe gaat u echter om met de grote armoede waarmee u in aanraking komt?
De armoede waarmee ik in aanraking kom, is voor mij een uitdaging om nooit na te laten goed te doen. Het woord “luiheid” komt in mijn woordenschat niet voor. Ik moet mijn best doen en daartoe alle kwaliteiten en mogelijkheden gebruiken die God mij geschonken heeft.
De armen kunnen ook nooit uitrusten. De meesten hier zijn dagloners. Indien ze vandaag niets doen, dan hebben ze morgen niets te eten. Met alles wat ik zie, wil ik geen tijd verspillen, maar de roeping volgen die God tot mij gericht heeft, namelijk die mensen liefhebben met dezelfde liefde als die waarmee God hen liefheeft.

Hoe hebt u zelf uw roeping gevonden?
De eerste school van mijn geloof was mijn familie. Mijn ouders, die zeer diep in het geloof verankerd waren, hebben ons nader tot God gebracht. Ze hebben ons opgevoed in de liefde tot God, die mens is geworden en die ons liefheeft.
In ons dorp waren er ook kloosterzusters die in een kliniek werkten. Als schoolmeisje zag ik hoe ze hun dienst verrichten en ik voelde de innige wens om precies hetzelfde te doen als wat zij deden. Ik heb gebeden: “Goede God, op een dag zou ik net als hen willen zijn!” Hun voorbeeld heeft mij tot het kloosterleven gebracht en toen ik mijn middelbare studies had voltooid, ben ik bij de orde van de Barmhartige Zusters ingetreden. Dat is ondertussen 26 jaar geleden. Uit liefde voor God wilde ik het leven van behoeftige mensen veranderen. Het was niet zo dat ik geen enkele andere mogelijkheid had en alle andere deuren voor mij gesloten waren. Onder de talrijke mogelijkheden die zich aan mij boden, heb ik bewust voor deze weg gekozen en mijn keuze maakt mij gelukkig. Indien ik opnieuw een beslissing zou moeten nemen, zou ik precies dezelfde keuze maken.

Is de relatie van de mensen tot het geloof ook in Ethiopië veranderd sinds uw kindertijd?
Ja, ik denk het wel. Er hebben zich overal vele veranderingen voorgedaan. In vele families delen niet allen dezelfde waarden en vaak behoren de leden van eenzelfde familie tot verschillende godsdiensten. Vele gezinnen vallen ook uiteen. Over het algemeen gaat het geloof achteruit. De mensen denken dat ze God niet nodig hebben en dat ze niet van hun familie afhankelijk zijn. Tegenwoordig spelen de mondialisering, de media en het individualisme een steeds grotere rol. Vooral de sacramenten hebben voor velen niet meer dezelfde betekenis als vroeger. Het geloof neemt tegenwoordig af. Natuurlijk zijn er nog altijd diepgelovige mensen, maar over het algemeen verandert de situatie sterk.

Wat zou de Kerk volgens u moeten doen om mensen opnieuw sterker naar het geloof te brengen?
De Kerk moet vooral haar kerntaak vervullen, namelijk het geloof verkondigen. Het leven heeft niet echt veel zin wanneer het geen spirituele voeding krijgt. Zonder Christus is er geen innerlijke vrede en verloopt alles machinaal. Wij moeten er opnieuw toe komen dat Christus in het middelpunt staat. En bij alle menslievende hulp die wij ook binnen de Kerk bieden, moet de spirituele component altijd op de eerste plaats komen.

Voor de pauselijke stichting Kerk in Nood is Ethiopië een van de prioritaire landen. Vorig jaar werd aan de katholieke Kerk in het land meer dan 1,36 miljoen euro hulp geschonken. De hulp gaat vooral naar de bouw van kerken en kapellen, de opleiding van priesters en kloosterlingen, de motorisering van de pastorale hulp in de parochies die over zeer uitgestrekte gebieden verspreid liggen en het werk van de kloosterzusters.

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *