Syrië: “Samen kunnen we een glimlach op de kindergezichten toveren.”

Al eeuwenlang vieren christenen de grootste van alle gaven aan de mensheid, de komst van God in de wereld, met gaven en geschenken, vooral voor de allerkleinsten. Bovendien volgen zij daarmee de traditie van Bethlehem, toen herders en wijzen het Kind kwamen aanbidden en Hem de kostbaarste schatten gaven die zij konden geven. God zelf is een Kind geworden, en daarom zijn ook de allerkleinste kinderen een deel van Kerstmis. En toch zijn het in landen als Syrië, na negen jaar oorlog, de kinderen die de grote verliezers zijn, slachtoffers van trauma’s, ziekte en ondervoeding.

Dat is het geval van de kleine Sandra die op haar twee-en-een-half jaar nog steeds niet meer dan 6,5 kg weegt. Haar vader was apotheker in Aleppo en stierf twee jaar geleden aan een hersentumor. Haar oudere broer Mjad is vier jaar oud en autistisch. Hun moeder Laura kan nauwelijks genoeg verdienen om hen te voeden. Los van de pandemie verstikken de economische sancties de bevolking. Elektriciteit en verwarmingsbrandstof zijn schaars, een kritiek punt met het oog op de naderende komst van de strenge winter, die in veel Syrische steden sneeuw en vrieskou met zich meebrengt.

Sinds het begin van de oorlog in Syrië helpt Kerk in Nood gezinnen zoals dat van Laura met dergelijke basisbenodigdheden door middel van verschillende projecten. Dit jaar wil de liefdadigheidsorganisatie met Kerstmis ook een klein seizoensproduct meenemen voor Sandra, haar broer Mjad en duizenden andere arme Syrische kinderen, niet alleen in Aleppo, maar ook in Damascus, Homs, Kameshli, Hassakeh, Swidaa en Horan. En zo sponsort Kerk in Nood een initiatief, met de steun van zuster Annie Demerjian en haar Congregatie van Jezus en Maria, waarbij nu 25.000 warme anoraks worden genaaid in de werkplaatsen van de plaatselijke kleermakers in Aleppo.

“We willen hun anoraks geven voor de koude winter die voor de deur staat, niet alleen om onze kinderen warm te houden, maar ook om de economie van het land een impuls te geven door onze kleine plaatselijke fabrieken te helpen bij de productie van deze kledingstukken”, legt zuster Annie uit.

Imad werkt in zijn kantoortje en drukt de patronen voor de anoraks. Hij legt uit hoe dankbaar hij is “voor deze nieuwe baan”, want “als God het wil, hebben we zo een beetje economische zekerheid voor de komende maanden”. Een paar kilometer verderop bedient Rami een machine die de patronen uitsnijdt in een van de vele kleine werkplaatsen in Aleppo die met dit werk zijn belast. In de werkplaats worden rollen stof en opvulmateriaal voor de isolatie tegen de kou opgestapeld. “We zijn erg dankbaar voor dit werk. De opdracht kwam op een zeer kritisch moment toen we wanhopig op zoek waren naar werk. U weet hoe slecht de huidige economische situatie in het land is. Het is dus een grote vreugde voor ons om ons de komende maanden te kunnen onderhouden, dankzij dit project van Kerk in Nood. Moge God u belonen!” zegt de Syrische vakman. Dit zijn slechts enkele van de ongeveer 30 werkplaatsen waar zo’n 180 Syriërs, zowel christenen als moslims, van dit werk gebruikmaken om hun gezinnen de komende maanden te helpen ondersteunen.

Zuster Annie is ook blij omdat ze enkele maanden geleden, vóór het onvermijdelijke tekort aan materiaal in de winter, gebruik heeft kunnen maken van een uitstekende gelegenheid om het materiaal te reserveren en ook om veel verschillende kleuren te kiezen. Ze voegt eraan toe: “Samen kunnen we een glimlach op de gezichten van de kinderen toveren.”

Door Maria Lozano

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid