Zuster Vera uit Kazachstan vertelt over haar werk met arme kinderen: “Het is als een roeping in mijn roeping.”

FacebookTwitter

28/03/2019 Leuven – De pauselijke stichting Kerk in Nood heeft in de context van haar internationale Paascampagne ter ondersteuning van het werk van kloosterzusters getuigenissen verzameld van zusters uit verschillende landen. Hier wordt het verhaal verteld van een kloosterzuster uit Kazachstan.

Zuster Vera Zinkowska werd 43 jaar geleden geboren in Shortandy (Kazachstan). Ze is lid van de congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria.

De vader van zuster Vera was een fervent belijdende katholiek. In de Sovjetperiode weigerde hij met de KGB samen te werken. Om die reden werd hij op een dag samen met nog twee andere mannen – een lutheraan en een baptist – door de KGB ontboden. Ze werden ermee bedreigd dat er wel eens iets zou kunnen gebeuren met hun kinderen. Korte tijd later werd de dochter van de lutheraan in de buurt van Moskou, waar ze aan de universiteit studeerde, dood teruggevonden. Ook met het kind van de andere man gebeurde iets ergs. De ouders van Vera hadden destijds net hun eerste kind verwelkomd. Het was een meisje. In het ziekenhuis werd het beentje van de baby gebroken. Toen het kindje voor een longontsteking moest worden behandeld, werd bloed van een verkeerde bloedgroep toegediend en het stierf. De ouders wilden nog meer kinderen en ze kregen een tweeling: Vera en haar broer, die 15 minuten na haar werd geboren. De vader had schrik om de kinderen over God te vertellen, omdat hij vreesde dat hen wel eens hetzelfde lot als de eerste baby zou kunnen beschoren zijn. Niettemin leerden beide kinderen het geloof kennen en vonden ze beiden een roeping: Vera werd kloosterzuster en haar broer werd tot priester gewijd!

Ze vertelt: “In 1990, na de perestrojka, kwam voor het eerst een priester naar onze stad. Hij nodigde ons uit om de Heilige Mis bij te wonen die hij in het Pools opdroeg en wij hielpen hem met de Russische vertaling. Langzaam leerden we God beter kennen. Toen ik 15 jaar oud was, ontving ik voor het eerst de Heilige Communie. Dat gebeurde op Kerstmis, nu 28 jaar geleden.”

Toen de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria voor het eerst gedurende twee weken de thuisstad van Vera bezochten, was ze onder de indruk: “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik kloosterzusters ontmoette en ik was helemaal in de ban van hen. In de Sovjetperiode zeiden de leerkrachten ons dat gelovigen heel achterlijk, enggeestig en ongeletterd waren, regelrechte analfabeten. Ze zeiden dat gelovigen het ergste soort mensen was dat op de wereldbol rondliep. Bij de zusters bemerkte ik echter vreugde. Ik was onder de indruk van het feit dat ze zich niet mooi maakten, dat ze geen man of kinderen hadden en dat ze er ondanks alles gelukkig en blij uitzagen. Vanuit puur menselijk perspectief bekeken, zou men kunnen zeggen dat het wel ongelukkige mensen moeten zijn die zich niet mooi maken en geen gezin hebben. Dat was het moment waarop ik er voor het eerst over nadacht om ook kloosterzuster te worden en net als hen te leven.” Vera voltooide haar opleiding op school, ging naar Polen om de taal te leren en trad tot de orde toe.

 

“Ik vond het heel fijn dat het charisma van de congregatie ook de zorg voor arme kinderen omvatte. Dat trok mij aan. En toen wist ik: als ik in dit klooster intreedt, komen de zusters naar Kazachstan om er te werken. Daar was ik blij om en dat gebeurde ook. Mijn broer heeft me heel erg ondersteund. Destijds bevond hij zich al in Polen en studeerde hij aan het priesterseminarie. Onze ouders waren ook gelukkig, maar aanvankelijk had onze vader angst dat de KGB opnieuw voor problemen zou kunnen zorgen. Diep in hun ziel waren onze ouders echter bijzonder verheugd. Toen ik in het begin een crisis doormaakte en niet wist of ik in de orde zou blijven of beter opnieuw zou vertrekken, heeft mij moeder mij heel erg gesteund en overtuigd om te blijven. Ik ben mijn ouders en mijn broer heel dankbaar. Ook vrienden van mij die niet gelovig waren, respecteerden en aanvaardden mijn beslissing, hoewel ze niet konden begrijpen dat ik die stap zette. Niettemin bleven ze mij steunen. Ik kan dus gerust zeggen dat niemand ertegen was.”

Het was de grootste wens van Vera om met kinderen te werken. “Toen ik nog niet naar de kerk ging en pas 12 jaar oud was, dacht ik dat ik niet in het huwelijk zou treden, maar dat ik mijn leven aan verlaten kinderen zou wijden. Toen ik later Jezus leerde kennen, mijn roeping vond en de mogelijkheid zich bood om naar Kapchagay te gaan om met dergelijke kinderen te werken, ontdekte ik dit om zo te zeggen als “een roeping in mijn roeping”.

Eerst zag het er echter niet naar uit dat de zusters een tweede huis zouden openen in Kazachstan en al evenmin dat Vera daarheen zou worden uitgestuurd. Het zou een echte verrassing zijn indien de oversten zouden beslissen om een tweede huis op te richten. Toen het dan tot ieders verbazing toch zover kwam, was het de bedoeling om in eerste instantie twee andere zusters naar Kapchagay te sturen. Voor zuster Vera was dat een bittere ontgoocheling, maar ze vertelt: “In mijn binnenste bad ik het volgende gebed: “Heer, het belangrijkste is dat die kinderen goed worden begeleid en dat de zusters zich over hen bekommeren. Ik aanvaard deemoedig dat ik er niet naartoe zal gaan en dat ik hen niet zal begeleiden. Het zullen nu eenmaal andere zusters zijn die er naartoe gaan.“

Dan bleek echter dat er problemen waren met de visa voor Kazachstan en dus werd zuster Vera verzocht om voor een maand naar Kapchagay te reizen. Dan werden de plannen gewijzigd en ondertussen zijn er al tien jaar verstreken. “Voor mij was het een bijzonder teken dat God mij liefhad en dat hij mijn offer aanvaard had. Ik ben heel gelukkig dat ik hier met de kinderen kan werken.”

Kerk in Nood heeft de zusters van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria in Kapchagay herhaalde malen ondersteund bij de verbouwing en uitbreiding, de renovatie en de uitrusting van hun huis en hun kapel en helpt hen ook verder wanneer ze visa aanvragen of retraites organiseren.

Door Eva-Maria Kolmann

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *