“Zonder de Kerk waren wij nu al dood”

Aartsbisschoppen uit Syrië en Nigeria over de situatie van de christenen in hun respectieve landen

Op de dramatische situatie waarin de christenen in Nigeria en Syrië verkeren, werd door aartsbisschoppen uit die twee landen dieper ingegaan naar aanleiding van een persconferentie van de wereldwijde katholieke hulporganisatie Kerk in Nood die afgelopen weekend in Keulen werd georganiseerd. Aartsbisschop Matthew Man-Oso Ndagoso uit de Noord-Nigeriaanse stad Kaduna en de maronitische aartsbisschop van Aleppo in Syrië, Joseph Tobji, waarschuwden gezien de aanhoudende dreiging, het voortdurende geweld en de talloze gevluchte inwoners zelfs voor de totale uitroeiing van het christendom in hun respectieve thuisregio’s.

Maroniet-aartsbisschop
Joseph Tobji van Aleppo,

Ook al is het einde van de Islamitische Staat (IS) in Syrië imminent, toch bestaan er nog vele andere en vergelijkbare groeperingen die wel actief zijn, verklaarde aartsbisschop Tobji. Hij benadrukte weliswaar dat het leven in Syrië en meer bepaald in Aleppo langzaam weer hernam en de mensen opnieuw meer moed en levenslust hadden, maar wees er tegelijk op dat de gevolgen van de oorlog nog altijd voelbaar waren.

“Het hele Syrische volk heeft verloren“, aldus de aartsbisschop. “Overal heersen armoede en  werkloosheid, een onvoorstelbare vernietiging van de huizen, van het maatschappelijke weefsel en het morele samenleven, moedeloosheid en wantrouwen wat de toekomst betreft.“ Hier vooral is de ondersteuning van de Kerk van immens belang, zo zei hij. Hij had een bijzonder woord van dank voor de inzet en vrijgevigheid van Kerk in Nood. “Vele mensen in Syrië geven openlijk toe dat ze zonder de Kerk nu al dood waren geweest”, vertrouwde aartsbisschop Tobji de toehoorders toe.

Hij had ook kritiek voor de rol van de internationale gemeenschap: “Het is voor iedereen volkomen duidelijk dat de redenen voor een dergelijke oorlogscatastrofe, die wij in het land nu al zeven jaar moeten doorstaan, niets met de eis van democratie of vrijheid te maken hebben. Het gaat hier veeleer om een vuil spelletje dat door de wereldeconomie wordt gespeeld.“ Factoren die daartoe hebben bijgedragen, zijn volgens de aartsbisschop vooral de wapenhandel, natuurlijke hulpbronnen als aardolie en aardgas, de gunstige economisch-geografische ligging van het land en tegenstellingen in de politieke wereld. Voor de wereldmachten is Syrië net een taart waarvan iedereen het grootste stuk wil meepikken, benadrukte hij.

Dramatische gevolgen door emigratie

Vooral jonge en hoogopgeleide mensen zijn Syrië wegens de oorlog en het gebrek aan toekomstperspectieven in het land ontvlucht. De gevolgen van de emigratie zijn volgens hem dramatisch: het aantal christenen in Syrië is tot een derde van vroeger teruggevallen. Weliswaar keren de binnenlands ontheemden met mondjesmaat naar hun geboortestreek terug, maar degenen die naar het buitenland zijn vertrokken, zijn daar ook gebleven.

Aartsbisschop Matthew Man-Oso Ndagoso van Kaduna

Ook in het noorden van Nigeria zijn duizenden mensen voor oorlog, dreiging en onderdrukking op de vlucht geslagen. De christenen daar zijn niet alleen blootgesteld aan de aanvallen van de islamitische terreurgroep Boko Haram, maar krijgen ook te maken met een systematische discriminatie en benadeling door de overheid, aldus aartsbisschop Matthew Mano-Oso Ndagoso van Kaduna.

Nigeria is het enige land ter wereld waar het aandeel christenen en moslims in de bevolking min of meer gelijk is, waarbij er in het zuiden meer christenen wonen en in het noorden voornamelijk moslims. Vooral zijn bisschoppelijke stad Kaduna is een vooraanstaand centrum van de islam in Nigeria, aldus de aartsbisschop.

Nigeria: christelijk godsdienstonderwijs gedeeltelijk verboden

In enkele federale staten in het noorden van Nigeria werd ook de islamitische shariawetgeving ingevoerd. Daarnaast is het christelijke godsdienstonderricht in enkele Noord-Nigeriaanse staten niet toegestaan, maar islamitisch godsdienstonderricht wel. Islamitische godsdienstleerkrachten worden door de staat aangesteld en met overheidsmiddelen betaald. Ook worden moskeeën met overheidsgeld gebouwd, terwijl aan de christenen bouwterreinen worden geweigerd waarop ze kerken zouden kunnen bouwen.

Daarom eiste Ndagoso in het bijzonder voor de christelijke minderheid in het noorden “een rechtvaardige behandeling, gesteund op gerechtigheid en de eerlijke omgang met elkaar ongeacht de geloofsovertuiging, de stam waartoe iemand behoort, de politieke overtuiging en de sociale status. De christenen van Nigeria willen dat hun fundamentele mensenrechten en hun vrijheid overal in het land worden gewaarborgd en geëerbiedigd.“

De aartsbisschop had uitdrukkelijk woorden van lof voor de ondersteuning door en de blijken van solidariteit vanwege de wereldwijde  katholieke hulporganisatie Kerk in Nood, “die er in tijden van nood altijd is geweest voor ons volk.“ Zelfs een aantal bisschoppen hadden het wegens de onveiligheid en de onzekere toestand niet gewaagd om naar Noord-Nigeria te reizen. Hij benadrukte dat “Kerk in Nood” een “spreekbuis” is, die de vrees, de angsten, de zorgen en de noden van de vervolgde christelijke minderheid internationaal met luide stem aan het grote publiek kenbaar maakt.

Daarom is het dringend noodzakelijk om zich solidair te tonen met de vervolgde christenen overal te wereld, benadrukte ook de mensenrechtenexpert van de hulporganisatie Kerk in Nood, Berthold Pelster, in zijn uiteenzettingen op het evenement dat door Kerk in Nood Duitsland werd georganiseerd. “Een opkomst van onverdraagzame religieuze ideologieën stellen wij al sinds zowat dertig, veertig jaar vooral in delen van de islamitische wereld vast. Door de omwentelingen die zich sinds 2011 in de Arabische ruimte hebben voorgedaan, kwam het tot extreme uitwassen. Het radicaal-islamitische gedachtegoed breidt zich inmiddels ook in steeds grotere mate over het Afrikaanse continent uit“, zei hij.

Daarom is het van essentieel belang dat het grote publiek op wereldschaal steeds opnieuw op de schendingen van het fundamenteel recht op godsdienstvrijheid wordt gewezen. De vervolgde en onderdrukte christenen putten vooral kracht uit hun geloof, doordat ze weten dat ze in hun nood door de Wereldkerk niet in de steek worden gelaten.

Kerk in Nood documenteert de vervolging van de christenen wereldwijd en volgt de ontwikkeling van de godsdienstvrijheid in 196 landen op de voet. De resultaten worden door de pauselijke hulporganisatie als enige niet-gouvernementele organisatie regelmatig, om de twee jaar, gepubliceerd (religious-freedom-report.org). Het volgende wereldwijde rapport over de godsdienstvrijheid zal in het najaar van dit jaar worden voorgesteld.

Door Tobias Lehner

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid