“Wij zijn een Kerk van martelaren, een lijdende Kerk.”

In een gesprek met de pauselijke stichting Kerk in Nood (Aid to the Church in Need – ACN) herinnert de Chaldeeuwse aartsbisschop van Erbil, Mgr. Bashar Warda, eraan dat de Iraakse Kerk “een Kerk van vrede en verzoening is”.

Waartoe zouden de spanningen die zich tegenwoordig voordoen gezien het totale gebrek aan stabiliteit in de regio kunnen leiden? Vreest u voor een nieuwe exodus van christenen uit Irak?
Sinds het ontstaan van de Islamitische Staat zijn de christenen hier voornamelijk begaan met drie essentiële bekommernissen: veiligheid, werkgelegenheid en burgerrechten. Sinds mei 2017, toen ze naar huis zijn kunnen terugkeren, is er nog altijd niet voor werk gezorgd. In de meeste dorpen ligt het werkloosheidscijfer boven de 70 procent. Er worden geen privé-investeringen gedaan want wegens de voortzetting van het conflict en de immense corruptie boezemt de regio niet het minste vertrouwen in. Ook de arbeidsplaatsen die door de overheid worden aangeboden, bieden geen garantie dat de werknemers effectief zullen worden betaald. Indien u bijvoorbeeld een baan als ambtenaar hebt in het onderwijs, dan krijgt u slechts loon uitbetaald als u een ervaren leerkracht bent. De jonge leerkrachten, die pas afgestudeerd zijn, werken gratis en krijgen soms slechts 850 dollar voor een jaar of langer werken. Hier was het de gewoonte dat de mensen jong in het huwelijk traden, maar nu huwen ze helemaal niet meer, want ze beschikken niet over de noodzakelijke financiële middelen. De ouders willen het recht hebben om hun gezin een waardig leven te schenken, met andere woorden om huisvesting te voorzien, eten op tafel te brengen, kleren te kopen en onderwijs voor hun kinderen te verzekeren. Hoe kan dat echter worden gerealiseerd wanneer er geen enkel programma bestaat dat hen helpt om in hun levensonderhoud te voorzien? In september laatstleden heeft kardinaal Parolin de ngo’s in zijn toespraak voor de Verenigde Naties opgeroepen om de hulpverlening op te drijven.

Mgr. Bashar Warda, Chaldeeuwse aartsbisschop van Erbil (Irak)

Het Iraakse volk heeft al tientallen jaren lang te lijden onder oorlogen bij volmacht (of proxy wars). Wanneer we bedenken hoezeer ook de christelijke gemeenschap hieronder heeft geleden, wat kunt u in deze moeilijke tijden dan zeggen tot de gelovigen die na de invasie door de Islamitische Staat de moed hebben opgebracht om toch in Irak te blijven?

Dat het om het thuisland van hun voorouders gaat, en dat al duizenden jaren lang. Dat wij niet alleen een volk van hoop zijn, maar ook een volk met een missie. Onze tragische geschiedenis is die van een Kerk van martelaren. Wij zijn een lijdende Kerk en wij bewijzen eer aan de martelaren en aan de offers die ze hebben gebracht. Jezus heeft nooit gevraagd of gewild dat we deze moeilijke momenten alleen zouden doorlopen. Het christendom gelooft terecht dat Christus heel veel kan realiseren door ons. De Heilige Geest is altijd aanwezig om ons te leiden.
Wij blijven weliswaar een Kerk van vrede en verzoening, maar de vervolging vormt ons ook om tot een Kerk met een apostolische missie. Wanneer een volk niets meer te verliezen heeft, dan werkt dit in zekere zin bijzonder bevrijdend, want die situatie is tegelijk ook een bron van duidelijkheid en van hernieuwde moed. In alles wat er gebeurt, is er altijd een zegen. God komt als overwinnaar tevoorschijn wanneer er goed voortkomt uit het kwaad.

Welke is de rol van de Oosterse Kerk?
De Oosterse Kerk heeft overduidelijk een missionaire rol: dagelijks getuigenis afleggen van de leerstellingen van Christus, tonen dat Christus waarheid is en aan onze islamitische buren een levend voorbeeld geven van een weg die naar een wereld van vergeving, nederigheid, liefde en vrede leidt. Wij koesteren de hoop dat we in het land zullen kunnen blijven dat van oudsher ons vaderland is.
God en de familie vormen de prioriteiten in ons dagelijks leven hier. Wij blijven trouw aan Zijn liefde, omringd door gevaren die afkomstig zijn van externe vijanden, maar ook door uitdagingen van de moderne tijd die een bedreiging vormen voor ons traditionele geloof en dit dreigen te verzwakken.

De christenen van het Midden-Oosten worden vaak geassocieerd met het Westen en met de Verenigde Staten. Hebt u schrik voor vergeldingsacties tegen de plaatselijke christelijke gemeenschap na de Amerikaanse aanval?
De mensen zoeken altijd een excuus wanneer ze iets slechts doen. Aangezien wij een minderheid zonder rechten zijn, is het gemakkelijk om ons de schuld te geven. Sinds het kwaad van de Islamitische Staat in 2014 over ons is neergedaald, is er geen enkele dollar, euro of pond van eender welke regering van de internationale gemeenschap rechtstreeks naar de christenen van Irak gegaan, met als enige uitzondering Hongarije en zeer recent USAID (het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling). Daarentegen werden miljarden dollars, euro’s en ponden van regeringen van de internationale gemeenschap in Irak uitgegeven vóór de opkomst en na de val van de Islamitische Staat. Dit maakt ons gelukkig, want het land moet worden heropgebouwd.

Denkt u dat een reis van de Heilige Vader naar Irak nog altijd mogelijk is?
Dat zal ongetwijfeld gebeuren. Wanneer echter, dat laat ik over aan het gebed, aan de wil van de Heilige Geest en aan de wijsheid van de personen die verantwoordelijk zijn voor de concrete uitwerking van een dergelijke reis. Wij hebben vertrouwen in Jezus.

 

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid