Venezuela: De totalitaire agenda wordt verder uitgevoerd

Bisschoppen en experts gaan dieper in op de gevolgen en de bedoelingen van de muntdevaluatie

31/8/2018 Leuven – Enkele dagen na de inwerkingtreding van de economische maatregelen die door de regering van Nicolás Maduro op 17 augustus werden genomen, heersen in de Venezolaanse samenleving totale onzekerheid en onduidelijkheid. Dit gaat gepaard met een gevoel van machteloosheid, zowel bij de ondernemingen als bij de kleine handelaars.

Het is niet alleen onduidelijk welke gevolgen die maatregelen met zich zullen meebrengen, maar ook hoe ze in de praktijk zullen worden omgezet. De regering heeft verklaard dat ze gedurende 90 dagen de lasten van de privésector op zich zou nemen, maar ze zegt niet hoe ze dat concreet wil doen. Ze heeft daarnaast ook verzekerd dat de stijging van de belasting over de toegevoegde waarde van 12 procent naar 16 procent niet van toepassing zal zijn op geneesmiddelen noch op levensmiddelen. In het Venezolaanse staatsblad wordt daarentegen wel aangekondigd dat de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op alle producten van toepassing zal zijn en wordt er met geen woord gerept over uitzonderingen op die algemene regel.

Wat lijkt vast te staan, is dat de munthervorming tot een sterke toename van de inflatie zal leiden en bijgevolg ook tot nog meer armoede en nog meer honger onder de bevolking. De verplichte loonsverhoging die wordt opgelegd aan de bedrijven, die nu al de grootste moeite hebben om het hoofd boven water te houden, zal ervoor zorgen dat deze ofwel de deuren zullen sluiten of een aanzienlijk aantal werknemers zullen ontslaan.

Welke zijn de bedoelingen van de maatregelen die de regering heeft genomen? Wordt geprobeerd om de privésector volledig te ontmantelen zodat de bevolking helemaal op de steun van de overheid zal zijn aangewezen? Dergelijke ondersteuningsmaatregelen worden tegenwoordig onder verschillende benamingen doorgevoerd: “omschakelingsvouchers“, “soevereine bolivar“ of nog “nationaliteitsbewijs of nationaliteitskaart”. Een dergelijk getuigschrift zal volgens de aankondigingen vanaf december vereist zijn om brandstof te kunnen kopen. Indien iemand daar niet over beschikt, zal hij verplicht zijn om bij de aankoop van benzine internationale prijzen te betalen, met andere woorden in dollar, terwijl de lonen in bolivar worden uitbetaald. Enkele dagen geleden zei een regeringsambtenaar: “De middenklasse zal zich hiernaar moeten schikken en een “nationaliteitsbewijs” moeten aanvragen“. Dit betekent overduidelijk dat de staat de controle over de Venezolaanse maatschappij overneemt.

De oppositie heeft opgeroepen om in het hele land protestmarsen te organiseren tegen wat ze nu al met de term “paquetazo“ aanduiden – een toespeling op de maatregelenpakketten die in het verleden door het IMF werden aanbevolen en daarna ook in de praktijk werden omgezet, wat in Venezuela tot sociale onlusten heeft geleid.

Carlos Larrazábal, de voorzitter van de Vereniging van Kamers van Koophandel en Nijverheid van Venezuela, verklaarde in een gesprek met de pauselijke stichting Kerk in Nood dat dergelijke aankondigingen geïmproviseerd zijn en naar buiten worden gebracht zonder dat er enig overleg werd gepleegd. Daarnaast worden ze volgens hem niet in de juiste vorm aan de bevolking meegedeeld. Bovendien, zo zei hij, lopen de productiebedrijven een enorm groot risico om failliet te gaan indien die maatregelen werkelijk in de praktijk zouden worden omgezet: “Wij worden geconfronteerd met de grootste economische crisis in de geschiedenis: hyperinflatie, dramatische productiedalingen, werkloosheid, ineenstorting van de aardoliesector, vernietiging van de productiesector … en dat alles wegens de omzetting van het socialistische model in de 21ste eeuw“.

Bisschop José Luis Azuaje

De aartsbisschop van Maracaibo en voorzitter van de Venezolaanse Bisschoppenconferentie, José Luis Azuaje, verklaarde tegenover Kerk in Nood dat degenen die het land regeren “zich van de instellingen en van de bevolking hebben afgezonderd “. Over de laatste aankondigingen zei hij: “Onderdrukking bestaat er niet alleen in een persoon of een groep van mensen te slaan. Onderdrukking uit zich ook door een gebrek aan voorzieningen, een gebrek aan levensmiddelen en aan stroom, het ontbreken van openbare dienstverlening die de waardigheid van de mens  eerbiedigt, het spelen met brandstofprijzen. Daarom stellen wij vast dat de laatste aankondiging een spiraal van geweld in het leven heeft geroepen. Het gaat hierbij om elementen die de rust van de burgers in het gedrang brengen. Het wordt hen onmogelijk gemaakt hun dagelijks werk uit te oefenen zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen. Dat leidt ertoe dat de mensen zich in hun waardigheid aangetast voelen. Misschien kunnen de machtigen wel in alle rust leven, want ze leven in een cocon die hen afsluit van de realiteit van elke dag. Maar degenen die elke dag in hun levensonderhoud moeten voorzien, die voor de toekomst van hun kinderen vechten, die zien wel degelijk hoe hun mogelijkheden worden beperkt.“

Tegenover Kerk in Nood zei de emeritus bisschop Diego Padrón van Cumaná, die tot voor kort voorzitter van de Bisschoppenconferentie was: “Naar mijn persoonlijke mening werden die maatregelen lichtzinnig genomen. Ze wekken de indruk dat ze een reactie zijn op een heersende toestand, zonder dat de globale situatie in aanmerking werd genomen. Ze hebben voor grote verwarring en onzekerheid onder de bevolking gezorgd, want de omschakeling is niet gemakkelijk te begrijpen. Ik ben er niet van overtuigd dat die maatregelen de situatie van de bevolking zullen verbeteren. Een simpele aanpassing van cijfers lost het sociale probleem niet op: levensmiddelen, lonen, geneesmiddelen, arbeidsplaatsen, veiligheid. In de afgelopen dagen is het gevoel van beklemming exponentieel toegenomen. De onzekerheid en de frustratie hebben een ongelofelijke impact op de mensen.“

Bisschop Ramón Ovidio Pérez Morales, emeritus bisschop van Los Teques en voorzitter van het Nationaal Plenair Concilie, beschreef de situatie als volgt: “De maatregelen hebben tot doel om de socialistische agenda in de praktijk om te zetten, om het communistische model koste wat het kost door te zetten, zelfs al moet het lijden van de mensen daarbij op de koop toe worden genomen. Ze maken komaf met elke activiteit die van ondernemerschap getuigt. Het is hun uiteindelijke bedoeling om de burgers willoos en volgzaam te maken door de controle in handen te houden over hun meest elementaire basisbehoeften. Dat de bevolking lijdt, speelt voor dit haast religieus of ideologisch fanatisme geen enkele rol. Daarbij komen nog de onbekwaamheid, de corruptie en de angst om de macht af te staan. Het gaat hier om een project met de bedoeling om de totalitaire controle te verwerven. Dit is bijzonder ernstig, want het gaat niet om improvisatie of om de keuze van een verkeerde richting. Het is een tang die zich steeds verder sluit. Dit alles leidt tot de omzetting van een marxistisch-communistische agenda. Toen in 2007 een grondwethervorming werd voorgesteld, werd in een document van het episcopaat nader toegelicht waarom het eigenlijk ging: het was geen toevalligheid, geen bijzaak, maar wel een initiatief om een mislukt project door te drukken dat inging tegen de grondwet en moreel totaal onaanvaardbaar was. Ze zijn helemaal niet geïnteresseerd in het lijden van de bevolking. Politieke controle is het enige wat ze willen. De exodus van miljoenen Venezolanen zou bij eender welke regering tot grote bezorgdheid leiden, maar deze regering vindt het niet erg. De massale vlucht past immers in de logica van hun project: hoe minder mensen er in het land zijn, des te minder oppositie. Dat is het onderscheid tussen slecht en kwaadaardig.“

In zijn Twitter-account drukte de aartsbisschop van Ciudad Bolívar, Ulises Gutiérrez, zich onomwonden uit: “Voor de waanzin die wij nu meemaken, is er maar één enkele oplossing: het model en de spelers moeten dringend worden vervangen. Venezuela kan niet meer.“

Pater Saúl Ron Braasch van de Commissie voor Gerechtigheid en Vrede van de Venezolaanse Bisschoppenconferentie (CEV), werkt samen met Caritas om de gevolgen van de zware humanitaire crisis te lenigen, om de solidariteit te bevorderen en om het steeds groter aantal gezinnen te helpen die over helemaal geen levens- en geneesmiddelen meer beschikken. Tegelijk gaat hij op zoek naar financiële middelen voor de slachtoffers van de overstromingen in zes Venezolaanse bondsstaten, want door de onophoudelijke regenval is de Orinoco buiten zijn oevers getreden. De regering aarzelt om de noodtoestand uit te roepen en weigert om eender welke internationale humanitaire hulpverlening in het land toe te laten. “De Kerk heeft de situatie van de mensen verbeterd, onder andere door Caritas voor wat problemen als ondervoeding betreft. In bijzonder kwetsbare regio’s als Zulia, Miranda, Caracas en Vargas werden de mensen begeleid en opgevolgd. De Kerk bekommert zich op een efficiënte manier om hen. Dat zijn de goede, positieve aspecten. De negatieve aspecten overwegen echter: ondervoeding is alomtegenwoordig, endemische ziekten breiden zich steeds verder uit. De Kerk kan de rol van de staat niet op zich nemen, die eigenlijk zou moeten optreden. De Kerk speelt slechts een ondergeschikte rol. Niettemin moet worden gezegd dat de Kerk ook niet wordt geholpen zoals het hoort!“

Door Macky Arenas & Maria Lozano

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid