Syrië: De 300 christenen van de vernielde Krak des Chevaliers, een pareltje van het wereldcultuurerfgoed

FacebookTwitterGoogle+

De Krak des Chevalier

11/04/2018 Leuven – Qalʿat al-Husn is een dorp in de Syrische Wadi al-Nasara of “vallei der christenen“. Het verwierf bekendheid door de indrukwekkende burcht waardoor het wordt beschermd. De plaats behoort tot het wereldcultuurerfgoed en is een van de historische parels van Syrië, die voor de oorlog bezoekers uit de hele wereld aantrok.

“Een grotendeels uit Libanon afkomstige groep salafisten en islamitische extremisten stak de grens naar Syrië over, die amper 30 kilometer verwijderd is. Ze namen de controle over de burcht en over het dorp over“, vertelt de pastoor van de plaatselijke parochie, George Maamary. “Onmiddellijk na hun aankomst, kwamen ze naar de kerk waar ik woonde. Ze braken binnen en ontvoerden mij. Ze ranselden mij af, waarna ik aan mijn rug moest worden geopereerd. Godzijdank werd ik niet lang vastgehouden, want ze ruilden mij tegen een jihadist die door de regering gevangen was gezet.“

De stad telde 25 000 inwoners die tot verschillende godsdiensten behoorden, de meesten waren sjiitische en soennitische moslims. Er woonden ook 300 christenen, in de omgeving van de Grieks-katholieke Maria-Hemelvaartkerk, de enige christelijke kerk in de stad.

Zodra de christelijke buren vernamen dat pater Maamary was ontvoerd, verlieten ze hun huizen. Ze hadden angst dat met hen hetzelfde kon gebeuren. “Het was een waarschuwing. Sindsdien is geen enkel christelijk gezin naar hier teruggekeerd“. Dit is inmiddels meer dan zes jaar geleden.

Het gaat om een historisch belangrijke plaats die wereldwijde bekendheid geniet en die voor de Syriërs bovendien van groot strategisch en emotioneel belang is. De burcht en grote delen van de stad werden door de rebellen en door de gevechten beschadigd. In 2014 werd de Krak des Chevaliers door het Syrische leger heroverd. De rebellen wilden van de burcht een tweede Palmyra maken. Het is de enige plaats in de vallei der christenen waar gevechten hebben plaatsgevonden. In de regio wonen ontelbare vluchtelingen want het is een van de eerder rustige streken van het land.

Pater George Maamary

Voordien vonden er plunderingen plaats. Ook de kerk en de huizen van de christenen vielen ten prooi aan plunderingen. “Het leven van de christelijke gemeenschap speelde zich rond de kerk af. We hadden een basketbalterrein en beschikten over een catecheselokaal en over andere vergaderruimten. U kunt met eigen ogen zien hoe alles er nu uitziet“, sprak pater Maamary tot de delegatie van de pauselijke stichting en internationale hulporganisatie Kerk in Nood. De kerk paalt aan een huis waarin zich het pension “Johannes Paulus II“ bevond. Daar logeerden toeristen die de burcht kwamen bezoeken. Er waren nog 17 andere lokalen waarin onder andere een restaurant, een café en diverse geschenk- en souvenirwinkeltjes waren ondergebracht.

Na de gevechten bleef het conflict aanhouden. De pro-sjiitische regeringstroepen die trouw zijn gebleven aan president Al Assad voerden vreselijke wraakcampagnes uit tegen de soennieten. De priester haastte zich terug naar de stad. Hij merkte de huizen van de christenen met een zwart kruis om te verhinderen dat ze door het leger in brand zouden worden gestoken.

Vóór de gewapende confrontaties konden de christenen en de moslims het goed met elkaar vinden, vertelt pater George. De oorlog heeft echter diepe wonden geslagen. Er zullen vele jaren voorbijgaan alvorens die wonden geheeld zullen zijn. “Nu is de veiligheid teruggekeerd, maar we hebben nog altijd geen stroom en geen water“. Dat is volgens hem de reden waarom de christenen nog niet zijn kunnen terugkeren, hoewel de stad vier jaar geleden al werd bevrijd. “De gezinnen voelen zich totaal machteloos. Ze werden verdreven naar de dorpen in de vallei der christenen, onder andere Marmarita en Kafra, die amper tien kilometer hier vandaan liggen. En toch kunnen ze niet naar huis terugkeren.“

In de onmiddellijke omgeving van de Maria-Hemelvaartkerk is de heropbouw van verscheidene huizen begonnen. Een van die huizen behoort toe aan de familie van Bassam Maamary, een neef van pater George, die ook priester is: “Ik ben met mijn eigen geld begonnen om het huis weer op te bouwen. De buren moeten zien dat de mogelijkheid bestaat om terug te keren, ze moeten zien dat er hoop is.“

Bij het leggen van de bekabeling wordt hij geholpen door een jonge man die Wagdi Yazzi heet en ook uit Al Husn afkomstig is. “Binnenkort kunnen we terugkeren. Eerst moet de regering er echter voor zorgen dat de water- en stroomvoorziening hersteld is.“ Het was hier een mooie en rustige plek om te wonen. We onderhielden contacten met mensen uit vele verschillende delen van de wereld. Wij waren zeer open.“

In een steegje duikt er nog een andere buurman op: Samir Bashur. Ook hij is aan zijn huis aan het werken. Hij komt af en toe hier naartoe om de schade geleidelijk te herstellen. Om ervoor te zorgen dat de mensen definitief terugkeren, zou de kerk moeten worden heropgebouwd, denkt hij. “Voor ons is die plaats van bijzonder groot belang. Daar vierden wij samen de belangrijkste feesten. Daar ontmoetten wij elkaar en daar baden wij samen met onze pastoor.“

Pater George verzekert dat hij het contact met de gezinnen niet heeft verloren. “Wij doen het onmogelijke om hen elke dag opnieuw met de alledaagse dingen te helpen zodat ze naar hun huizen zouden kunnen terugkeren.” Hij bedankt Kerk in Nood voor de ondersteuning, die het mogelijk heeft gemaakt om de vluchtelingen al die jaren bij te staan. Hij hoopt dat binnenkort met de heropbouw van de kerk zal kunnen worden begonnen.

“Wij bidden voor de vrede in ons land en wij bidden tevens voor alle mensen uit andere landen die ons helpen. U bent hier allen welkom. Wij zijn erop aangewezen dat de mensen en de toeristen terugkeren.” Tot slot bedankt pater Maamary ook paus Franciscus voor zijn steun. De paus heeft elk jaar hulp gestuurd voor de gezinnen en voor de priesters. “Hij is een zeer nederige man, die ook door zijn gebeden en zijn vredesboodschappen heel veel voor Syrië doet.“

Door Josué Villalón

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation