Sarajevo: Hoe meer mensen geven, hoe gelukkiger ze zijn

FacebookTwitterGoogle+

09/03/2018 Leuven – “Ze is sterker dan Tito”, zei een arts op de dienst traumachirurgie van het klinisch centrum aan de universiteit van Sajarevo. En de persoon over wie het ging antwoordde daarop prompt: “Natuurlijk. Staatspresident Tito is al lang dood en ik  ben – godzijdank – nog redelijk levend.“ Marija Bešker is opgegroeid in een 14-koppig gezin. Haar leven heeft ze in de kliniek doorgebracht, nadat ze haar eerste beroep al eerder had gekozen. Dat kwam plots en onverwachts: “Mijn tante was al kloosterzuster. Toen ik klein was, zei mijn oom mij dat ik haar moeder overste kon worden. Dat wees ik resoluut af. Maar toen ik eens een bezoek bracht aan mijn tante in Bijelo Polje, zag ik overal prachtige bloemen. De hele tuin had mij als het ware betoverd. Toen moest ik voor mezelf toegeven dat ik inderdaad misschien ooit wel kloosterzuster zou worden.“

Op 14-jarige leeftijd had ze dan haar besluit genomen en trad ze binnen in het klooster van de franciscanessen van Christus Konig van de Bosnisch-Kroatische provincie nabij Mostar, in Herzegovina. Kerk in Nood heeft die religieuze gemeenschap  herhaalde malen ondersteund. De voornaamste opdracht van die congregatie was de zorg voor weeskinderen. Onder het destijds communistische regime van Joegoslavië was het voor de zusters echter niet mogelijk om een kleuterschool of een weeshuis te leiden, laat staan om in het onderwijs actief te zijn. Dus moest ze een ander beroep kiezen en daarom werd ze ziekenverpleegster.

Volgehouden in Sarajevo, ook tijdens de oorlog

“Echt aanzien kan men niet kopen en men kan het evenmin leren. Het heeft met een eerlijke levensinstelling te maken, met een professionele werkhouding en vooral met liefde voor de mensen”. Dat is de vaste overtuiging van de 61-jarige zuster. In 1980 legde ze de eeuwige geloften af. Drie jaar voor de val van het IJzeren Gordijn kwam zuster Marija naar Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina. Ze had een aanbod gekregen om naar het schilderachtige Dubrovnik te gaan, de stad van kunsten en van dichters aan de Kroatische kust. Maar toch bleef ze in Bosnië, ook toen de oorlog korte tijd daarna de regio helemaal in zijn greep kreeg. Het kwam erop aan de “realiteit van het kwaad“ uit te houden, herinnert ze zich. “Toch heb ik ook een positieve ervaring overgehouden aan de oorlogstijd: zelfs toen de gevechten hun ergste punt hadden bereikt, heeft ons medisch personeel bij de redding van een mens nooit een onderscheid gemaakt tussen Kroaten, Serviërs en moslims.“

Een manier om de tijd goed te gebruiken

Wanneer het over haar werk gaat, benadrukt ze: “Het volstaat niet om de medische opleiding te hebben voltooid. Het komt op de juiste instelling aan, men moet het als een roeping zien.“ Dankzij die houding is ze opgeklommen in de hiërarchie en tegenwoordig is ze hoofdzuster op de vierde afdeling van de  kliniek, de dienst traumachirurgie. Dat ze lid is van een katholieke religieuze orde heeft haar nooit problemen opgeleverd tijdens de uitoefening van haar werk. “Alle collega’s behandelen mij met heel veel respect“ zegt ze. Dat alleen volstaat echter niet. “Wanneer ik naar een dokter ga en ik hem om iets moet verzoeken, dan bid ik stilletjes voor mezelf: “Denk aan mij barmhartige Moeder Gods, dat hij goed gezind is en mij die dienst bewijst.“ Dergelijke gebeden zijn voor mensen, die haar door anderen worden aanbevolen en die bemiddelaars nodig hebben, een goede geest om hen te helpen zonder tegenprestatie. Zo legt zuster Marija na het einde van haar dienst ziekenbezoeken af bij mensen die het moeilijk hebben in een samenleving die het oorlogstrauma nog aan het verwerken is – zowel op sociaal en economisch als op psychologisch vlak.

De wens om een mooie tuin te hebben, net als die toen ze destijds een bezoek bracht aan haar tante, ging in vervulling: “Wanneer de bloemen in bloei staan, dan voel ik de vermoeidheid niet“, aldus zuster Marija. Voor haar is het gebed in de gemeenschap van de kloosterorde het allerbelangrijkste, zowel het gemeenschappelijk als het persoonlijk gebed. “Van mijn oudere medezusters heb ik geleerd dat we voor de verloren tijd ooit rekenschap zullen moeten afleggen“. Zuster Marija glimlacht, het ziet er haast ondeugend uit. Ze straalt uit wat ze zegt: “Hoe meer mensen zich aan het helpen van anderen wijden, hoe tevredener en gelukkiger ze zijn.“

In 2017 heeft Kerk in Nood aan diverse gemeenschappen van kloosterzusters voor bestaanshulp, pastoraal werk of transport van een aantal zusters in Bosnië-Herzegovina in totaal zowat 80.000 euro geschonken.

Door Josip Vajdner & Karla Sponar

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation