Nigeria: De wortels van een conflict met sociale en religieuze vertakkingen

FacebookTwitterGoogle+

Aartsbisschop Ignatius Kaigama

05/07/2018 Leuven – Aartsbisschop Ignatius Kaigama van Jos, de hoofdstad van de deelstaat Plateau, gelegen in het hart van de Middle Belt in Nigeria, bracht onlangs een bezoek aan Canada. Op uitnodiging van het Canadese nationale kantoor van Kerk in Nood sprak hij er over een van de voornaamste conflicten die op dit ogenblik in zijn land woeden, namelijk dat tussen de veeherders van de Fulani-volksstam, die voor het grootste deel uit islamitische nomaden bestaat, en de sedentaire boeren, van wie de meerderheid christenen zijn.

Aartsbisschop Kaigama, die zich al vele jaren lang op een fervente manier inzet voor de verdediging van de vrede, deelt zijn kennis over dit conflict met ons. De oplossing ervan kan enkel tot stand komen door een deskundige en menselijke dialoog, waarbij almaar dringender naar een manier moet worden gezocht om het gemeenschappelijk welzijn van alle betrokkenen te waarborgen.

Aartsbisschop Kaigama, zou u ons kunnen uitleggen welke veranderingen zich hebben voorgedaan in dit conflict dat inmiddels al een aantal jaar aan de gang is?

Aartsbisschop Kaigama: Het probleem van de veeherders, die overwegend Fulani zijn, en van de boeren is bijzonder ingewikkeld geworden. De boeren bewerken hun land hoofdzakelijk met hun handen, niet met machines. Wanneer de gewassen groeien, beklagen ze zich erover dat de runderen van de Fulani voorbijkomen en alles kaalvreten. Die situatie is voor hen zeer zorgwekkend, want een groot deel van hun bestaansmiddelen en hun voornaamste bron van inkomsten wordt hen ontnomen. Dit leidt tot hevige spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen.

Als vergeldingsmaatregelen vallen de boeren dan de runderen aan. Voor de Fulani is dat echter hun hele rijkdom die meer betekent dan wat dan ook. Wanneer dus een koe wordt gedood, wanneer de veestapel wordt aangevallen, zullen de herders zich wreken door alles aan te vallen wat iemand bezit. Soms gaan ze zo ver dat ze huizen platbranden, families uitmoorden en de oogsten vernielen. Dit is een uitermate ernstig probleem dat vooral in het noorden van Nigeria voorkomt.

Is de situatie verslechterd in vergelijking met enkele jaren geleden?

Tussen veeherders en boeren zijn er altijd al conflicten geweest, maar niet met een dergelijke omvang en ernst. In de afgelopen tijd hebben de veeherders een soort nieuwe driestheid ontwikkeld. Ze dringen door op de velden en vernielen alle gewassen. Ze doen dit op een dermate ongeremde manier dat de boeren wel gedwongen zijn om daarop te reageren. In het verleden waren er ook al problemen tussen beide groepen, maar ze kwamen minder vaak voor.

Is er een reden voor die toename van het geweld?

Enerzijds zou een van de redenen kunnen zijn dat de veeherders wegens het feit dat Muhammadu Buhari, de president van het land, zelf een Fulani is, misschien denken dat ze in hem een bondgenoot hebben en daarom kunnen doen wat ze willen, omdat hun daden toch onbestraft zullen blijven. Anderzijds kunnen de mensen zelf ook niet verklaren waaraan die plotse enorme toename van die vernielingsdrift te wijten is. Zelfs de president van ons land erkent dat de Fulani zoals we die vroeger kenden, alleen maar bewapend waren met stokken en met hakmessen die dienden om bladeren af te snijden als voeder voor hun dieren. Nu zijn degenen die de oogsten vernielen uitgerust met geavanceerde wapens. We weten niet waar ze die wapens vandaan halen. Het is wel heel onrustwekkend, want er sterven mensen. Mensen worden om het leven gebracht en dat is allemaal toe te schrijven aan de conflicten tussen de veeherders en de boeren.

U hebt vermeld dat er nieuwe wapens worden gebruikt en u hebt erop gewezen dat u niet weet waar ze die halen. Hebt u een idee waar ze vandaan zouden kunnen komen?

President Buhari beweert dat die wapens een overblijfsel zijn van het “Khaddafi-tijdperk”in Libië en dat ze in Nigeria zijn terechtgekomen, waar ze in handen zijn gevallen van de veeherders. Wanneer mensen geld hebben, dan kunnen ze illegaal wapens kopen. De herders kunnen runderen verkopen en zich zo die geavanceerde wapens aanschaffen. Dat is een feit, want in goede tijden zouden ze sowieso veel rijker zijn dan de boeren. Maar ook de boeren schaffen zich dergelijke wapens aan. Al die factoren spelen een rol: de buitenlandse wapens die in omloop zijn, het feit dat de mensen de mogelijkheid hebben om die te kopen, of dat wapens ter plaatse worden vervaardigd of worden geïmporteerd … In werkelijkheid weten we niet wie die wapens levert.

Spijtig genoeg is er verleden week opnieuw een golf van geweld losgebarsten in delen van de deelstaat Plateau. U was een van de pioniers van de interreligieuze en interetnische dialoog in Jos, de hoofdstad van de deelstaat Plateau, waar u in 2011 een Centrum voor dialoog, verzoening en vrede hebt opgericht. Wat betekenen voor u de berichten over de dodelijke slachtoffers die opnieuw zijn gevallen?

Ik kan getuigen van de multidimensionale vredesinitiatieven die in Nigeria werden ondernomen aan de hand van het voorbeeld van ons Centrum voor dialoog, verzoening en vrede (DREP – Dialogue, Reconciliation and Peace Centre) in Jos. Het DREP is een initiatief van het katholieke aartsbisdom Jos en het is de bedoeling dat dit als een neutrale plek fungeert waar een verzoening tussen de benadeelde partijen tot stand kan worden gebracht. Een ander initiatief is het interreligieuze Centrum voor beroepsopleiding in Bokkos, in de onmiddellijke omgeving van Barkin Ladi, waar islamitische en christelijke jongeren twee jaar lang beroepsvaardigheden leren. Die twee centra helpen de mensen om de cultuur van beschaafde dialoog naar waarde te schatten in plaats van bij het minste gevoel van provocatie  een vijandige en gewelddadige confrontatie te laten losbarsten. Net voor ik uit Nigeria vertrokken ben, hadden we in het DREP-centrum in Jos ontmoetingen met de volksgroepen van de Fulani en de Irigwe georganiseerd om strategieën te ontwikkelen die ertoe moeten leiden dat verder bloedvergieten in de toekomst wordt vermeden. We zijn zelfs overeengekomen om in augustus een interreligieuze gebedsontmoeting te organiseren.

Het was voor mij een zeer zware schok toen ik vernam dat de moordpartijen opnieuw begonnen zijn. Die afschuwelijke en verachtelijke vernietiging van mensenlevens en de aanhoudende vernieling van woonhuizen en van bestaansmiddelen is een schande voor de mensheid en maakt dat de wereld een schandelijk en negatief beeld krijgt van de Nigerianen. Maar ondanks het vele geweld dat door Boko Haram, door militante veeherders of door nog ongeïdentificeerde “buitenlandse indringers” wordt gepleegd, geloof ik steevast dat vrede mogelijk is, want wij zijn vastbesloten om de cultuur van beschaafd gedrag en vrede te ondersteunen.

Hoe luidt uw oproep op dit zeer moeilijke moment?

Ik ben van oordeel dat er nog niet genoeg werd gedaan om iets te ondernemen tegen de moordpartijen door de veeherders. Misschien komt dit door de zogenaamde “verborgen agenda” of is het gewoon omdat het aan moed, besluitvaardigheid, vaderlandsliefde en politieke wil ontbreekt. Vee mag dan wel enorm belangrijk zijn, er mag niet meer waarde aan worden gehecht dan aan een mensenleven. Dat betekent echter niet dat runderen mogen worden verwond, gestolen of gedood. Onze president moet duidelijk, categorisch en moedig optreden om aan zijn stamleden  uit te leggen waarom de dialoog de beste oplossing is.

Mgr. Ignatius Kaigama is aartsbisschop van Jos in Nigeria sinds het jaar 2000. Hij is een van de pioniers van de interreligieuze en interetnische dialoog in de hoofdstad van de deelstaat Plateau. In 2012 ontving hij voor dit werk de Gouden Duif, een prijs die wordt uitgereikt door het Internationaal Onderzoeksinstituut voor Ontwapening  (IRIAD, Italië). In 2011 richtte hij het Centrum voor dialoog, verzoening en vrede op in Jos.

Hij laat zich onder andere inspireren door de volgende woorden van het Evangelie: ik laat u vrede na,  mijn vrede geef ik u. (Johannes 14, 27)

Door Mario Bard & Maria Lozano

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation