Libanon: Nabils kerstwonder

4 augustus moest de gelukkigste dag zijn in het leven van de jonge Libanees Jad. In het Sint-Jorisziekenhuis schonk zijn vrouw Christelle namelijk het leven aan hun eerste zoon, Nabil.

Dan, om 18u07, explodeerden 2.750 ton ammoniumnitraat in hangar 13 van de nabijgelegen haven van Beiroet. Meer dan 200 mensen stierven, ruim 6.500 werden gewond. “Alles vloog door de lucht. Ik dacht dat er een oorlog uitbrak. Mijn eerste gedachten gingen uit naar mijn vrouw en kind. Het was een wonder. Toen ik de wieg zag waarin Nabil lag, kan ik alleen maar God danken. Ze stond onder het gebarsten venster en zat vol scherven die zich als kleine speren in het deken geboord hadden. Maar met Nabil was niets gebeurd. Niets,” vertelt de 32-jarige leraar aan Kerk in Nood.

De wieg waarin het jongetje lag.

Jad nam de ongedeerde jongen in zijn armen… en was verbaasd. Zo moet het geweest zijn destijds in de stal van Bethlehem, zo’n 300 kilometer ten zuiden van Beiroet, toen Jozef naar de het pasgeboren Kind keek. Ook toen, meer dan tweeduizend jaar geleden, beschermde God de Pasgeborene. Het orthodoxe Sint-Jorisziekenhuis, het oudste en een van de drie grootste van het land, werd echter volledig verwoest. Christelle moest samen met Nabil naar een ander ziekenhuis, 80 kilometer verderop, worden overgebracht.

Dit waren harde en uitdagende momenten voor de jonge vader, die zijn leven veranderden. Net als destijds voor Jozef, toen hij na de verschijning van de engel in zijn droom nog in dezelfde nacht het Kind en Zijn Moeder meenam en naar Egypte trok (vgl. Mt 2,14).

“De explosie heeft mijn leven veranderd,” zegt Jad tijdens zijn ontmoeting met Kerk in Nood in Beiroet. Ondanks alle moeilijkheden die Libanon heeft doorgemaakt, heeft de jongeman gewerkt en geworsteld om het te helpen opbouwen “omdat ik van mijn land hou”, maar, voegt hij er met ontzetting aan toe, “om te blijven hebben we veiligheid nodig en het gevoel dat iemand voor ons, christenen, zorgt. We voelen ons alleen, verlaten, opgegeven.”

De vernietiging is haast niet te vatten. Zo’n 300.000 mensen werden rechtstreeks getroffen. De meesten van hen zijn christenen, want de explosie trof vooral de christelijke wijken. Velen vragen zich af hoe ze de winter moeten overleven. Ook hier herinnert Beiroet ons aan Bethlehem, waar op de eerste Kerstmis geen herberg voor God was. De sociale, politieke en economische crisis heeft het land in totale ellende gestort. Te midden van al deze duisternis herinnert Jad zich elke dag het wonder van de geboorte van zijn eerstgeboren zoon: “Steeds weer zeg ik tegen mijn zoon: je leeft omdat Christus je heeft gered. Je moeder en ik zijn gewond, maar jij hebt geen schrammetje. Vergeet dat nooit. Jezus was op dat moment bij je. Wees niet bang. Hij zal altijd bij je zijn.”

De Wijzen uit het Oosten brachten goud, wierook en mirre mee voor het Kind dat in Bethlehem geboren was. Wat wenst Jad voor zijn kindje? De jonge vader antwoordt zonder aarzeling: “Vrede, veiligheid… en kracht om het kruis van Christus te dragen, want dicht bij Christus zijn betekent Zijn kruis opnemen. Mijn zoon beleeft dit vanaf de vijftiende minuut van zijn leven en wij, de christenen van Libanon, weten dit heel goed, want we hebben oorlogen en vervolgingen overleefd. We leven omdat we een missie te vervullen hebben: getuigenis afleggen van Christus. Dat brengt het kruis met zich mee.”

Die getuigenis is ook een roep om hulp. Kerk in Nood hoort die roep. Laat ons het kruis meedragen. Net als de kleine Nabil en zijn ouders Christelle en Jad.

Door Maria Lozano

 

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid