Irak: “Ik zal nooit vergeten wat IS ons heeft aangedaan”

Nadat een christelijk gezin jaren als vluchteling heeft geleefd, durft het nu terugkeren voor een nieuwe start. Kerk in Nood helpt hen om hun leven herop te bouwen.

“Ik zal nooit vergeten wat IS ons heeft aangedaan.”  Musa is een vreedzaam man, met een opgewekt karakter.  Maar wat de islamitische extremisten zijn familie en de christenen in Irak hebben aangedaan, daar wordt deze 63-jarige man nog steeds boos om. In augustus 2014 hebben zijn vrouw en zes kinderen de stad Karakoch, tot dan de grootste christelijke stad in Irak, midden in de nacht moeten ontvluchten. De familie schoot in paniek door de onafwendbare opmars van de jihadisten. Ze lieten alles achter en zochten een toevluchtsoord in de stad Erbil. Dagenlang hebben Musa en zijn gezin op straat geleefd, en moesten ze op straat op de grond slapen. De stroom van 120 000 christenen die moesten vluchten, was te groot. De volgende etappe was een klaslokaal, samen met 25 andere vluchtelingen. De daaropvolgende jaren woonden ze in een kleine appartementje, dat ze deelden met een ander gezin. Net zoals voor duizenden andere gezinnen, betaalde Kerk in Nood die huishuur, die het gezin zelf nooit zou kunnen betalen hebben. Musa, mecanicien van beroep, heeft geen werk gevonden in Ozal City, en wijk in een voorstad van Erbil. Zijn vrouw is er wel in geslaagd een baan te vinden (als leraar Aramees, de taal die de christenen spreken), maar haar loon was zeer laag. Pas in november 2017 kon het gezin terugkeren. “Ik was in shock toen ik onze stad zag. Er was zoveel vernield! En helemaal erg dat ons huis compleet was leeggehaald, alles was gestolen”, herinnert Musa zich. Hij weet nog steeds niet wie zijn huis heeft leeggeroofd en beschadigd. Waren het IS-strijders of de buren uit de omringende moslimdorpen? “Dat maakt ook niet uit. het is gebeurd en we kunnen er niets aan doen.”

Duizenden andere gezinnen hebben hetzelfde lot ondergaan als dat van Musa. Nadat de humanitaire organisatie Kerk in Nood de Irakese christenen heeft gesteund tijdens hun vlucht, helpt ze hen nu om terug te keren naar het dorp waar ze vandaan komen. Voor Musa is het altijd vanzelfsprekend geweest dat hij naar huis zou terugkeren: “Hoe moeilijk het hier ook is: wie uit Karakoch komt, zoals mijn voorouders en ik, zal altijd terugkeren naar hier.” Het huis van Musa is opnieuw bewoonbaar gemaakt, met de hulp van Kerk in Nood. Gelukkig was de schade beperkt. De deuren en ramen moesten worden vervangen, en alles moest worden herschilderd. De meubelen heeft het gezin zelf moeten betalen. Nu voelen ze zich opnieuw thuis. “Ik ben onze weldoeners van ganser harte erkentelijk. Zonder hun hulp hadden we nooit naar huis kunnen terugkeren.”

Musa’s dochter is het er mee eens. Miray is 25 jaar, en werkt als verpleegkundige in het plaatselijk ziekenhuis. In 2014 heeft ze haar studies in Mosul moeten opgeven omdat IS oprukte. Ze heeft haar studies kunnen voortzetten in Erbil, weliswaar met een zekere vertraging. Toch meent ze dat de ballingschap voor haar een vruchtbare periode is geweest. “Als verpleegkundige heb ik mensen kunnen helpen. Dat was voor mijn een zeer goede leerschool.” De jonge vrouw heeft trouwens de indruk dat de mensen tijdens de jaren van ballingschap dichter bij elkaar zijn gekomen, ondanks alle tegenspoed. “Ik heb God gedankt dat de mensen open stonden voor elkaar. Vroeger telde alleen het materiële welzijn: grotere huizen, meer geld, … Laten we hopen dat mensen inzien dat er belangrijker dingen zijn in het leven.”   Ze roept de weldoeners van Kerk in Nood op om aan de bevolking niet enkel materiële hulp te bieden, maar ook spirituele hulp. “We hebben hun gebeden nodig.” Tijdens de jaren ballingschap werd Miray’s geloof in God hard op de proef gesteld, maar uiteindelijk is het versterkt. “Ik heb duidelijk gevoeld dat God ons bijstond.” Zelf ziet zij haar toekomst in Irak, ook al is ze bezorgd om de veiligheid in haar omgeving. Liefst zou ze voortstuderen en arts worden. “Idealiter zou dat in het buitenland zijn. De omstandigheden zijn er beter. Ik heb daar trouwens al voor gespaard. Maar ik wil in elk geval terugkeren naar Irak, ten dienste van de mensen uit mijn omgeving.”

Van 2014 tot juni 2018, heeft Kerk in Nood bijna 39,7 miljoen euro geschonken aan projecten in Irak.

Door Oliver Maksan

Doe een gift

Schrijf me in voor de digitale nieuwsbrief

Voor een goed databeheer hebben we deze gegevens nodig. Ons privacybeleid