Indonesië: Het leven van een jong katholiek meisje in een islamitische samenleving

FacebookTwitterGoogle+

03/09/2018 Leuven – GANDHI AJENG ANAMPIANI Princess Elisabeth, kortweg Ajeng, is een 17-jarig katholiek meisje dat elke dag opnieuw ervaart wat het betekent om christen te zijn in het land met de grootste islamitische bevolking ter wereld. Ze bezoekt een openbare middelbare school in haar thuisstad Bekasi, in West-Java, Indonesië. Van de 1.200 leerlingen van die school zijn er slechts 24 katholieken. Zij is het enige katholieke meisje in haar klas, die 40 leerlingen telt. In het openbaar onderwijssysteem van haar land krijgen alle leerlingen echter godsdienstonderwijs volgens hun geloofsovertuiging. Zo volgt Ajeng elke vrijdag katholiek godsdienstonderwijs. Ze is ervan overtuigd dat vriendschap de sleutel is voor de harmonie tussen mensen met een verschillend geloof:

“Mijn dagelijkse routine is net als die van alle andere leerlingen.  De lesdag begint met een islamitisch gebed. Ik gebruik die tijd om in alle stilte een ‘Onzevader’ te bidden en om mijn vrienden die een ander geloof hebben respect te betuigen. Terwijl ze hun islamitische gebeden opzeggen, bid ik dan een ‘Weesgegroet’. Zo blijf ik altijd bidden en probeer ik mijn dagelijks leven ten dienste te stellen van God.

In onze klas maken de leerkrachten geen onderscheid tussen mij en alle andere leerlingen. Ik word niet onrechtvaardig behandeld. Verleden jaar werd mij gevraagd om de school te vertegenwoordigen op een wedstrijd Engels die in een andere school plaatsvond. Als katholiek meisje was ik heel erg trots dat ik die kans kreeg.

Zes vriendinnen met wie ik samen vaak allerlei dingen onderneem, zijn zonder uitzondering moslim.  Ik ben de enige die katholiek is. Maar ik voel me niet anders dan hen. We zijn allen gelijk. Onlangs ging ik naar een verjaardagsfeestje van mijn islamitische vriendin Dara bij haar thuis. Ik ontmoette er haar ouders en ook enkele van haar familieleden, die mij heel vriendelijk ontvingen. We praatten open en ongedwongen met elkaar, hoewel ze zagen dat ik in tegenstelling tot al mijn andere vriendinnen geen hoofddoek droeg.

Ook wanneer ik met mijn zes vriendinnen naar het winkelcentrum ga, ben ik vaak het enige meisje dat geen hoofddoek draagt. Ik voel me daarom geen vreemde eend in de bijt, want in onze vriendschap is dat al lang normaal. Ik respecteer het geloof van mijn vriendinnen en zij respecteren mijn geloof. Toen we in het winkelcentrum waren, vroegen ze mij om op hun handtassen te letten, terwijl ze een kleine moskee binnengingen om te bidden.”

Katholieken in Indonesië krijgen echter met enkele overduidelijke problemen te maken. Zo is de stadwijk waar Ajeng woont, bijvoorbeeld, een onderdeel van de parochie Santa Clara, die deel uitmaakt van het bisdom Jakarta, de hoofdstad van Indonesië. Het heeft lang geduurd alvorens de gemeentelijke overheden de lokale gelovigen de toestemming verleenden om een parochiekerk te bouwen, aangezien enkele plaatselijke islamitische groeperingen tegen die bouw betoogden.

“De parochie Santa Clara huurt op dit ogenblik nog altijd drie winkels met vitrines. We noemen dit “de kapel van ‘Asri’”, wat zoveel betekent als “de mooie kapel”. Daar vieren wij de Heilige Mis en bidden wij de rozenkrans. Ook vinden daar diverse activiteiten voor kinderen en jongeren plaats. De ruimten zijn wel niet ideaal om te bidden. In dit winkelcentrum vinden echter elke zondag op hetzelfde moment ook erediensten van andere christelijke geloofsgemeenschappen plaats.”

“Ik houd ervan om als jong katholiek meisje te leven. Hoewel wij een minderheid vormen, omgeven door mensen die nagenoeg allemaal moslim zijn, kunnen wij wel degelijk samenleven. Ik weet dat de aanwezigheid van ons, de katholieken, bij sommige mensen − zoals bij degenen die zich tegen de bouw van onze kerk hebben verzet – niet in goede aarde valt. Ik ben er echter rotsvast van overtuigd dat de meeste mensen bereid zijn om als broeders en zusters samen te leven.”

Meer Informatie over de religieuze toestand op dit ogenblik vindt u in het rapport Vrijheid van Godsdienst in de Wereld dat door de pauselijke stichting Kerk in Nood wordt uitgegeven.

Van Antonius Eko Sugiyanto

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation