Een hoopvol toekomstperspectief voor de Zuid-Soedanezen die in vluchtelingenkampen in Oeganda zitten

FacebookTwitterGoogle+

20/09/2018 Leuven – Christine du Coudray, projectverantwoordelijke van het departement Afrika van de Pauselijke Stichting Kerk in Nood, is enkele weken geleden teruggekeerd van een werkbezoek aan Oeganda, waar ze de kampen Bidibidi en Imvepi heeft bezocht, in het noordwesten van het land. In die regio zitten 1,2 miljoen vluchtelingen, vooral uit Zuid-Soedan, en ze zijn verspreid over diverse kampen in de bisdommen Arua, Nebbi en Gulu. Daarnaast zijn er ook nog de vluchtelingen die rond Kampala wonen, de hoofdstad in het midden van Oeganda. Robert Lalonde tekent in een interview de eerste reisindrukken op.

Waarom hebt u besloten om die regio te bezoeken?

Ik was uitgenodigd door drie bisschoppen: Mgr. Eduardo Kussala, bisschop van Tombura Yambio en voorzitter van de Bisschoppenconferentie, Mgr. Roko Taban, apostolisch bestuurder van het bisdom Malakal  – allebei in Zuid-Soedan -, en Mgr. Tombe Trille, bisschop van El Obeid in Soedan. Ze gingen voor de eerste keer de levensomstandigheden bekijken van hun landgenoten die omwille van het geweld naar Oeganda waren gevlucht. Ik was ook uitgenodigd door de Amerikaanse stichting Sudan Relief Fund waarmee Kerk in Nood banden heeft, omdat we samen projecten financieren. Mgr. Sabino Odoki, bisschop van Arua in Oeganda heeft ons meegenomen om de situatie in de kampen te gaan bekijken. Het was een erg verrijkende ervaring die een diepe indruk heeft nagelaten.

Hoe zou u de overheersende situatie ter plaatse beschrijven?

Aangezien het vluchtelingenkampen zijn, zou men geneigd zijn om te denken dat het een crisissituatie is. Maar u moet weten dat die kampen als sinds 2013 bestaan. De bewoners hebben te eten, drinkbaar water en geneesmiddelen. Ze hebben zelfs een stukje grond dat ze kunnen bewerken. Alle omstandigheden in acht genomen, zijn de levensomstandigheden er een stuk beter dan in heel wat dorpen in Afrika die geen enkele hulp van buitenaf krijgen. Toch blijft de situatie moeilijk, en daarom verwachten de vluchtelingen steun van ons. En dat zijn we ter plaatse gaan inschatten.

Welk moment van de reis heeft de sterkste indruk op u gemaakt?

We waren allemaal onder de indruk van de hoogstaande ontvangst door Mgr. Odoki en door het leiderschap waarvan hij blijk gaf. Zo heeft hij (onder andere) twee diocesane priesters ter beschikking gesteld voor pastoraal werk in de kampen. We waren ook erg onder de indruk toen we hoorden dat de gronden waarop de 9 kampen van de bisdommen uit die noordwestelijke regio staan, van de Oegandese bevolking zijn en dat die de gronden vrijgevig aan de vluchtelingen hebben aangeboden.  Dat vermogen om hun broeders en zusters in het geloof op te vangen, is ook in het belang van Oeganda zelf : ze hopen dat het buurland ooit opnieuw vrede zal kennen. Is dat geen blijk van een grote gastvrijheid en een waardevolle les voor ons?

Wat is het engagement van de katholieke kerk in de kampen?

De aanwezigheid van de bisschoppen was een mooie gelegenheid voor de Kerk om uiting te geven aan haar bezorgdheid voor al die mensen die in vluchtelingenkampen zitten, niet omdat ze daarvoor hebben gekozen maar omdt ze er door de wedervaren van het leven zijn aanbeland. Toch kan die gedwongen ballingschap prachtig benut worden voor opleiding, om te helpen de maatschappij van de toekomst op te bouwen. Wanneer die mensen terugkeren, gaan zij hun land moeten heropbouwen. De Kerk heeft zich al geëngageerd (en zal zich eventueel nog verder engageren) om andere opleidingssessies te organiseren.

Vorig jaar heeft Kerk in Nood  34 000 € geschonken aan de Emmaüs-gemeenschap in de buurt van Kampala. Die gemeenschap heeft een grote competentie in uiteenlopende domeinen zoals catechese, pastoraal, maatschappijleer, het gezinsapostolaat en de emotionele en seksuele opvoeding van jongeren, wat ontzettend belangrijk is in een land waarvan de bevolking door AIDS gedecimeerd wordt. In de kampen werden al 65 jongeren opgeleid.

Hoe staan de jongeren ervoor in de vluchtelingenkampen?

Die jongeren hebben verschrikkelijke trauma’s opgelopen. Sommigen hebben hun ouders voor hun ogen zien doden, anderen hebben brandwonden in hun gezicht, … Ze vragen zich af hoe ze gaan kunnen vergeven. De Emmaüs-gemeenschap heeft een programma opgezet om hen te begeleiden in het vergevingsproces, waarbij ze de jongeren uitnodigen om voor het Heilig Sacrament te komen knielen om te bidden. Zo kwamen er steeds meer getuigenissen van genezing, alsof de Heer vrede in hun hart en in hun ziel had gebracht.

Zullen er in de toekomst nog andere middelen worden ingezet om de vluchtelingen te helpen?

De bisschoppen hebben zich enerzijds geëngageerd om in september terug te keren om de eucharistie op te dragen in de kampen, en anderzijds om aan hun priesters die de diverse Oegandese streektalen spreken, te vragen om daar apostolisch werk te komen doen.

Bovendien heeft Mgr. Odoki, bisschop van Arua, ons gezegd dat hij deel uitmaakte van een delegatie die onlangs naar Paus Franciscus is gegaan; hij heeft toen met hem over de situatie in zijn bisdom gesproken en heeft hem gezegd dat er dringend kloosterzusters naar de vluchtelingen moeten gaan. De Paus heeft hem toen verzekerd dat hij een bijzondere oproep zou doen aan de congregaties van kloosterzusters om leden van hun congregaties naar daar te sturen.

Welke steun zou Kerk in Nood kunnen bieden om mee te gaan in dat engagement ?

Om die aanwezigheid van leden van de Kerk daar uit te bouwen, denken we eraan een huis met verscheidene kamers op te trekken, waar de priesters een tijd zouden kunnen verblijven. Samen met de hulp van andere organisaties, zouden we hetzelfde kunnen doen voor de kloosterzusters. Dat huis zou een halve verdieping per congregatie kunnen bieden, met een kapel en een gemeenschappelijke refter.

De opleidingen zouden we zeer graag voortzetten, omdat het overduidelijk is dat de vraag naar dergelijke opleidingen, samen met de vredige sfeer die in de kampen heerst, een heel gunstig kader biedt voor dit soort engagement. De bisschoppen zijn verheugd over een dergelijk voorstel van Kerk in Nood. Ze weten dat de leiders tot wie we ons wenden (de catechisten, de jongeren, degene die de maatschappijleer bestuderen en degene die zich in het gezinsapostolaat verdiepen) hun kennis en hun ervaring met andere vluchtelingen zullen delen. Zo gaan ze samen de toekomst opbouwen. Een van hen,  Santos, heeft ons trouwens verteld dat zijn ervaring “meer dan geweldig” was. Hoe meer opleidingen we aanbieden, hoe meer het land weer rechtop zal staan. is dat geen mooi en hoopvol toekomstsperspectief ?

Door Robert Lalonde

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation