De Kerk in India staat ten dienste van iedereen en gaat overal de strijd aan tegen discriminatie

FacebookTwitterGoogle+

Bisschop Sarat Chandra Nayak

13/04/2018 Leuven – Onlangs werd bisschop Sarat Chandra Nayak van Berhampur door de Katholieke Bisschoppenconferentie van India (CBCI) tot voorzitter van de “Commissie voor Geregistreerde Kasten (Scheduled Casts – SCs)/ Andere “Achtergestelde” Kasten (Backward Casts – BCs)” benoemd. Een belangrijk deel van de opdracht van de Commissie bestaat erin om de beleidsregels van de Kerk ten aanzien van de “dalits” in het land uit te werken. Dalits vormen de laagste kaste in de hindoehiërarchie en waren vroeger gekend onder de naam “onaanraakbaren”. Ze krijgen in de Indische samenleving te maken met ernstige vormen van discriminatie. Dalits vertegenwoordigen een aandeel van 65 procent van de 20 miljoen Indische katholieken. Bisschop Nayak werd in  Kandhamal, in de bondsstaat Odisha geboren, waar in 2008 ongeveer 100 christenen door een meute hindoes werden vermoord. Hij is een van de slechts 12 dalitbisschoppen onder de in totaal 224 katholieke bisschoppen die India telt.

Waarom worden aan christelijke (en islamitische) dalits nog altijd de voordelen van de positieve discriminatie (“affirmative action”) voor minderheden geweigerd, hoewel de Indische grondwet gelijke rechten voor alle burgers garandeert?

Nadat India in 1947 onafhankelijk werd van Engeland trad de Indische grondwet in januari 1950 in werking. Hij garandeerde gelijke grondrechten voor alle burgers, ongeacht de kaste waartoe ze behoorden en de godsdienst die ze aanhingen. Op 10 augustus 1950 werd een presidentieel decreet van kracht waardoor aan minderheden als hindoeïstische tribale volkeren en dalits bijzondere ondersteuningsmaatregelen werden toegestaan. Dankzij die positieve discriminatie zouden ze na eeuwen van verwaarlozing en discriminatie schadeloos worden gesteld voor hun lage sociaal-economische status. Voor dalits die tot andere godsdiensten behoorden, gold dit echter niet. Uiteindelijk werd aan de dalits onder de boeddhisten en de sikhs de zogenaamde status van “Geregistreerde Kasten” toegekend die een aantal voordelen met zich meebracht. Aan islamitische en christelijke dalits werden die rechten echter tot op heden niet verleend, ondanks de protesten en de onophoudelijke oproepen tot de regering die nu al meer dan 60 jaar aanhouden.

Vorige regeringen, die meestal door de Congrespartij werden geleid, ontbrak het aan politieke wil om de grondwet te wijzigen, zelfs wanneer ze de absolute meerderheid hadden in het parlement. De BJP-regering (Bharatiya Janata Party) die nu aan de macht is, met haar nationalistische hindoe-ideologie is er duidelijk tegen gekant om de door positieve discriminatie ingegeven bepalingen van de grondwet die de minderheden ondersteunen uit te breiden tot islamitische en christelijke dalits.

Is de Kerk in staat om verandering te brengen in die situatie? Welke strategie volgt de Kerk hiervoor?

Christenen maken slechts 2,5 procent van de totale bevolking uit. Daarom kon de Kerk op politiek gebied slechts weinig ondernemen om de geldigheid van het presidentieel decreet uit 1950 aan te vechten. Het decreet moet echter wel ter discussie worden gesteld omdat het een discriminatie om zuiver religieuze redenen bevat, wat in strijd is met de grondbeginselen van de Indische grondwet, die bepalen dat alle burgers gelijk moeten worden behandeld — ongeacht hun kaste, geloofsovertuiging, geslacht of godsdienst. De aanhoudende vreedzame protesten van de Kerk hebben tot op heden wel nog niet tot positieve resultaten geleid, maar de berichtgeving daarover in de media heeft dit thema onder de aandacht gebracht van een brede publieke opinie.

De Kerk heeft de strategie aangenomen om deze strijd verder te zetten samen met de moslims en met alle mensen van goede wil die tot diverse andere godsdiensten behoren en allerhande politieke ideologieën vertegenwoordigen. Daarnaast probeert ze ook  om alle dalits rond dit probleem te verenigen. Spijtig genoeg maken de hindoeïstische, boeddhistische en sikh-dalits zich zorgen over het feit dat de uitbreiding van de ondersteuning tot de moslims en de christenen een nadelig effect zou kunnen hebben voor de eigen voordelen die ze genieten. De Kerk pakt dit probleem tot slot ook aan vanuit het oogpunt van de mensenrechten. De onthouding van rechten aan christelijke dalits vormt volgens internationale normen namelijk een schending van de mensenrechten.

Sommigen zijn van mening dat vele hindoeïstische dalits zich tot het christendom zouden kunnen bekeren wanneer de christelijke dalits van de regering bijzondere ondersteuning en voordelen zouden krijgen. Welke aspecten van het christelijk leven spreken de hindoes uit de lagere kasten aan?

De vrees voor massale bekeringen tot het christendom lijkt ongegrond. Dit is opnieuw een manier om de dalits denigrerend te bejegenen, door er gewoonweg van uit te gaan dat ze van godsdienst zouden veranderen om materiële voordelen te krijgen. De hindoeïstische strategie bestond er, afgezien van het politieke wereldbeeld,  in om de hindoemeerderheid angst in te boezemen voor een massale afkeer van de eigen godsdienst. De feiten tonen echter aan dat het tegendeel het geval is. Hoewel christelijke dalits geen beroep kunnen doen op de sociale voorzieningen die de regering het presidentiële decreet aanbiedt en ze in sommige staten zwaar worden gediscrimineerd, blijven ze niettemin toch trouw aan hun geloof. Dit gaat zelfs zover dat ze het martelaarschap op zich nemen. Zelfs toen de positieve discriminatie en de bepalingen voor de bevordering van de minderheden tot de boeddhisten en de sikhs werden uitgebreid, stapten islamitische en christelijke en ook de hindoeïstische dalits niet over naar die godsdiensten.

Christenen staan bekend voor hun vreedzame, dienstgerichte manier van leven, met respect voor alle mensen en toewijding aan het missiewerk. Hindoefundamentalisten proberen om de christelijke dienstverlening te verhinderen of minstens te belemmeren, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg of sociale voorzieningen, uit schrik dat de mensen hierdoor zouden kunnen worden aangetrokken en zich tot het christendom zouden bekeren. In zes bondsstaten zijn er antibekeringswetten van kracht met de bedoeling om te verhinderen dat eender wie een ander geloof zou aannemen. Vaak wordt gezegd en ook als feit erkend dat christenen instaan voor 20 procent van de dienstverlening in het land op diverse domeinen en dit hoewel ze slechts 2,5 procent van de bevolking uitmaken. Nochtans is de totale leden van de christelijke gemeenschap in India maar amper gestegen.

Kunt u ons uitleggen waarom hindoenationalisten zo vijandig staan tegenover het christendom?

Eerst en vooral leggen ze een verband tussen de Britse koloniale overheersing en het  christendom. Er kwamen slechts relatief weinig Britten naar India en toch overheersten ze het land meer dan 200 jaar lang. De hindoenationalisten hebben schrik dat het land opnieuw zou kunnen worden overheerst indien er meer christenen zouden zijn in India. Het christendom wordt als een vreemde godsdienst beschouwd. Bovendien stelt het christendom diverse grondbeginselen en gebruiken van de hindoeïstische godsdienst ter discussie. Hindoes zijn dus bang dat ze aan invloed zouden kunnen inboeten.

Het christelijke geloof keerde zich bijvoorbeeld tegen het oeroude gebruik van sati pratha, waarbij de weduwe samen met het lijk van haar echtgenoot levend werd verbrand. In de hindoeïstische religie was men van oordeel dat vrouwen die van hun man waren gescheiden geen autonoom, onafhankelijk leven konden leiden, dus geen bestaansrecht hadden, dat weduwen het recht niet hadden om eigendom te bezitten of opnieuw in het huwelijk te treden. Dit gebruik is tegenwoordig nagenoeg volledig verdwenen. Daarnaast is er ook het jati pratha (het kastensysteem), dat personen volgens hun afkomst indeelt en als inferieur of superieur behandelt. Sociale relaties tussen de verschillende kasten zijn niet toegestaan.

Dalits werden als uitgestotenen of als onaanraakbaren beschouwd — zelfs wanneer iemand alleen maar in aanraking komt met hun schaduw, gaat men ervan uit dat die persoon onrein geworden is. Het kastensysteem staat een persoon niet toe om een ander beroep uit te oefenen dan het werk van de kaste of van de familie waarin hij geboren is. De Kerk zet zich in om die kastengedachte uit te roeien.  Daarom bevordert en ondersteunt zij de overtuiging van een gelijke waardigheid en gelijke rechten voor alle burgers.

De door de hindoenationalisten ondersteunde hindutwa-ideologie daarentegen probeert een cultureel nationalisme op te dringen dat één enkele cultuur, één taal en één godsdienst vereist. De Kerk, die trouw is aan de leerstellingen van Christus, erkent, eerbiedigt en bevordert echter de verscheidenheid van culturen en talen.

Tot slot is het hindoeïsme doordrongen van veel meer dan alleen maar twijfelachtige geloofselementen. Dit kan gaan tot praktijken van zwarte magie, hekserij enz., die worden gebruikt om mensen uit te buiten, te folteren en te chanteren. De Kerk bevrijdt de mensen van die duistere machten door onderwijs, opleiding en bewustzijnsvorming, vooral bij de dalits en de tribale volkeren.

Wat ondernemen de bisschoppen om de discriminatie van katholieke dalits binnen de Kerk zelf te bestrijden?

Op talrijke nationale algemene vergaderingen hebben de Indische bisschoppen verklaringen afgelegd waarin ze de beëindiging van de discriminatie van dalits en van de kastengedachte hebben geëist, niet enkel binnen de Kerk, maar in de hele samenleving. Het blijkt echter dat die kastengedachte diep verankerd is in de mentaliteit van vele Indiërs, ook van christenen onder hen. Een “rest” van de kastengedachte blijft ook na het doopsel nog altijd hangen. Nadat de beleidsregels ten aanzien van de dalits in de Kerk uitdrukkelijk werden aangenomen, engageren de Indische bisschoppen zich tegenwoordig in een campagne waarmee ze zich inzetten voor de rechten van de dalits en de gelovigen onderricht daarover geven. Daarbij bevestigen ze uitdrukkelijk dat alle mensen gelijke rechten hebben. Bovendien benadrukken ze dat aan dalits gelijke kansen moeten worden geboden in de diverse beroeps- en maatschappelijke domeinen.

Hoe komt de spanning tot uiting tussen de diepgewortelde hindoeïstische opvattingen van reinheid en de boodschap van het Evangelie dat alle mannen en vrouwen in Gods ogen een gelijke waardigheid hebben?

De kastengedachte in India maakt niet alleen deel uit van de hindoeïsme — het is een deel van de Indische cultuur. Hoewel de Indische grondwet praktijken en gebruiken verbiedt die voortspruiten uit de kastengedachte, bestaan die nog altijd, spijtig genoeg ook onder de christenen. In het verleden werd de kastengedachte door enkele missionarissen als onderdeel van een missiestrategie voor de evangelisatie getolereerd en sommige aspecten van die instelling bestaan nog altijd. Er wordt aangenomen dat het christendom in eerste instantie door de apostel Thomas in Kerala en in sommige streken van Tamil Nadu werd binnengebracht. Zo waren er eeuwenlang inheemse christenen van hogere kasten die beweerden dat ze nagenoeg rechtstreeks van de apostel afstamden. Door die kastenmentaliteit bleef het geloof beperkt tot die regio en breidde zich meer dan 1500 jaar lang niet naar andere delen van het land uit. In die situatie kwam pas verandering toen de heilige Franciscus Xaverius in India aankwam.

U bent zelf een dalit. Welke ervaringen hebt u meegemaakt toen u uw roeping in de Kerk volgde?

In mijn kindertijd en zelfs tijdens mijn opleiding in het priesterseminarie werd ik nooit met discriminatie geconfronteerd. Mensen in kasten indelen, is niet alleen onchristelijk, maar tegelijk ook onmenselijk.  Ik ben blij dat ik priester ben en ik beschouw mijn priesterschap als het grootste geschenk dat God mij  voor het welzijn van Zijn volk heeft gegeven. Bisschop zijn brengt  een bijkomende verantwoordelijkheid  met zich mee. Ik probeer “een gelukkige dienaar te zijn”, en zo luidt ook het devies voor mijn bisschoppelijk ambt. Aangezien ik zelf een dalit ben, is het voor mij misschien gemakkelijker dan voor anderen om het concept van “dienaar” te begrijpen. En als christen van de eerste generatie in mijn familie geeft mijn geloof in Christus mij veel vreugde, aangezien het nog nieuw en onbezoedeld is.

Door Joop Koopman

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation