Zes maanden gespannen vrede in Aleppo: “Spijtig genoeg zal de toestand niet wezenlijk veranderen”

FacebookTwitterGoogle+

Einde december 2016 heroverden de regeringstroepen van president Bashar Al-Assad de stad Aleppo definitief. Precies zes maanden geleden eindigden de bombardementen op de metropool in het noorden van Syrië. Deze industriestad is de grootste van het land en telde ooit meer dan twee miljoen inwoners. “Nu vallen er geen bommen meer. De straten zijn veilig”, verklaart Antoine Audo, bisschop van Aleppo van de Chaldeeuws-katholieke Kerk en voorzitter van Caritas Syrië, tegenover een delegatie van de pauselijke stichting Kerk in Nood, die voor een bezoek in de stad verblijft. “De toestand zal spijtig genoeg niet wezenlijk veranderen. De oorlog zal blijven voortduren. Het ziet ernaar uit dat Syrië moet worden opgedeeld, zoals met Irak is gebeurd.”

Wie Aleppo vanuit het zuiden nadert, wordt geconfronteerd met een beeld van totale verwoesting. De omgeving van de internationale luchthaven is net als de zuidelijke en oostelijke stadswijken nagenoeg volledig vernield. Er is haast geen enkel gebouw dat niet door raketinslagen werd getroffen. Dit zijn de littekens die de gevechten in bijna viereneenhalf jaar tijd hebben geslagen. Hier begonnen de conflicten weliswaar later dan in de rest van het land, maar de gevolgen zijn nog altijd duidelijk zichtbaar. De woestijnachtige leegte wordt enkel onderbroken door de soldaten die aan de controleposten van het leger hun posities hebben ingenomen.

“Wij willen allemaal dat er een einde komt aan de oorlog. Maar wanneer en hoe hij zal eindigen, is een vraag die niemand kan beantwoorden”, verzekert ons de Latijnse apostolische vicaris van Syrië George Abou Khazen, een franciscaan die lid is van de custodie van het Heilig Land. De franciscanen kwamen in 1238 naar Aleppo. Sindsdien hebben ze het land niet meer verlaten. Ze proberen om de meest behoeftige mensen te helpen. Ze zijn actief in het onderwijswezen en bevorderen de interreligieuze dialoog. Bisschop Abou Khazen zegt dat de betrekkingen tussen de diverse christelijke ritussen en zelfs met de moslims altijd goed zijn geweest. “Syriërs zijn zeer open mensen. Het land is een brede mozaïek met 18 verschillende etnische en religieuze groepen. We hebben altijd in goede verstandhouding met elkaar geleefd.”

Een van de grootste problemen bestaat erin dat de economie nog altijd stagneert. De waardevermindering van de Syrische munt en de werkloosheid leiden ertoe dat de gezinnen volledig op hulp van buitenaf aangewezen zijn. “Zonder de Kerk, de ngo’s en andere hulporganisaties zou het leven hier gewoonweg onmogelijk zijn”, zegt Sami Halak, de jezuïet die bevoegd is voor de jezuïtische vluchtelingendienst in Aleppo. De jezuïtische vluchtelingendienst verdeeld elke dag 9 000 warme maaltijden en ondersteunt diverse opleidingsprojecten voor jongeren. Hij heeft tevens steun gekregen van verscheidene hulporganisaties waaronder  ook Kerk in Nood.

“Vele gezinnen, die gemiddeld uit vier gezinsleden bestaan, hebben elke maand  tussen 80 000 en 200 000 Syrische pond nodig om een bescheiden leven te kunnen leiden. Het gemiddelde inkomen bedraagt tegenwoordig echter slechts 30 000 Syrische pond, maar dat geldt alleen voor degenen die werk hebben. De werkloosheid is namelijk torenhoog”, legt Halak uit. De hoge prijs van de essentiële consumptiegoederen en van de huishuur, samen met de waardevermindering van de munt, maken het bijzonder moeilijk om in Aleppo te leven. Terwijl een dollar voor de oorlog 50 Syrische pond waard was, moet voor één dollar tegenwoordig 550 Syrische pond worden neergeteld.

Volgens bisschop Audo “is de hulp die door de katholieke Kerk wordt geboden aan het toenemen. Met de bevrijding van Aleppo is er nu heel veel te doen.” Het werk werpt zijn vruchten af, want alle gemeenschappen registreren steeds meer nieuwe gezinnen die naar de stad teruggekeerd zijn. Bij de katholieke gemeenschap van de Latijnse ritus zijn er vijftien gezinnen teruggekeerd. Een gezin kwam terug uit Italië en een ander zelfs uit Duitsland. “We kennen het precieze aantal teruggekeerde Chaldeeuwse gezinnen nog niet. Ik ben in contact geweest met verscheidene gezinnen die uit Tartus en Latakia teruggekeerd zijn. Het is echter ook mogelijk dat enkele gezinnen naar de stad terugkomen, maar andere gezinnen dan weer wegtrekken. De toestand is namelijk zeer onstabiel. Niemand weet wat de toekomst zal brengen”, zegt bisschop Audo.

De christelijke gemeenschap van Aleppo heeft bijzonder erg te lijden onder de gevolgen van de oorlog. In 2011 woonden er in Aleppo 150 000 christenen. Midden 2017 zijn er nog slechts 35 000 over. Toch is niet iedereen weggetrokken. De gastro-enteroloog Nabil Antaki, bijvoorbeeld, is hier gebleven om de mensen te helpen die in de oorlog gewond zijn geraakt. Hij coördineert ook het door Kerk in Nood ondersteunde project “Drop of Milk” (“Een druppel melk”) waarbij elke maand melk wordt uitgedeeld aan 3000 kinderen. Een broer van Nabil Antaki werd door de rebellen vermoord toen hij met de auto van Aleppo naar Homs reed. Antaki heeft ook de Canadese nationaliteit. Zijn kinderen wonen in de Verenigde Staten, “maar mijn vrouw en ik hebben hen gezegd dat we hier blijven. We willen de mensen helpen die ons nodig hebben. Onze taak ligt hier.” Hij zegt dat de oorlog pas zal worden beëindigd wanneer de buitenlandse staten de gewapende groepen niet langer financieren. “Het gaat hier niet om een oorlog voor de democratie, maar om een oorlog die erop gericht is Syrië te vernietigen”, benadrukt hij.

Een ander probleem is de emigratie van jonge mensen. Alle mannen tussen 18 en 42 jaar worden verplicht om dienst te nemen in het regeringsleger. Er zijn maar twee uitzonderingen: aan de universiteit studeren of de enige zoon zijn. Daarom ziet men in de straten van Aleppo nauwelijks jonge mannen of mannen van middelbare leeftijd. Meestal ziet men vrouwen, alleen of met een kind op de arm. Velen van hen zijn weduwen of ze zijn gezinshoofd terwijl hun echtgenoten in het leger dienen of het land zijn ontvlucht.

Bahe Salibi (naam veranderd) studeert geneeskunde aan de universiteit van Aleppo. Hij is afkomstig van Hasaka, in het noordoosten van het land. Hij kwam hierheen omdat hij dokter wilde worden om de zieken en gewonden te helpen. In het begin was zijn familie daartegen gekant, omdat Aleppo zeer ver van hun thuisstad ligt en niet veilig is. Eigenlijk had hij zijn studies een jaar geleden al moeten hebben voltooid. Hij heeft zijn eindexamens echter bewust uitgesteld om geen dienst te moeten nemen in het leger. “Ik heb schrik, want dit jaar heb ik geen brief gekregen waarin wordt bevestigd dat ik vrijgesteld ben van legerdienst. Ik ga nauwelijks de straat op uit schrik dat ik zou worden geïdentificeerd”, geeft hij toe. Andere studiekameraden van hem bevinden zich in hetzelfde geval. Ze denken er liever niet aan, minstens in de examenperiode dan toch. Ze moeten zich op hun studies toeleggen. Wat ze volgende maand zullen doen, zullen ze dan wel zien.

Kerk in Nood heeft sinds het begin van het gewapend conflict in 2011 verscheidene projecten in Syrië met meer dan 18 miljoen euro ondersteund. Bisschop Abou Khazen is op de hoogte van die hulp, die aan de christenen en de meest behoeftigen in Aleppo ten goede komt: “Wij bedanken de weldoeners van Kerk in Nood, omdat zij het voor ons mogelijk maken om hier te blijven. U geeft ons het gevoel dat we er niet alleen voor staan, dat we geen vergeten minderheid zijn. Wij maken deel uit van een grote familie, de Kerk.” De bisschop had in de afgelopen jaren driemaal de gelegenheid om paus Franciscus te begroeten. “Telkens wanneer we elkaar ontmoetten, zei hij mij: “ik draag Syrië in mijn hart. De hulp die door verscheidene kerkelijke instellingen en rechtstreeks door het Vaticaan wordt geboden, laat er voor ons geen twijfel over bestaan dat er hoop is.”

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation