Rusland: Het belangrijkste is de persoonlijke ontmoeting

FacebookTwitterGoogle+

Interview met Peter Humeniuk, hoofd van de afdeling Rusland van Kerk in Nood, die op 23 november 2016 onze hulporganisatie en pater Werenfried op een internationale conferentie aan de orthodoxe universiteit van Moskou mocht voorstellen.

 Vraag: Onlangs werd Kerk in Nood uitgenodigd om zich voor te stellen op een internationale conferentie die aan de orthodoxe universiteit in Moskou plaatsvond.  U heeft Kerk in Nood daar vertegenwoordigd. We zouden daar heel graag meer over vernemen!

Peter Humeniuk: Het was een bijzonder mooie belevenis. Kerk in Nood en het levenswerk van onze stichter pater Werenfried werden voorgesteld met een tentoonstelling en een lezing in het kader van een conferentie met als titel “Het onverwachte geschenk van de barmhartigheid”. De orthodoxe universiteit is in de buurt gelegen van de plaats waar pater Werenfried bijna 25 jaar geleden, op 13 oktober 1992, op het Rode Plein de rozenkrans heeft gebeden. Het was mooi daar de lezing te mogen houden. De uitnodiging van de orthodoxe Kerk toont namelijk dat onze inzet voor de dialoog met de orthodoxe Kerk in Rusland, waarmee wij in 1992 op wens van paus Johannes Paulus II gestart zijn, ook door de orthodoxen wordt geapprecieerd. De orthodoxe universiteit van Moskou is een zeer vooraanstaande instelling. Het betekent dan ook heel veel om er als katholieke hulporganisatie te worden uitgenodigd.

Welke ervaring was voor u bijzonder mooi?

 PH: Een heel mooie ervaring was dat na mijn lezing nog vele toehoorders naar mij toekwamen en mij vragen stelden. Ze waren overduidelijk gefascineerd door wat wij doen en wat pater Werenfried heeft gedaan. Ik denk dat de persoonlijke ontmoeting, de getuigenis, het elkaar leren kennen en het gesprek de belangrijkste zaken zijn. Het was ook verheugend te zien hoeveel moeite de Russische organisatoren hadden gedaan om de fototentoonstelling samen te stellen. Wij hadden hen weliswaar foto’s uit ons archief ter beschikking gesteld, maar de tentoonstelling werd door de organisatoren ter plaatse opgezet. Ze is werkelijk prachtig geworden. Ook aan die kleine dingen ziet men duidelijk hoe groot de waardering voor ons en ons werk is. Aan het evenement werd in aanzienlijke mate ook meegewerkt door vertegenwoordigers van het tijdschrift “Russia Christiana” en van de “Dukhovnaya Biblioteka”, een oecumenisch cultureel centrum in Moskou, waarvan we de werkzaamheden al jarenlang begeleiden en ondersteunen, en ook door een medewerkster die al jarenlang voor de dienst buitenlandse zaken van het patriarchaat van Moskou werkt. De samenwerking verliep uitstekend.

 Wat betekent dit voor Kerk in Nood?

PH: Voor ons is het een bevestiging van het feit dat onze inzet en ons werk zowel door de katholieke als door de orthodoxe Kerk in Rusland op prijs worden gesteld en naar waarde worden geschat.

Het is verheugend dat wij tot de eersten behoorden die na de historische ontmoeting van paus Franciscus met patriarch Kirill van Moskou in Havanna, in februari van dit jaar, stappen hebben ondernomen om op hun gezamenlijke boodschap te reageren. Naar aanleiding van hun ontmoeting hebben de beide kerkleiders zich vooral voor de gezamenlijke inzet van katholieken en orthodoxen voor de christenen in het Midden-Oosten en voor de vrede in Syrië uitgesproken. Als eerste reactie daarop heeft Kerk in Nood in april van dit jaar een katholiek-orthodoxe delegatie uit Rusland uitgenodigd vertegenwoordigers van de Kerken in Syrië en Libanon te ontmoeten om gezamenlijke acties te kunnen plannen en in het leven te roepen.

Toen patriarch Kirill onlangs zijn 70ste verjaardag vierde, was Kurt Kardinaal Koch één van degenen die hem gelukwenste. De patriarch prees de ontmoeting die wij in Damascus hadden opgezet uitdrukkelijk als een “belangrijke ontmoeting”. Het is leuk om vast te stellen dat het gezamenlijk document van de Paus en de Patriarch nu al zijn eerste vruchten afwerpt en dat wij van Kerk in Nood ertoe hebben mogen bijdragen dat de bekommernissen van de kerkleiders niet alleen maar abstract op papier bestaan, maar ook in concrete acties worden omgezet. Daardoor worden mensen daadwerkelijk geholpen. Bovendien moet de martelgang worden gedocumenteerd die de christenen in Syrië hebben ondergaan en moet ook de schade aan de christelijke kerken en gebouwen worden geregistreerd.

Zijn er nog andere actuele voorbeelden van concrete gezamenlijke stappen?

PH: Jazeker. Ik zou nog één voorbeeld willen geven: in Rusland werd een katholiek-orthodoxe werkgroep opgericht, waaraan ik als vertegenwoordiger van Kerk in Nood ook mag meewerken. Die werkgroep houdt zich niet alleen bezig met de mogelijkheden van een gezamenlijk engagement in Syrië en in het Midden-Oosten, maar ook met nog een ander belangrijk thema. De Paus en de Patriarch van Moskou hebben namelijk ook samen hun bezorgdheid over de bescherming van het menselijk leven en het christelijk gezin tot uitdrukking gebracht. De katholiek-orthodoxe werkgroep heeft onlangs een bijeenkomst gehouden in de curie van de katholieke aartsbisschop van Moskou om te overleggen wat beide Kerken kunnen doen om zich bijvoorbeeld te engageren tegen abortus. Dat is niet iets wat alleen maar theoretisch is. Hier worden kinderlevens gered. Dat is toch het overtuigendste bewijs dat een gemeenschappelijke inzet lonend is.

Welke conclusie trekt u uit de gebeurtenissen?

PH: Ik denk dat de historische gebeurtenissen die zich parallel met onze inzet voltrekken, aantonen dat de samenwerking van katholieken en orthodoxen gezien de dringende uitdagingen een noodzaak is. Ik denk daarbij aan de genocide op de christenen in het Midden-Oosten, aan de waardigheid van het leven, aan de toekomst van het christelijk gezin.  De dialoog mag niet alleen abstract zijn, maar moet door een gemeenschappelijk optreden en door gezamenlijke initiatieven worden ondersteund. Beide Kerken treden bij concrete projecten samen naar buiten en spreken met vereende stem. Ook in dit opzicht was de ontmoeting tussen paus Franciscus en patriarch Kirill in Havanna richtingwijzend en een oproep om zich in de toekomst te blijven inzetten.

Door Eva-Maria Kolmann

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation