Steun voor het leven en het dienstwerk van de dochters van de verrijzenis in Rwanda

FacebookTwitterGoogle+

De grensregio tussen Rwanda, Oeganda en de Democratische Republiek Congo wordt nog steeds beheerst door gewelddadige rebellentroepen. Het Rwandese volk draagt tot op de dag van vandaag de gevolgen van de slachtingen in de negentiger jaren. Toch wonen er hier – zo lang het menselijkerwijs mogelijks is – ongeveer 47 zusters van de congregatie Dochters van de Verrijzenis – en werken ze zij aan zij met het lijdende volk en delen in hun vreugdes en verdriet. Daarom houdt de bevolking ook zo van de zusters.

Afrikaans
140410 dochters_6.jpgHun landbouwbedrijfje is een voorbeeld voor de regio. Met eenvoudige werktuigen slagen ze erin moerassen droog te leggen en tropisch woud bloot te leggen. Bovendien zijn de Dochters van de Verrijzenis helemaal afgestemd op de Afrikaanse cultuur, dat is ook niet zo verwonderlijk want het zijn zelf allemaal Afrikaanse vrouwen. Daarmee vervullen ze de droom van hun stichteres, de Belgische Moeder Hadewijch, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw een volwaardige Afrikaanse congregatie wilde oprichten met een échte Afrikaanse geest.

Pastorale en sociale inzet140410 dochters_2.jpg
Sindsdien is de congregatie spectaculair gegroeid. Vandaag werken de zusters in lokale gezondheidscentra en hospitalen waar er een tekort is aan artsen en ander goed opgeleid personeel. Ze zorgen voor aids-zieken en redden elke dag met de uitbating van een soepkeuken duizenden mensen van een gewisse hongerdood. Ze verzorgen zieken en ouderen, onder hen ook oudere priesters, en leren kinderen lezen en schrijven. Jaarlijks keert elke zuster ook terug naar haar geboortedorp om een tijdje door te brengen bij het eigen volk, bij de vrienden en de familie om hen één en ander aan te leren wat ze zelf heeft opgestoken. Zo blijven de zusters ook in contact met hun thuisparochie.

Op zijn minst even belangrijk is de sociale inzet van de zusters in hun pastoraal werk in de parochies. Een priester in Rwanda bedient gemiddeld 20 parochies en kapellen – een taak die hij nooit zou kunnen vervullen zonder de hulp van de zusters die catechese geven en de jeugdgroepen begeleiden. De zusters zijn tegen die taak opgewassen dankzij hun diepgaand gebedsleven. De zusters vormen immers een semi-contemplatieve religieuze gemeenschap.

Geweld
Al van bij de oprichting kreeg de congregatie te maken 140410 dochters_8.jpgmet geweld. Enkele van de zusters waren zelf een slachtoffer van de genocide in de negentiger jaren. Ze weigerden in te gaan op de vraag van de bisschop om de streek te verlaten omdat ze zich verantwoordelijk voelden voor de vele mensen waarvoor ze zorgden. Waarschijnlijk zagen ze ook niet het gevaar dat hen bedreigde. Hoedanook, de overste van de zusters antwoordde met instemming van alle zusters: “We zijn bang, maar voelen ons niet onmiddellijk bedreigd. Er is geen priester in de parochie en de gelovigen rekenen op ons. We kunnen het nu niet opbrengen om hen zonder Heilige Communie te laten en op de vlucht te slaan wanneer het gevaar niet al te groot is. We blijven hier bij de christenen. We mengen ons niet in politieke zaken en we doen niemand kwaad. We hopen dat er ons niets zal overkomen.” Uiteindelijk werden er slechts vijf zusters geëvacueerd. Op een nacht drongen de rebellen bij de zusters binnen en vermoordden zes van de zeven achtergebleven zusters en twee bezoekers. Ze werden met machetes afgemaakt. Slechts één zuster overleefde de aanval maar ze werd vreselijk verminkt. Het klooster moest gesloten worden.

Het zou tot 2005 duren vooraleer opnieuw een kleine groep van de Dochters van de Verrijzenis naar
Rwanda kon terugkeren en opnieuw hun gruwelijk ontheiligde klooster betrokken, na de inzegening door de plaatselijke bisschop, Mgr. Alexis Habiyambere. Met de hulp van Kerk in Nood zijn ze erin geslaagd het klooster te renoveren en uit te breiden zodat er plaats is om gasten te ontvangen en de oogst droog op te slaan. Ze konden ook de eigen kippenkwekerij opnieuw opstarten. Toch kunnen ze niet helemaal voor zichzelf instaan zonder hulp van buitenaf. Al de liefde en dankbaarheid die ze ontvangen voor hun dienstwerk is niet genoeg om hun lege magen te vullen.

Daarom vroeg de priorin van de gemeenschap in Rwanda, Zr. Marie Rose Kuramukobwa, om onze hulp verder te zetten. “De zusters geven zich met het volle hart, in de catechese, de kinderverzorging, het bijstaan van vrouwen of de verpleging in de kliniek”, schrijft ze ons. De gemeenschap heeft net het dak gerepareerd van het hoofdklooster, maar de novicen in het noviciaat in Masaka leven er nog steeds zonder elektriciteit en bidden bij kaarslicht. Daarom beloofde Kerk in Nood 25.000 euro aan de zusters om de meest dringende kosten te dekken. Help ons zodat we onze belofte aan de zusters te kunnen houden!

Om dit project te steunen, gebruik volgende mededeling voor uw gift. Bedankt! NC-Rwanda-2014-INT

Elke gift wordt voor deze of gelijkaardige projecten en voor de pastorale opdracht van Kerk in Nood I Oostpriesterhulp gebruikt.

FacebookTwitterGoogle+

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

FacebookTwitterGoogle+

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation