Pisiga: Migranten aan de Chileense grens

FacebookTwitterGoogle+

Op zijn reis naar Chili zal paus Franciscus de stad Iquique in het noorden van het land bezoeken, waar talrijke migranten wonen. Het migrantenprobleem is een grote uitdaging voor de Chilenen.

In Pisiga, aan de grensovergang tussen Bolivia en Chili, heeft de pauselijke stichting Kerk in Nood de bouw van een opvangcentrum voor migranten en van een woonhuis voor de Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo ondersteund.

Het is drie uur ‘s morgens. De temperatuur bedraagt ongeveer tien graden onder het vriespunt. Een jonge vrouw uit Colombia stapt uit een bus. Ze is al acht dagen onderweg. Ecuador, Peru en Bolivia zijn maar tussenstops op een reis die haar uiteindelijk naar Chili moet brengen. De jonge vrouw is afkomstig van Buenaventura. Die stad is niet alleen een van de belangrijkste havens van Colombia, maar tegelijk ook het doelwit van criminele drugsbendes en van de guerrilla. Hier gaan geweld en armoede hand in hand. Ze heeft al haar hoop in Chili gesteld, ook al heeft ze nog maar weinig hoop over nadat ze werd beroofd en mishandeld, vooral aan de controleposten in Peru en Bolivia. De kleine som spaargeld die ze bij zich had, werd haar bij een van de controles afgenomen. Ze kon weliswaar de grens oversteken, maar ze kreeg geen migrantenkaart voor de landen die het Andespact hebben ondertekend. Nu is ze dus een illegale migrant in Bolivia aan de grens met Chili.

Dit is maar een van de vele  verhalen die Fanny Lupa, een van de Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo, elke dag opnieuw te horen krijgt in het opvangcentrum “Missie: aan de grens staan”. De kloosterzusters hebben die instelling in 2011 in Pisiga geopend. “Zij, de armen zelf, hebben ervoor gezorgd dat dit opvangcentrum werd opgericht. God heeft hun kreten en hun hulpgeroep verhoord”, vertelt de kloosterzuster. Want het waren “de kreten van pijn” van onze broeders en zusters, de migranten, die de drie “Dochters van Liefde” hoorden. De meeste vluchtelingen die de overgang in Pisiga-Colchane aan de Boliviaans-Chileense grens oversteken, werden verlaten, zijn eenzaam en bevinden zich in een situatie van sociale uitsluiting. Ze beschikken over helemaal geen middelen om in hun levensonderhoud te voorzien”. Daarom werd dit huis aan de grensovergang Pisiga-Colchane, op 3.800 meter hoogte en aan de Transoceánica, de verbindingsweg tussen Brazilië, Bolivia en Chili, tussen de Atlantische en de Stille Oceaan, opgericht.

Ook de 44-jarige Esther voelt zich volledig in de steek gelaten. Ze komt daar aan samen met haar vier kinderen. “Ze zijn op mij aangewezen. Voor hen ben ik tegelijk de moeder en de vader. Ik vecht voor hen. Alles wat ik doe, doe ik voor mijn kinderen”, zegt ze zonder dat ze haar tranen kan bedwingen. Net als 95% van de migranten, die aan de deur van de “Missie: aan de grens staan” aankloppen, is zij Colombiaanse en een afstammelinge van Afrikanen.

Zuster Fanny lijdt samen met hen: “Ze zijn al sinds acht dagen onderweg zonder dat ze in een bed hebben geslapen, zonder dat ze hebben gegeten … Ze komen hier bijna doodgevroren aan. Bovendien hebben ze vaak last van hoogteziekte. Soms voelen ze zich net alsof ze gaan sterven, want op grote hoogte raken mensen in de war. Eerst en vooral geven we hen een warme mate (een plantenaftreksel). Zodra ze het wat warmer hebben, bieden wij hen iets te eten aan. We tonen hen ook waar ze kunnen slapen. Dan proberen wij ons in een gesprek een beeld te maken van hun situatie.” Ook voor de kloosterzusters zijn de omstandigheden waaronder ze moeten werken zeker niet gemakkelijk. Wegens het koude klimaat, de hevige wind en de grote hoogte moeten zij wegens ziekte vaak worden afgelost.

Na al het leed dat ze hebben meegemaakt en de ervaringen tijdens de harde reis, lijkt de “Missie: aan de grens staan” voor de vluchtelingen echter net een stukje hemel. Zo vertelt Esther: “Ze weten niet voor wie ze de deuren openen. Ze stellen u twee of drie vragen en nodigen u uit om binnen te komen! Daar geven ze u een bed, voedsel en een dak boven het hoofd. Dat is een zegen. Echt waar: die vrouwen zijn een ware zegen.”

Zuster Fanny bevestigt dit: “Ze zeggen dat dit huis voor hen een luxehotel is. Ze kunnen een bad nemen, ze kunnen hun kleren wassen, iets wat ze dagenlang niet konden. Wij moeten hen ook veel moed inspreken.” Behalve een dak boven het hoofd en warmte geven de kloosterzusters de migranten ook informatie en advies, in het bijzonder ook om te vermijden dat die vrouwen, die over weinig middelen beschikken en alleen reizen, niet in de klauwen van mensenhandelaars vallen of in de prostitutie terechtkomen. Ze geven hen ook tips over de diverse mogelijkheden om Chili legaal binnen te gaan. Ze waarschuwen hen voor de risico’s van een illegale binnenkomst in het  land en geven de migranten meer uitleg over hun rechten en plichten.

De kloosterzusters bekommeren zich niet alleen om de lichamelijke toestand en om het algemeen menselijk welbevinden. Daarnaast bidden ze ook samen met en voor de mensen die naar het opvangtehuis komen. Ze voelen zich verbonden met hun pijn en vragen dat iemand verandering zou brengen in de erbarmelijke situatie waarin die mensen verkeren, die slecht worden behandeld en van wie de grondrechten met voeten worden getreden. Ze vragen met aandrang om respect voor die mensen: “Wij voelen ons machteloos op dit vlak. Het doet pijn om te zien hoe de Colombianen, en voornamelijk dan de niet-blanken, wegens hun huidskleur worden afgewezen. Ze worden als tweederangsburgers behandeld. Ik droom ervan dat dit ooit, op een dag, niet langer het geval zal zijn”.

Maar al gauw maakt haar ontmoediging plaats voor strijdvaardigheid: “We weten dat we er niet alleen voor staan. Met uw ondersteuning voor de gemeenschap maakt u deze missie voor de migranten mogelijk. Moge God u allen, broeders en zusters van de hulporganisatie Kerk in Nood tot in alle eeuwigheid zegenen voor het werk dat u doet.”

Zuster Fanny heeft zich ongetwijfeld gesterkt gevoeld toen ze vernam dat paus Franciscus op zijn reis naar Chili een van de plaatsen zal bezoeken die de migranten tijdens hun verblijf in de missie het vaakst vermelden, namelijk Iquique. In die stad wordt verwacht dat “onze broeders en zusters de migranten de Heilige Mis zullen bijwonen” die paus Franciscus daar op 18 januari zal opdragen. De Heilige Vader zal ook voor hen bidden. Vanuit Pisiga zullen de Dochters van Liefde ook samen met hem bidden.

De Dochters van Liefde van Vincentius a Paulo begonnen hun werkzaamheden in een huis dat ze huurden. In de eerste drie jaar ontbrak het daar aan een geschikte uitrusting. De badkamers, de keuken en de slaapzalen voldeden niet aan de behoeften. Vaak moesten ze op de grond slapen. In 2014 ondersteunde Kerk in Nood naast de bouw van het opvangcentrum voor migranten ook die van een woonhuis voor de kloosterzusters. Met de hulp van Kerk in Nood werd in 2017 een systeem met zonne-energie, watertanks en een pompinstallatie gebouwd.

Door Maria Lozano

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation