Peru: “De priesters in de migrantenwijken zijn échte missionarissen”

FacebookTwitterGoogle+

Van 18 april tot 2 mei reisden Marco Macaglia (Verantwoordelijke voor Latijns-Amerika) en Regina Lynch (Directeur van de Afdeling Projecten) naar Zuid-Peru. Van alle Zuid-Amerikaanse landen kreeg dit gebied de meeste steun van Kerk in Nood in 2014 (101 projecten ter waarde van 1,2 miljoen euro). Kerk in Nood hielp vooral op volgende twee terreinen:

  • Pastorale dienstverlening in de buitenwijken van Lima en Arequipa (bouw van nieuwe parochiekerken, kapellen, parochiehuizen en steun voor de evangelisatie met de klemtoon op de roepingenpastoraal en de jongeren)
  • Steun aan de missionarissen in de Noordoostelijke Amazoneregio en in het Zuidelijke berggebied (steun voor religieuze congregaties en pastorale werkers die ver afgelegen gemeenschappen bezoeken, steun voor evangelisatieprojecten, aankoop van voertuigen voor moeilijk toegankelijke gebieden)

Marco Mencalglia en Regina Lynch bezochten drie kerkprovincies (Lima, Arequipa en Cuzco) en acht gebieden in Zuidoost Peru (Arequipa, Puno, Juli, Ayaviri, Sicuani, Cusco, Abancay, Callao).

 

Priestertekort

Voorgevel van de kathedraal van Puno.

Voorgevel van de kathedraal van Puno.

Het werd snel duidelijk dat Peru kampt met een tekort aan priesters. Hoewel 81 procent van de Peruvianen gedoopt is en ondanks de diep gewortelde volksdevotie is er toch een groot gebrek aan zelfs de meest elementaire kennis van het katholieke geloof en is er slechts een beperkt aanbod van pastorale zorg.

Door het gebrek aan priesters, vooral in de Hoge Andes – soms in gebieden met een hoogte van 4000 m boven de zeespiegel – met kleine gemeenschappen (vaak met niet meer dan 100 parochianen) kan de mis slechts eenmaal per week worden gevierd. Daarom worden deze gemeenschappen in de bergen en het Amazonegebied vooral bezocht door missionarissen, zusters en lekenbroeders die gebedsdiensten organiseren en de gelovigen voorbereiden op de sacramenten.

Duale samenleving

Peru is geen gemakkelijk gebied voor het pastorale werk. Er zijn veel regionale verschillen en de samenleving kent ook extreme verschillen tussen rijk en arm: de bekende stad Cuzco profiteert van zijn bekendheid als toeristische trekpleister en zijn mooie kerken, maar slechts enkele kilometers verderop in de bergen heerst er een armoede die in het Westen ondenkbaar is. In de Altiplano (hoogvlakte) staan nog steeds huizen die geen waterleiding hebben en geen elektriciteit. Het merendeel van de katholieken zijn arme boeren die leven van de schaarse opbrengsten van hun land.

Nieuwe bisschoppen

Dorpje op de Altiplano. Kleren drogen in de zon.

Dorpje op de Altiplano.
Kleren drogen in de zon.

Marco Mencaglia en Regina Lynch waren vooral onder de indruk van wat ze zagen in Juli en Ayaviri, twee prelaturen in de Hoge Andes (Juli ligt op 3800 m boven de zeespiegel en Ayaviri 4500 m boven zeeniveau). In 2006 bezochten de nieuw benoemde bisschoppen Mgr. José Maria Ortega van Juli en Mgr. Kay Martin Schmalhausen van Ayaviri het hoofdkwartier van Kerk in Nood en spraken over hun moeilijke begintijd. Het gezag van de Kerk werd er verworpen. De mensen konden evenmin om met de hiërarchie van de Kerk. Sinds 1970 werkten er een aantal buitenlandse organisaties in de twee prelaturen en hun aandacht ging vooral naar sociale projecten. De nieuw aangeduide bisschoppen troffen veel gebouwen aan maar er waren maar weinig mensen met een basis aan geloofskennis. Er waren ook bijna geen seminaristen (slechts één in Juli). De laatste 10 jaar is er veel veranderd: vandaag telt de prelatuur 48 seminaristen en Ayaviri studeren negen jonge mannen aan het seminarie. Vandaag wordt de katholieke Kerk wel geaccepteerd als een volwaardige partner. Marco Mencaglia: “In deze afgelegen gebieden van zuidelijk Peru staat ze dicht bij het volk, vaak dichter dan de politieke overheden zelf.”

De prioriteiten van de nieuwe bisschoppen gaan naar een goede vorming van de seminaristen en naar de pastorale zorg voor de gelovigen. Kerk in Nood heeft sinds 2006 gesteund met een bedrag ter waarde van 97.982 euro, vooral met beurzen voor de vorming van seminaristen en catechisten.

Missionarissen in de buitenwijken

David, een Spaanse missionaris, die werk in de migrantenwijken van Arequipa

David, een Spaanse missionaris,
werkt in de migrantenwijken van Arequipa

Heel anders dan de pastorale zorg in de hooglanden is de enorme uitdaging van het pastorale werk in de migrantenwijken, bijvoorbeeld in Callao, de noordelijke randgemeente van de Peruviaanse hoofdstad Lima. Met een bevolking van bijna 10 miljoen is Lima de derde grootste stad in Latijns-Amerika, na São Paulo en Mexico City. Callao groeit nog steeds als gevolg van de voortdurende inwijking uit de landelijke gebieden. In Callao wonen twee miljoen mensen, de meesten in krotten op zandige ondergrond – vaak zonder water en elektriciteit en zonder openbaar vervoer. Net als in andere buitenwijken van grootsteden zoals Arequipa, kampen ze met te krappe huisvesting, seksueel geweld, partnergeweld en wijdverbreid alcoholisme. Veel jonge vrouwen wonen alleen met hun kinderen.

Huis van de Roeping

Mgr. José Luis de Palacio y Pérez-Medel is nu al vijf jaar de herder van het bisdom Callao, nadat hij eerder er al 30 jaar missionaris was. De migranten komen naar hier afgezakt in de hoop werk te vinden en een beter leven op te bouwen. “De priesters in deze stedelijke migrantenwijken zijn echte missionarissen. We moeten deze mensen laten voelen dat de Kerk bij hen wil zijn in deze vergeten wijken, zo dicht bij de weelde van het rijke stadscentrum”, vertelt Marco Mencaglia. Eén priester draagt dikwijls de zorg voor 40.000 tot 50.000 gelovigen in een groot gebied met zeer povere levensomstandigheden. De bisschop, in Callao en ook in Arequipa, benadrukt de vorming van de religieuzen en leken en heeft een zeer ambitieus pastoraal plan ter bevordering van de roepingen. Met dat doel bouwt hij een ‘Huis van de Roeping’ waarvan nu twee verdiepingen al klaar zijn. In het huis worden leken opgeleid. Kerk in Nood steunt het project voor 40.000 euro. Het aantal seminaristen stijgt geleidelijk, 92 vandaag in het seminarie van Callao, en ze komen ook uit de naburige bisdommen.

Contemplatieve kloosters groeien

Voor het eerst kwam er ook een klooster met een contemplatief gebedsleven in de bergregio’s van Peru, dat meteen een plotse groei kende: jonge meisjes sluiten zich aan bij de zusters en tonen dikwijls belangstelling voor hun eenvoudige leven en treden in het klooster dat voor het bisdom een geschenk is voor het geloof. Marco Mencaglia en Regina Lynch hadden een ontmoeting met de ‘Hermanas Trinitarias’ in Ayaviri die op het punt staan een huis te openen in Sicuani. In Abancay spraken ze met de ‘Hermanas Carmelitas’ en in Arequipa met de ‘Hermanas Justinianas’. Al deze lekenbroeders worden door Kerk in Nood gesteund in projecten van levensonderhoud.

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation