Nigeria: terroristische Peul begaan slachtpartijen die vergelijkbaar zijn met die van Boko Haram

FacebookTwitterGoogle+

Mgr. Joseph D. Bagobiri

Königstein, 21.12.2016. Tussen 2006 en 2014 werden in Nigeria meer dan 12.000 christenen omgebracht en 2.000 kerken vernield door terroristische aanslagen. Dit zijn cijfers die werden aangehaald door Mgr. Joseph D. Bagobiri, de bisschop van het bisdom Kafanchan in de deelstaat Kaduna, naar aanleiding van zijn bezoek aan de Italiaanse zetel van Kerk in Nood. Het is voornamelijk aan de islamistische integristen van de groep Boko Haram toe te schrijven dat Nigeria op de derde plaats komt in de rangschikking volgens de “wereldwijde terrorisme-index van 2016”. Mgr. Bagobiri wijst er echter op dat Boko Haram niet de enige groep is die terreur zaait in dit Afrikaanse land: “In de afgelopen drie maanden werd op meer dan de helft van het grondgebied van het zuidelijk deel van de deelstaat Kaduna een toename opgetekend van de aanvallen door de terroristische groepering van islamitische Peul veetelers  (FHT), een terroristische groep nomadische herders van de Peul-etnie. In het Westen is die groep nagenoeg niet gekend, voegt de prelaat eraan toe, maar de Nigeriaanse bisschop geeft een opsomming van de misdaden die sinds september werden begaan: 53 platgebrande dorpen, 808 dodelijke slachtoffers, 57 gewonden, 1.422 vernielde huizen en 16 verwoeste kerken”.

De Peul zijn een nomadische bevolkingsgroep van herders die kudden laten grazen, wat al sinds lang tot onophoudelijke conflicten leidt met de landbouwers uit de regio. In de laatste tijd hebben de aanvallen echter een compleet andere omvang aangenomen dan het geval was bij de vroegere conflicten tussen landbouwers en veetelers wegens het feit dat die laatsten tegenwoordig “geavanceerde wapens gebruiken die ze vroeger niet hadden, zoals AK-47 geweren waarvan we de herkomst niet kennen”, legt Mgr. Bagobiri uit. Daarnaast zijn de redenen van dit verschijnsel niet meer uitsluitend dezelfde als vroeger: “Naast de sociale of economische redenen, die al lang aan de basis van de conflicten liggen, onder andere de verdeling van de grond en het gebrek aan graasland, is de dimensie van het probleem veranderd, want de Peul zijn moslims en de gronden behoren toe aan christelijke etnische groepen. Het lijdt dus geen twijfel dat er tegenwoordig ook een religieuze motivering meespeelt. Beide motieven zijn aanwezig, maar de laatste tijd heeft de religieuze factor de bovenhand gekregen: het conflict is omgeslagen in een religieuze vervolging”.

Het feit dat bij talrijke bevolkingsgroepen in het bijzonder de kleine handelszaken van de christenen en de kerken worden aangevallen, is een duidelijke aanwijzing, meent Mgr. Bagobiri. “Er kan ook niet worden van uitgegaan dat het geweld gericht is tegen een bepaalde etnische groep, aangezien de christenen tot diverse verschillende etnische groepen behoren”, aldus de bisschop.

Ondanks de sterke dreiging voor de christenen voegt de prelaat eraan toe: “De vervolging in Nigeria krijgt niet dezelfde internationale aandacht als bijvoorbeeld die in het Midden-Oosten”. En wat erger is voor de bisschop: zelfs de Nigeriaanse overheid schenkt er onvoldoende aandacht aan. “Die aanvallen en aanslagen vinden plaats te midden van de onverschilligheid van een overheid die zich ertoe beperkt te observeren, terwijl de bevolking blootgesteld is aan het geweld van gewapende terroristen”. De bisschop voegt er nog aan toe: “de politiediensten beschikken niet over de geschikte wapens om op te treden, of hebben geen bevel gekregen om tussen te komen”.

Mgr. Bagobiri is van oordeel dat die terroristische dreiging eveneens verband houdt met het toenemende islamitische integrisme in het land en met de sharia die in 12 van de 36 Nigeriaanse deelstaten, waaronder Kaduna, is ingevoerd. De islamitische wet is één van de oorzaken van “ongelijkheid en discriminatie, want de islamitische rechtbanken hebben de neiging om moslims die zich bijvoorbeeld schuldig hebben gemaakt aan misdaden als het vermoorden van christenen die verdacht worden van godslastering vrij te spreken”, besluit Mgr. Bagobiri.

Voor meer informatie over Nigeria, zie het Rapport over de Vrijheid van Godsdienst dat door de pauselijke stichting Kerk in Nood op 15 november 2016 werd voorgesteld.

http://religious-freedom-report.org/nl/report/nigeria/

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation