Kerk in Nood helpt al 50 jaar in Afrika

FacebookTwitterGoogle+

Kerk in Nood helpt al 50 jaar de Kerk in Afrika. Zusters, paters, priesters en bisschoppen ontvingen steun voor hun parochies, Getuigenis Mgr. Vanbuel LRscholen en ziekenhuizen. Mgr. Albert Vanbuel kon steeds rekenen op Kerk in Nood toen hij 20 jaar lang missionaris was in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waarvan 10 jaar bisschop van het noordelijke bisdom Kaga-Bandoro. “In 1990 vroegen de Centraal-Afrikaanse bisschoppen Salesianen, omdat 60% van de bevolking jonger is dan 25 jaar en de jongeren een vergeten groep waren.” De zaden van het Evangelie werden gezaaid door de Spiritijnen van Brazzaville sinds 1993. De Centraal-Afrikaanse Republiek is een jong katholiek land en groeit nog in aantal en in spiritualiteit. “De Kerk doet veel caritaswerken en is ervoor gekend. De sociale pastoraal bestaat vooral uit onderwijs en gezondheidszorg. De overheid doet hiervoor bijna niets. Alle missiescholen werden genationaliseerd en zijn nu ruïnes. De overheid vraagt om de scholen te heropenen. Zij hebben geen geld om leerkrachten te betalen, maar de scholen zouden wel terug geopend moeten worden.” Zo omschrijft Mgr. Vanbuel de uitdaging waar de Kerk voor staat.

Gewapende jongeren

In december 2012 ontstonden de Séléka, wat betekent ‘verbond’. Alle autoriteiten vluchtten voor de moordende rebellen, het leger ook. Men wilde reageren en nam de naam Anti-Balaka aan, wat betekent: ‘ik ben tegen de kogels die wonden slagen’. Er ontstonden veel verschillende groepen met elk hun chef. Om te overleven zetten ze overal wachtposten, waar betaald moest worden om door te rijden. Miljoenen jongeren, ook 14-jarigen, deden mee met de rebellen. Ze kregen wel Kalasjnikovs, maar werden niet betaald. De chef besliste wie ze moesten doden. De rebellen vernielden de velden van de boeren, verdreven hen en namen hun vee mee. De mensen moesten vluchten, omdat er geen veiligheid was. Sinds 2014 waren er miljoenen vluchtelingen.

De moed van pater Bernard Kinvi

Pater Bernard Kinvi van de orde van Sint-Camillus is directeur van het missieziekenhuis Heilige Johannes Paulus II in Bossemptele, dat in handen van de Séléka was gevallen. De Anti-Balaka waren nog buiten hun dorp. Pater Kinvi bemiddelde met beide rebellengroepen. Toen hij voor de eerste keer ging onderhandelen, nam hij een ziekenwagen mee. Hij werd omsingeld en ervan beschuldigd spion te zijn. Hij bleef rustig. De chef vroeg hem wat hij echt kwam zoeken. “Ik zei dat ik wist dat er gevochten was en dat ik veel Séléka verzorgde, maar geen Anti-Balaka. Dat was niet normaal.” Pater Kinvi wist dat er gewonden moesten zijn en zei dat hij ze wilde verzorgen. Omdat hij de moed had om zo’n risico’s te nemen, werd hij toegelaten om de gewonden te verzorgen. “Een rebel moest met het geweer omhoog voor de auto lopen en roepen dat ze niet mochten schieten, omdat het geen gewapende mannen waren.” Iedereen kwam uit het oerwoud en zo konden zij de zieken medicatie geven en de gewonden verzorgen. Pater Bernard Kinvi bleef samen met Karmelietessen in het ziekenhuis, wakend over wat er gebeurde, onderhandelend. Zelfs kleine kinderen werden met machetes bewerkt. Hij verzorgde alle gewonden die binnengebracht werden en zij begroeven de doden. Niemand deed dat nog. Ze vonden zelfs verbrande lichamen in de huizen die zij dan begroeven. Verder moest iedereen gevoed, verzorgd en beschermd worden.

Paus Franciscus: “Vrede en liefde!”

De situatie veranderde met het bezoek van paus Franciscus op 29/30 november 2015. “Unité, dignité, travaille: de getuigenis pater kinvi LRleuze van het land. Dit moeten jullie doen,” zei de Paus. Tijdens een avond voor de jongeren in de kathedraal, zei hij: “Jullie zijn als een bananenboom: groeit steeds en geeft vruchten. Bovendien vlucht een boom niet, maar blijft ter plaatse. Je moet niet vluchten, maar in jullie land blijven en meewerken om de situatie te veranderen: samenwerken!”. De Paus liet zich door iedereen aanraken, zodat zijn habijt rood werd zoals de grond. Hij zei steeds in het Sango “vrede en liefde”. Iedereen herhaalde deze woorden van de Paus als een refrein.

De Kerk in de Centraal-Afrikaanse Republiek heeft uw hulp nodig om leerkrachten, dokters, verplegend personeel en medicatie te betalen. Er is ook steun nodig voor de vorming van priesters en leken. Kortom, alle acht projectvormen die Kerk in Nood ondersteunt zijn nodig. Help deze jonge Kerk om hoop en toekomst te schenken aan de Centraal-Afrikaanse Republiek: “Kerk van de Centraal-Afrikaanse Republiek, sta op, schitter, toon dat je er bent!”

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation