Irak: “Velen blijven hopen om naar huis terug te keren.”

FacebookTwitterGoogle+

Mgr. Bashar Warda

Christelijke intern ontheemden in de regio van Erbil hebben nood aan voedselhulp. Meer dan de helft van de verdrevenen zijn vrouwen, kinderen en bejaarden.

Interview van de pauselijke stichting Kerk in Nood met de Chaldeeuwse aartsbisschop Bashar Matti Warda CSsR van Erbil over de situatie van de christelijke gezinnen in Erbil, die in de zomer van 2014 door IS uit Mosoel en uit de Vlakte van Nineve werden verdreven.

Kerk in Nood: Hoe zou u de levensomstandigheden en de algemene toestand van de christelijke intern ontheemden in Erbil beschrijven?

Aartsbisschop Bashar Matti Warda: In de ruime regio rond Erbil wonen nog altijd meer dan 10.000 christelijke intern ontheemde gezinnen. Velen hopen dat ze naar hun huizen in de Vlakte van Nineve zullen kunnen terugkeren, maar voor de meesten zijn het bijzonder onzekere tijden, aangezien het conflict in de regio nog altijd voortduurt en noch de centrale regering in Bagdad noch de autonome Koerdische regering in Erbil een haalbaar veiligheidsplan kunnen voorleggen. Ook voor de wederopbouw in die steden is er op dit ogenblik van Koerdische noch van Iraakse kant een echt plan uitgewerkt en wordt er geen ondersteuning verleend. De veiligheidssituatie en de civiele infrastructuur zijn de grootste hinderpalen voor de intern ontheemden die op dit ogenblik in de ruime regio rond Erbil wonen. Onder die omstandigheden zijn de meeste intern ontheemden niet bereid om naar hun huizen terug te keren, vooral niet in het door Irak gecontroleerde deel van de Vlakte van Nineve, waartoe Karakosh behoort.

De toestand in het gebied onder Koerdische controle, waartoe de steden Telskuf, Batnaja en Bakofa behoren, is iets overzichtelijker wat de veiligheidssituatie betreft en de mensen beginnen terug te keren. Voor de heropbouw zijn degenen die terugkeren echter wel volledig op private inspanningen aangewezen, zodat hun aantal nog altijd eerder beperkt blijft.

Hoe ziet de economische situatie van de gezinnen eruit? Hoe zijn hun levensomstandigheden? Op welke domeinen is de nood het grootst?

Nagenoeg alle vluchtelingengezinnen zijn werkloos of werken voor de overheid zonder dat ze daarvoor behoorlijk worden betaald. Ze houden het hoofd voornamelijk boven water door op straat allerhande goederen te verkopen, meestal zonder dat ze over de noodzakelijke vergunning beschikken. Velen die in het begin van de crisis wat spaargeld aan de kant hadden gelegd,  hebben het meeste daarvan in de afgelopen drie jaar opgebruikt. Wij gaan ervan uit dat financiële en humanitaire hulp in de komende maanden steeds noodzakelijker zal worden. De grootste nood doet zich voor op het gebied van huisvesting, levensmiddelen en medische verzorging.

Waarom hebben ze geen werk? En als ze werk vinden, wat kunnen de mensen met hun loon aanvangen, op voorwaarde dat ze een loon krijgen?

De meeste intern ontheemden hebben geen officieel werk, enerzijds wegens de economische crisis die door de oorlog werd veroorzaakt en anderzijds omdat ze als intern ontheemden worden gediscrimineerd. Vele verdrevenen zijn nog via hun vroegere woonplaats in dienst van de overheid, maar dit is min of meer alleen maar een baan op papier. Wegens de crisis die de economie en de centrale regering in Bagdad doormaken, krijgen ze geen behoorlijk loon uitbetaald. Wie een baan heeft, verdient doorgaans minder dan 1.000 US-dollar per maand. Dat bedrag ligt ver onder wat een gezin voor huishuur, levensmiddelen, medische zorgen en andere levensnoodzakelijke dingen nodig heeft.

Hoe ziet de situatie voor de kinderen en de jongeren eruit?

Wegens het grote engagement van de Kerk konden er voor de kinderen van de intern ontheemden kleuterscholen en basisscholen worden opgezet. De middelbare scholen krijgen nog altijd leerkrachten en middelen via officiële weg. De toegang tot het hoger onderwijs is voor intern ontheemden nog altijd een probleem en talrijke studenten hebben hun studies moeten uitstellen. Aan de universiteiten in de Koerdische Autonome Regio wordt in het Koerdisch les gegeven en slechts weinige intern ontheemde studenten beheersen die taal vlot. Voor de intern ontheemden is dit een enorme hinderpaal. In de nieuw opgerichte katholieke universiteit in Erbil wordt in het Engels les gegeven en door de toekenning van studiebeurzen wordt naar een oplossing voor het probleem gezocht. Daarvoor zijn er echter nog meer financiële middelen nodig.

Hoe ziet de toestand voor de bejaarden eruit?

Voor de bejaarden is de toestand bijzonder kritiek. Vele ouderen werden achtergelaten door hun kinderen die naar het buitenland zijn gevlucht. De meeste van die oudere mensen kunnen zich voor hulp alleen nog tot de Kerk wenden. Het aartsbisdom Erbil heeft herhaalde malen initiatieven ondernomen om huisvesting en verzorging uit te bouwen voor bejaarden, maar ze is er niet in geslaagd om de noodzakelijke financiële ondersteuning vast te krijgen, aangezien de nadruk op de behoeften van de meerderheid van de bevolking wordt gelegd. Vele van die bejaarden hebben nu echter geen familie meer die hen ondersteunt. Bijgevolg zal dit probleem blijven bestaan ook wanneer de bevolking als geheel opnieuw naar de Vlakte van Nineve terugkeert.

Aan hoeveel personen/gezinnen zal de voedselhulp ten goede komen? Hoeveel van die begunstigden zijn kinderen, bejaarden en zieken?

Het aantal intern ontheemden schommelt voortdurend. Volgens actuele ramingen wonen er nog minstens 10.000 gezinnen die voedselhulp nodig hebben in de ruime regio rond Erbil. Vrouwen, kinderen en bejaarden maken meer dan de helft van alle verdrevenen uit. Aangezien er onvoldoende coördinatie is tussen de diverse medische instellingen bestaan er geen betrouwbare statistieken over het aantal zieken. Berichten uit de ziekenhuizen in het aartsbisdom Erbil wijzen erop dat er vooral onder de oudere mensen veel chronische ziekten voorkomen, die kunnen worden toegeschreven aan de zware belastingen en de externe omstandigheden waarmee de intern ontheemden worden geconfronteerd.

In welke toestand bevindt een gezin zich doorgaans wanneer het dergelijke hulp nodig heeft?

In de regel heeft een vluchtelingengezin geen werk of geen voldoende groot en regelmatig inkomen. Meestal gaat het om ouders met kinderen en zeer vaak wonen ook de grootouders bij hen. Zoals ik eerder al heb vermeld, neemt het aantal bejaarde intern ontheemden dat niet op de steun van familieleden kan rekenen steeds verder toe. De intern ontheemden wonen hetzij in het laatste vluchtelingenkamp dat nog open is (Aschti 2), hetzij met twee tot vier gezinnen samen in een groepshuisvesting. Ze krijgen huursubsidies uit het hulpprogramma van het aartsbisdom.

Hoe gaat het nu met de intern ontheemden in Erbil nadat de dorpen in de Vlakte van Nineve werden bevrijd? Waar gaan hun gedachten naar uit, hoe zijn hun gevoelens, welke hoop koesteren ze en welke zorgen dragen ze met zich mee?

De gevoelens en de houdingen van de intern ontheemden verschillen naargelang de stad waaruit ze afkomstig zijn en de economische toestand waarin ze zich bevinden. De intern ontheemden uit steden in het Koerdische gebied zijn optimistischer, aangezien de omstandigheden voor hun terugkeer beter zijn. Ze kunnen terugvallen op een kerkelijke leiding en de nodige veiligheidsstructuren zijn voorhanden. De intern ontheemden uit het Iraakse gebied – die 70 procent van de totale christelijke bevolking vertegenwoordigen – zijn over het algemeen bijzonder onzeker en angstig. Hun steden werden weliswaar ‘bevrijd’, maar de politieke situatie is nog altijd onduidelijk en de toestand blijft zeer gevaarlijk. Ze maken zich grote zorgen over het feit of ze langdurig naar hun steden zullen kunnen terugkeren en of ze hun vroegere leven opnieuw zullen kunnen opnemen. Indien ze geen ondersteuning krijgen, dan zullen ze elders in de Koerdische Autonome Regio of in het buitenland een nieuw leven beginnen.

Ik zou erop willen wijzen dat de Kerk, vooral het aartsbisdom Erbil, de intern ontheemden ondersteunt, ongeacht de Kerk waartoe ze behoren. Het aartsbisdom organiseert sinds het begin van de crisis huisvesting, voedselhulp en medische verzorging. Het aartsbisdom fungeert als permanent contactpunt voor de intern ontheemden. Overal, in de hele regio, heerst angst omdat de situatie nog altijd onveilig en onzeker is. Ze weten dat de Kerk hen in die onzekerheid bijstaat, maar ze weten ook dat de Kerk slechts over beperkte mogelijkheden beschikt om te helpen. Wat hun geloof betreft, blijven ze standvastig te midden van de vervolging rondom hen, maar behalve de hulp die ze van de kerkelijke organisaties ontvangen, voelen de christelijke intern ontheemden zich nog altijd in de steek gelaten, zowel door de  Iraakse regering, door het buitenland als door de grote internationale hulporganisaties.

Hoe beoordeelt u de psychische toestand van de intern ontheemden? Zijn vele mensen getraumatiseerd? Wat betekent dat voor de gezinnen?

De psychische toestand en de trauma’s die de intern ontheemden hebben opgelopen zijn een apart probleem. Bij degenen die het geweld rechtstreeks hebben meegemaakt, is er zonder enige twijfel sprake van een posttraumatische stressstoornis. Vele volwassenen krijgen te maken met depressies en angststoornissen. Enerzijds is de medische en psychologische behandeling van dergelijke patiënten onvoldoende gegarandeerd, anderzijds staan de patiënten er wegens hun culturele achtergrond weigerachtig tegenover om hun psychische zwakten toe te geven. Wij maken ons grote zorgen over de langdurige psychische gevolgen voor de intern ontheemden. De toestand wordt door de aanhoudende crisis alsmaar erger.

Anderzijds zijn ze ondanks het aanhoudende leed toch zeer standvastig gebleven in hun geloof, nietwaar? Welke hoop en welke dromen koesteren de mensen in een dergelijke situatie?

De vervolging waaronder de intern ontheemden hebben geleden, heeft hun christelijk geloof ontegenzeggelijk versterkt. Dat stellen wij elke dag opnieuw vast. De existentiële bedreiging van hun geloof heeft ertoe geleid dat de mensen een diepere waarde toekennen aan het geloof in hun leven. In dit opzicht is hun geloof sterk gebleven of zelfs nog sterker geworden.

Hun hoop gaat in het bijzonder uit naar het welzijn van hun kinderen. Het is dezelfde hoop die we overal ter wereld terugvinden. Zullen ze veilig kunnen leven? Zullen ze een goede opleiding krijgen? Zullen ze werk vinden? Zullen ze in een samenleving terechtkomen waarin ze geïntegreerd zijn? De meeste intern ontheemden hopen dat dit in Irak mogelijk zal zijn, maar zolang de toestand onzeker is, komen hun veiligheid en hun overleving op de allereerste plaats.

——

Sinds maart 2016 is Kerk in Nood de enige hulporganisatie die deze intern ontheemden regelmatig hulp heeft gestuurd. Sinds het begin van de crisis in 2014 heeft Kerk in Nood voor ongeveer 13.160.000 euro voedselhulp ter beschikking gesteld en de bouw van huisvesting met 9.956.100 euro ondersteund.

Door Maria Lozano

 

 

 

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation