In Zuid-Soedan voeren gewone burgers een dagelijkse strijd om te overleven

FacebookTwitterGoogle+

Zuid-Soedan, in het hart van Afrika, is de jongste natie ter wereld. Het land werd in juli 2011 onafhankelijk van Soedan. Twee jaar later brak er een burgeroorlog uit tussen de regeringspartij Sudan People’s Liberation Army (SPLA) en de oppositie. Ondertussen is het conflict uitgegroeid tot een brutale stammenoorlog. De “Overeenkomst betreffende de oplossing van het conflict in de Republiek Zuid-Soedan”, die door beide partijen in het conflict in augustus 2015 werd ondertekend, bracht slechts een tijdelijke vrede. Afgelopen zomer laaiden de gevechten opnieuw op. Ondertussen lijden de gewone burgers van Zuid-Soedan, die vastzitten tussen de twee fronten, honger. De Verenigde Naties schatten dat er in het land 1,7 miljoen ontheemden zijn, van wie er 75 procent een dagelijkse strijd voeren om te overleven in de drie bondsstaten die het ergst door de conflicten zijn getroffen: Unity, Upper Nile en Jonglei.

De internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood had een gesprek met een pastorale medewerker in Zuid-Soedan, die anoniem wenst te blijven. Hij lichtte de oorzaken van de crisis toe en beschreef de noodsituatie waarin de mensen verkeren.

Zou u ons de politieke toestand in Zuid-Soedan kunnen beschrijven?

De aanhangers van de president binnen de SPLA hebben de machtsstrijd tegen de voormalige vicepresident, die één van de voornaamste stammen in Zuid-Soedan vertegenwoordigt, in hun voordeel beslecht. De situatie is bijzonder complex. Er zijn verscheidene stammen bij de gevechten betrokken en het leger onderdrukt op een brutale manier een aantal stammen die het als “rebellen” beschouwt. Het leger is voor de dood van onschuldige burgers en voor de vernieling van woningen verantwoordelijk. De geschiedenis van de regio is heel ingewikkeld en gekenmerkt door talloze oorlogen. Zuid-Soedan, dat een overwegend christelijke bevolking heeft, scheurde zich los van het voornamelijk islamitische Soedan. De lokale traditionele stammenculturen konden echter nog niet van de voordelen van de economische, sociale en politieke ontwikkeling profiteren.

Welke rol speelt de stammencultuur in het conflict?

In het land overheerst de overtuiging dat de stam de belangrijkste sociale eenheid is en dat elk individu de stammen ook vandaag de dag nog moet dienen zoals de ouderenraad hen oplegt. In Zuid-Soedan wonen talrijke stammen naast elkaar. Ze vechten voor het bezit van runderen als symbool van macht en rijkdom. Bij het conflict ging het nooit om haat of volkerenmoord. De reden van elk gevecht was het streven naar rijkdom. Kort gezegd, het ontbreekt de mensen in Zuid-Soedan aan een identiteit als natie. Hun trouw tegenover hun stam komt op de allereerste plaats – en dat leidt vaak tot conflicten.
Tegenwoordig is het echter zo dat de leiders van de verscheidene stammen niet meer vechten om meer runderen te bezitten, maar om politieke macht en geld te verwerven (bijv. aardolie, hout, bodemschatten). Die elites zijn meer bekommerd om hun eigen voordeel dan om het welzijn van hun mensen, van wie er velen verhongeren. Het inflatiepercentage in het land bedraagt maar liefst 800 procent!
Misschien wel het ergste aspect van het conflict is dat de stamhoofden hun strijd om politieke en economische macht voorstellen als een etnisch conflict – wat absoluut niet het geval is. De leden van de diverse stammen haten elkaar niet. Ze zijn getraumatiseerd door de eindeloze oorlogen en gevechten. Ze willen in een vreedzame samenleving leven, maar de ambities van hun leiders vormen een hinderpaal op de weg naar vrede.

Welke effecten heeft het conflict op de burgers?

De gewone mensen zien in vele opzichten af. In de eerste plaats moeten ze hun land en hun streek verlaten wanneer er conflicten uitbreken. Ze verliezen hun volledige hebben en houden – hun vee, hun huizen, hun landerijen. Ze worden ontheemden in eigen land of verlaten het land als vluchtelingen. In beide gevallen worden ze gedwongen om in kampen te wonen waar het aan voedsel en aan water ontbreekt, waar er geen scholen zijn, kortom waar er voor hen geen toekomst is. De mensen kunnen geen normaal leven leiden. Ze kunnen alleen maar proberen te overleven.

De meeste families hebben bij de gevechten geliefden verloren. Enkelen werden gedwongen gerekruteerd, onder wie zelfs kinderen. Vrouwen worden mishandeld en verkracht. Daarna worden ze gestigmatiseerd, omdat ze werden misbruikt. Het inflatiepercentage is zo hoog dat de mensen haast niets kunnen kopen, waardoor ze totaal afhankelijk worden van de internationale hulpverlening, die niet volstaat. Er is vooral een groot tekort aan medische verzorging. Het aantal doden onder de bejaarden, vrouwen en kinderen stijgt steeds meer.

Enkele mensen gebruiken het begrip “etnische zuivering”. Klopt dat?

Ik herhaal het nogmaals: tussen de leden van de verschillende stammen heerst er geen etnisch gefundeerde haat.  Door de handelswijze van de leiders van het land komt het echter tot vijandelijkheden. Soms zijn die ook het gevolg van het verlangen naar wraak na al het aangedane leed. Een lokale stam die door het leger werd aangevallen – waarbij de meeste soldaten tot een andere stam behoren – zal uiteraard reageren en dan ontstaat er iets wat een etnisch conflict lijkt te zijn.

Zou u specifieke voorvallen kunnen beschrijven die u in het bijzonder hebben geraakt?

Twee arbeiders van één van onze projecten, die als zogenaamde rebellen werden aangevallen omdat ze niet gedwongen in het leger wilden worden ingelijfd en zich evenmin wilden overgeven, werden in hun kleine “tukuls” (huizen) gefolterd en levend verbrand. Dit gebeurde enkele weken geleden. Met de hulp van een lokale Kerk, die als basis dient, ondersteunen wij meer dan 3.000 mensen die hun huizen ontvlucht zijn om aan eenzelfde lot te ontsnappen.

In een ander dorp werden uitsluitend de huizen van de leden van een bepaalde stam – een andere stam dan die waartoe de lokale leiders behoren – geplunderd en vernield. Hun eigenaars verloren alles wat ze bezaten. Platgebrande huizen en lijken zijn een alledaags zicht in Zuid-Soedan.

Wat is uw opdracht in dit land?

Wij zijn in Zuid-Soedan om de mensen kracht te verlenen en hen in staat te stellen een rechtvaardigere en vreedzamere samenleving op te bouwen. Wij werken samen met de plaatselijke katholieke Kerk. Wij leiden leerkrachten, verpleegsters, vroedvrouwen en landbouwarbeiders op. Wij staan ook in voor de vorming van pastorale helpers en bereiden hen voor op het evangelisatiewerk en op het werken aan vrede en verzoening.

Daarnaast leiden wij ook studiecentra. De studenten behoren tot verschillende stammen en leven en leren vreedzaam naast elkaar. Zo ontstaat bij hen een gevoel van eenheid als bolwerk tegen etnische haat. Die studenten maken deel uit van internationale gemeenschappen, waartoe ook kloosterbroeders en -zusters en mensen van allerhande uiteenlopende culturen behoren. Het resultaat is een levendige getuigenis van het feit dat eenheid en broederlijkheid in Zuid-Soedan mogelijk zijn. Wij bieden de studenten niet alleen een academische en een beroepsopleiding aan, maar ook een menselijke en spirituele vorming die ertoe kan bijdragen om echte veranderingen tot stand te brengen in het land.

Hoe heeft het conflict uw werk beïnvloed?

Het conflict heeft ons op velerlei manieren beïnvloed. Door de onveilige situatie staan wij allemaal onder grote stress. Onze eigen gemeenschap heeft aanvallen te verduren gekregen van diverse partijen die bij het conflict betrokken zijn. Er is zelfs een geval van verkrachting geweest. We werden geplunderd en moesten één van onze missieposten sluiten. Het is bijzonder moeilijk om levensmiddelen te vinden en om aan papiergeld te geraken waarmee goederen kunnen worden betaald, die bovendien enorm duur geworden zijn. We moeten de veiligheidsmaatregelen versterken door permanente verlichting te installeren en muren op te trekken. De studieprogramma’s van de studenten worden zodanig georganiseerd dat we de studenten slechts één keer naar huis laten gaan om de gevaren langs de weg en de hoge reiskosten te vermijden. Het wordt steeds moeilijker om leden van onze gemeenschappen te vervangen die ons wegens het aanhoudende gevaar verlaten. Wij blijven echter trouw aan onze verbintenis om de mensen van Zuid-Soedan zo goed mogelijk te dienen. Dat is onze missie en onze roeping.

Sinds de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan heeft Kerk in Nood projecten in dit land met een bedrag van meer dan 4 miljoen euro ondersteund. De hulp werd behalve voor pastorale zorg, misintenties en de opbouw van een kerkelijke infrastructuur ook als nood- en bestaanshulp gebruikt.

Door Maria Lozano

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation