In Aleppo herneemt het leven zijn gewone gang

FacebookTwitterGoogle+

19/01/2018 Leuven – De stadswijk Sahbat Al-Jadida  in het oosten van Aleppo heeft in de laatste vijf jaar van de oorlog in Syrië zwaar te lijden gehad onder aanvallen en bombardementen. Vandaag de dag, enkele maanden na het einde van de vijandelijkheden in de stad, verbetert de toestand in deze regio langzaam maar zeker. Overdag is het verkeer op straat bijzonder druk en op de trottoirs lopen massa’s jonge mensen.  In die wijk bevindt zich ook de grote universiteitscampus.  “Ik wilde niet naar Aleppo. Ook mijn familie was ertegen gekant dat ik hier zou komen studeren. Maar hier kreeg ik een studieplek toegewezen. Drie maanden lang bleef mijn vader volhouden en probeerde hij mij met alle macht te overtuigen dit niet te doen. Maar ik wilde niet toegeven en uiteindelijk liet hij mij toch gaan”, vertelt de jonge Angel Samoun, een studente luchtvaarttechnologie. Ze is afkomstig van Qamishli, in Iraaks-Koerdistan, een gebied dat nu door eigen Koerdische milities wordt gecontroleerd.

Ook voor de studente Lara Lias  was Aleppo niet de eerste keuze. Ze komt uit Daara, een stad in het zuiden van Syrië, die bekendheid heeft verworven wegens de straatprotesten die uiteindelijk tot de uitbraak van de burgeroorlog hebben geleid: “Ik had heel veel angst, aangezien ik mij hier zeer ver van mijn ouderlijk huis bevind. Toen ik hier naartoe kwam, nam mijn familie afscheid van mij alsof ik zou sterven”.

Ondanks de moeilijke situatie die ze hebben meegemaakt en waarin ze zich nog altijd bevinden, staan die twee jonge vrouwen er niet alleen voor.  Ze wonen recht tegenover de campus in een universitair studentenhuis gelegen in het “Vicariato Católico Latino” van Aleppo. In de studentenresidentie wonen een vrij groot aantal studentes en de residentie wordt geleid door drie kloosterzusters van de congregatie Servidoras del Señor y de la Virgen de Matará (Dienaressen van de Heer en van de Heilige Maagd van Matará), die oorspronkelijk in Argentinië werd opgericht. “Men kan niet naast de ijver en de wilskracht kijken waarmee die jonge vrouwen studeren, ondanks de gevechten die we hier hebben meegemaakt”, verzekert zuster Laudis Gloriae, die uit Brazilië afkomstig is en sinds bijna één jaar de overste van deze religieuze gemeenschap is.  “Het vertrouwen in God van de inwoners van Aleppo is echt indrukwekkend“ – zo voegt de kloosterzuster eraan toe –“en hun getuigenis helpt mij elke dag opnieuw om mijn vertrouwen in Hem nog te doen toenemen”.

Een van de ergste oorlogsherinneringen gaat terug tot het jaar 2013, toen een raket precies insloeg op de rotonde  die de universitaire gebouwen van de studentenresidentie scheidt. Bij die raketaanval vielen er ongeveer 400 dodelijke slachtoffers, onder wie ook de kloosterzuster Rima van de “Hijas de los Sagrados Corazones” (Dochters van de Heilige Harten).

Angel verzekert ons: “Zelfs toe er bomalarm was, bleef ik de lessen bijwonen. Het meest had ik te lijden onder het feit dat ik van mijn familie gescheiden was”. Alle studentes leven hier net alsof ze samen zijn met hun familieleden. Ze delen alles, ze bidden samen en ze ontmoeten elkaar op de Eucharistievieringen, zelfs al zijn ze lid van verschillende Kerken. Sommigen zijn Syrisch-orthodox, anderen Grieks-orthodox of rooms-katholiek, nog anderen Armeens-katholiek. “De zusters ondersteunen ons heel erg. Het belangrijkste is dat we allen God liefhebben”, vertrouwt Lara ons toe.

Een andere grote en hechte familie bevindt zich in het studentenhuis voor jonge mannen,  recht tegenover de pastorie en vlak naast het “Huis van Vreugde” zoals de naam van het centrum luidt waar de vrouwelijke missionarissen van de Naastenliefde wonen. Die zusters staan in voor de zorg voor verlaten bejaarden en voor zieken. “Op dit ogenblik wonen er hier 30 universiteitsstudenten, christenen van verschillende overtuigingen, die in de residentie een onderkomen hebben gevonden”, zegt pater David Fernández als begroeting. Hij is een priester uit Argentinië, die samen met een bevriende priester deel uitmaakt van de mannelijke leden van het “Instituto del Verbo Encarnado” (Instituut van het Vleesgeworden Woord) van Aleppo. “Wij staan in voor de studentenresidenties, voor de pastoraal in de katholieke kathedraal van het Kind Jezus en voor nog een andere parochie in de stadswijk Al Midan. Daarnaast coördineren wij de hulpverlening aan meer dan 600 gezinnen”, vertelt hij ons. Pater Fernández gaat de trap omhoog die naar de tweede verdieping van het gebouw leidt. “Precies op die daken hier recht tegenover kwamen verscheidene mensen bij een bombardement om het leven” zegt hij, “Ik moest de lijken bergen”.

Gedwongen om naar het front te trekken
In zijn kamer ontmoeten we Albert (naam veranderd), die uit Qamishli afkomstig is en op het punt staat om zijn opleiding tot industrieel ingenieur te voltooien. “We hebben hier hevige gevechten meegemaakt. Om die reden moesten enkele van mijn vrienden hun studies opgeven. Ik besloot om mijn leven op het spel te zetten en mijn studie te voltooien”, zegt hij. Albert bevindt zich in een lastige periode, aangezien alle jonge mannen direct in het leger worden ingelijfd en in de oorlog moeten vechten. Wie aan de universiteit studeert, krijgt om zo te zeggen een “vrijgeleide””, maar op een dag verstrijkt die en de regering staat geen verlenging toe, zodat hij zich amper op straat durft te vertonen uit angst om te worden opgepakt en naar het front te worden gestuurd. “Wij proberen om een oplossing te vinden voor zijn situatie”, verzekert pater Fernández.

Een andere medebewoner, Antranik Kaspar, die economie studeert, benadrukt: “Pater David Fernández is voor ons een echte vaderfiguur. Wij waarderen die mensen ten zeerste, want ze hebben hun familie en hun vaderland achtergelaten om hier bij ons te komen wonen en ons te helpen”. De priester licht toe: “Wij zoeken overal waar we maar kunnen hulp. We krijgen die hulp niet alleen van onze congregatie, maar  ook van andere instellingen, bijvoorbeeld van de hulporganisatie Kerk in Nood, die ons financiële middelen ter beschikking heeft gesteld zodat we computers kunnen kopen en het studiegeld kunnen betalen.“ De studenten leveren elke maand ook een kleine bijdrage van 3.000 Syrische pond, ongeveer vier euro. “Dit bedrag is eerder symbolisch”, legt hij uit. “De economische toestand is uitermate moeilijk en zonder hulp uit het buitenland zouden wij onmogelijk kunnen overleven”.

Weaam Panous, een student robotica, stelt de hulp die ze van Kerk in Nood krijgen bijzonder op prijs: “Wij bedanken pater David Fernández en iedereen die ons van buiten Syrië ter hulp komt, aangezien wij dankzij uw ondersteuning onze studies kunnen voortzetten en ons voor de vrede kunnen inzetten”.

Door Josué Villalón

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation