Hoop geven aan de Eritrese vluchtelingen in het kamp van Hitsatse in Ethiopië

FacebookTwitterGoogle+

We horen over hen spreken in het nieuws wanneer boten in de Middellandse Zee zijn gezonken. Ze komen uit een land waar weliswaar geen oorlog woedt, maar dat niettemin één van de ergste landen is om te worden geboren en zijn leven te leiden. Velen zetten alles op het spel om het land te ontvluchten. Voor ons gaat het om getallen, om anonieme cijfers. Die worden steeds aanzienlijker en ze wekken al lang geen grote emoties meer op in ons. Van velen onder hen kent pater Hagos Hadgu, een projectpartner van Kerk in Nood, de namen en de gezichten.

In 2015 hebben zowat 50 000 Eritreeërs Europa bereikt. Ze vormen één van de grootste groepen vluchtelingen, na de Syriërs, de Irakezen en de Afghanen, die uit landen komen waar bloedige oorlogen een dagelijkse realiteit zijn. Voor ze Europa, de Verenigde Staten of Canada bereiken, moeten de Eritreeërs door Ethiopië, één van de meest gastvrije landen van Afrika, dat op dit ogenblik ongeveer 800 000 vluchtelingen opvangt. Hoewel ongeveer 10 miljoen inwoners van Ethiopië aan het verhongeren zijn, blijft het land vluchtelingen uit de buurlanden Soedan, Somalië en Eritrea opnemen. Zowat 120 000 Eritreeërs hebben toevlucht gezocht in vier vluchtelingenkampen, die in het noorden van Ethiopië, in het Tigray-gebied, gelegen zijn.

Elke dag komen in de Ethiopische kampen 300 nieuwe vluchtelingen aan. Velen van hen zijn jonge, goed opgeleide mannen die het vooruitzicht van een eindeloze militaire dienst willen ontvluchten. Pater Hadgu Hagos, een katholieke priester van de Ethiopische ritus, die samen met pater Ghiday Alema elke week vluchtelingkampen in Shimbela, Mai-Aini en Hitsatse bezoekt, waarschuwt ervoor dat er zich onder de vluchtelingen steeds vaker minderjarigen en niet-begeleide kinderen bevinden.

Het kamp van Hitsatse is omgeven door een steenwoestijn en ligt meer dan 70 km van de dichtstbijzijnde stad verwijderd. Het bestaat uit honderden rudimentaire stenen barakken en armoedige UNHCR-tenten en biedt een onderkomen aan talrijke grote multigenerationele families. Hier zijn humanitaire organisaties actief die zich voornamelijk toeleggen op de bedeling van drinkwater en levensmiddelen, de opvoeding van kinderen, de ondersteuning van mensen met een handicap en van misbruikte vrouwen. Daarnaast is er ook een spirituele dimensie. Daarom telt het kamp ook diverse orthodoxe en katholieke kapellen en een islamitische gebedsplaats. In het kamp wonen 25 000 mensen en er is een piepkleine katholieke geloofsgemeenschap. Het kamp in Shimelba –  op 128 km van Shire – herbergt meer dan 5 000 katholieken en is met zijn jongerengroepen en catechisten beter georganiseerd. Pater Hagos en pater Ghiday van de eparchie dienen de sacramenten toe.

Samen met de catechisten bereiden ze de mensen voor die gedoopt willen worden, geven ze godsdienstonderricht, bezoeken ze gezinnen en doen ze balspelen met de jeugd.

“Psychisch onstabiele mensen hebben troost en verzoening nodig. Wij moeten voor hen zorgen en samen met hen werken. Men moet met hen over God spreken”, licht pater Hagos toe wanneer hij een bescheiden kapel in het kamp opent. Hij wordt vergezeld door een oude, uitgemergelde man met een enorme bril, die vertelt dat hij al meer dan drie jaar op een visum aan het wachten is, ondanks het feit dat hij voor de Amerikaanse ambassade in Asmara heeft gewerkt. Hij blijft echter hoopvol gestemd en heeft er alle vertrouwen in dat hij binnenkort samen met zijn vrouw op een vliegtuig zal kunnen stappen. Hij voegt eraan toe dat ze alles wat ze hebben meegemaakt zonder hun geloof nooit hadden overleefd. “We hebben alles achtergelaten, maar we zijn hier naartoe gekomen met ons katholiek geloof. Dankzij de kapel in het kamp kunnen wij getuigenis blijven afleggen”. En hij benadrukt: “In de omgeving zijn er geen katholieken. Wanneer mensen hier naartoe komen en de kapel zien, krijgen ze weer volop hoop. De kerk vormt het middelpunt van onze bijeenkomsten en wij bedanken Kerk in Nood voor de bouw ervan.”

Eritrese christenen hebben een onwrikbaar geloof nodig. Pater Hagos legt uit dat de mensen door de vervolging en het illegale oversteken van de grens getraumatiseerd zijn geraakt. Ze moeten alles verkopen wat ze bezitten om de soldaten aan de controleposten te kunnen omkopen. Wanneer ze de kampen bereiken, hebben ze haast niets meer om te overleven.

Gevoelens van hopeloosheid, frustratie en depressie komen vaak voor en worden nog verergerd door de scheiding van de familie, een hevig en onvervulbaar verlangen, de inactiviteit en de onzekere toekomst. Dit mondt vaak uit in drugs- en alcoholverslaving en soms in zelfmoord.

“Wanneer ze het geld voor de mensensmokkelaars niet kunnen bijeenkrijgen om verder te trekken, wordt het leven in het kamp voor hen zinloos. Ze beginnen zichzelf te haten. Ik heb een meisje gezien dat zichzelf in het kamp in brand stak”, herinnert pater Hagos zich. “Ze kunnen de druk niet meer aan. Maar ze spreken zelden over wat ze in het kamp en onderweg hebben meegemaakt.”

De meesten zijn gezien de schrale omgeving en de hongersnood en wegens het gebrek aan een redelijk vooruitzicht op werk en op een normaal leven niet van plan om in Ethiopië te blijven. De legale weg betekent dat ze moeten wachten op een uitreisvisum naar Europa, de Verenigde Staten of Canada. Elke week krijgen vier gezinnen een dergelijk visum. Maar de wachtrij is even lang als de wachttijd – tussen 3 en 7 jaar. Oudere mensen, die de uitdagingen en de beproevingen van de reis niet meer aankunnen, moeten wachten tot ze naar een andere plaats kunnen en staan er vaak helemaal alleen voor. Jongeren zijn echter ongeduldig. Ze zijn niet bereid om de beste jaren van hun leven te vergooien en ondernemen liever de risicovolle reis door de woestijn en over de Middellandse Zee. Illegale vluchtelingenroutes naar Europa lopen via Soedan, Egypte, Libië en het Italiaanse eiland Lampedusa.

“Het lot van de jongeren treft mij diep”, zegt pater Hagos “vaak wachten ze, soms jarenlang, zonder zekerheid over hun toekomst. Ze dromen van een beter leven. Wij proberen ze ervan af te brengen om de illegale weg te volgen, maar wanneer ze hopeloos zijn, beslissen ze toch om het erop te wagen en te vertrekken. Soms verdwijnt iemand en dan vernemen we enkele maanden later dat de jongen met wie we hebben gevoetbald, die misdienaar is geweest, in de Middellandse Zee verdronken is. Op één dag hebben we zo ooit 16 van die jongens verloren. Hun familieleden weenden en ik weende met hen. Eén van hen was Tadese, een bekwame jonge man, een weerbare student, die andere jongeren ertoe aanzette om zich voor de Kerk in te zetten. Wij lachten graag samen… Vorig jaar is hij in de Middellandse Zee verdronken. Ik zie zijn gezicht nog altijd voor mijn ogen…”

Vooraleer Kerk in Nood de bouw van een kapel kon verwezenlijken om aan de psychosociale noden van de vluchtelingen in het Hitsatse-kamp tegemoet te komen, vierde de geloofsgemeenschap de Heilige Mis onder de bomen. In 2015 heeft de pauselijke stichting projecten in Ethiopië met meer dan 2,3 miljoen euro ondersteund.

Door Magdalena Wolnik

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation