“Democratische Republiek Congo: welkom in de driehoek des doods.”

FacebookTwitterGoogle+

Christine du Coudray, hoofd van de afdeling Afrika van de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood, is net terug van een projectreis naar de Democratische Republiek Congo. Ze bezocht het oostelijk deel van het land, dat nog steeds te lijden heeft onder de gevolgen van de recente gewapende conflicten. Armoede, onveiligheid en isolatie zijn de woorden die het dagelijks leven kenmerken van de mensen die zij heeft bezocht, vooral in het bisdom Manono, een van de meest afgelegen gebieden van het hele land. “In de 24 jaar van mijn activiteiten voor Kerk in Nood heb ik zoiets nooit eerder gezien, behalve dan in Soedan”, zegt Christine du Coudray over de afschuwelijke levensomstandigheden van de lokale priesters.

20121123_004“Als je boven Manono vliegt, dan zie je een wondermooie stad met rechte straten afgezoomd door mangobomen”, vertelt Christine du Coudray. De stad in het zuidoosten van de Democratische Republiek Congo werd door de Belgen gebouwd. In de jaren 1950 ontdekten ze de aanzienlijke minerale rijkdommen van de streek. Ze begonnen er met een tinbedrijf. Voor die onderneming bouwden ze een geweldige stad, die zeer grote bekendheid verwierf in het hele land. De inwoners hadden stromend water en 24 uur per dag elektriciteit. Ze werkten in het bedrijf en konden over een complete infrastructuur beschikken voor onderwijs, gezondheidszorg, enzovoort. “Dus vanuit het vliegtuig lijkt de stad absoluut prachtig. Maar dan land je en kom je in een spookstad terecht. De stad werd helemaal verwoest door de oorlog van 1999. De bevolking is weggetrokken. Er blijven alleen totaal verlaten ruïnes over”.

Ooit was dit een levendige plek, maar tegenwoordig is de Kerk in Manono extreem geïsoleerd en arm. “Welkom. Niemand wil ons komen bezoeken”, dat zei bisschop Vincent de Paul tot Christine du Coudray toen ze in Manono aankwam. Vreemde woorden in een regio die zo rijk is aan natuurlijke hulpbronnen. De bodem hier bevat talrijke mineralen: coltan, cassiteriet, ijzer, kobalt, goud, amethist, diamanten… om er maar enkele te noemen. Tijdens haar bezoek werd Christine du Coudray nog door een andere priester begroet met de woorden: “welkom in de driehoek des doods”. De minerale rijkdommen kunnen immers leven en welstand brengen voor de hele gemeenschap, maar ze kunnen ook hebzucht veroorzaken en tot gevechten en moordpartijen leiden, zoals in Manono het geval was.

“De structuur van het hele bisdom is zeer nauw verbonden met het tinbedrijf. Jarenlang groeven de Belgen in de steengroeven op zoek naar casseriet. Dit veranderde het hele landschap. Door de steengroeven werden kunstmatige heuvels geschapen en de valleien ertussen werden meren. In het jaar 2000 realiseerden de plaatselijke autoriteiten zich plots dat de casserietvoorraden volledig uitgeput waren, maar toen werd er coltan gevonden. Dat is de reden waarom de groeven hier bleven en aan de inwoners van de stad werd gevraagd om coltan te ontginnen, dat toentertijd nog niet zo bekend was als nu”, legt Christine du Coudray uit. “Ik ontmoette enkele kinderen die zich aan het voorbereiden waren om naar school te gaan en die in de groeven werkten om enkele dollar te verdienen, zodat ze het schoolgeld konden betalen”, voegt ze eraan toe om het beeld volledig te maken.

Toen bisschop de Paul hier aankwam, had het bisdom al vijf jaar geen bisschop meer. “Daarom besloot hij bij zijn aankomst om de lokale Kerk te organiseren”, vervolgt Christine du Coudray. “Het was niet gemakkelijk … Nu is de toestand veel verbeterd, maar toen ik met enkele van de priesters sprak, zag ik dat ze zwaar te lijden hebben onder de isolatie”, zei ze.

De zorgen in de streek hebben niet alleen te maken met de heropbouw van de kerkterreinen en de gebouwen, maar ook met iets wat veel complexer is: het herstel van het geloof en van het gevoel van de priesters dat ze een roeping hebben.

Dankzij de Heilige Geest gebeuren er echter nog altijd kleine mirakels. “De Heer wil niet dat jullie staatsambtenaren zijn, maar dat jullie Zijn Gezicht openbaren”, zei bisschop Vincent de Paul tijdens een zondagse Heilige Mis, die door Christine du Coudray werd bijgewoond, waarop twee diakens en twee priesters werden gewijd. “Drie jaar geleden vroeg ik de aartsbisschop van Avignon in Frankrijk, die vroeger missionaris was geweest in Tsjaad, om een retraite te leiden in Manono”, aldus Christine du Coudray. “De aartsbisschop aanvaardde die opdracht. In ruil daarvoor stuurde bisschop de Paul een priester naar het Institut Notre-Dame de Vie in Avignon. De priester ontdekte de grote waarde van zijn roeping. Nadat hij zijn studies in pastoraaltheologie heeft voltooid, zal hij terugkeren naar Manono. Enerzijds lijkt het alsof er zeer weinig hoop is, maar anderzijds zou deze priester wel eens één van de personen kunnen worden die bijdraagt aan de hernieuwing van het volledige bisdom”, zegt Christine du Coudray.

Christine du Coudray benadrukt hoe belangrijk het is om de priesters in het bisdom te bezoeken en hen te tonen dat ze op steun kunnen rekenen. “Uiteraard moeten achteraf dan concrete acties worden uitgevoerd om hen te helpen”, voegt ze eraan toe. “Ik stelde bijvoorbeeld voor om de bibliotheek uit te breiden, maar de realiteit ziet er hier anders uit. Tegenwoordig zijn er maar heel weinig priesters die lezen. Ze klagen over de levensomstandigheden. Stel u voor dat er in dit immens uitgestrekte bisdom slechts drie voertuigen beschikbaar zijn. Er zijn maar zeven zusters en één enkele congregatie: de Messagères de la Bonne Nouvelle (de brengsters van de Blijde Boodschap). In feite heeft slechts één van hen eeuwige geloften afgelegd. In alle andere bisdommen zijn er een aantal zusters die tot diverse lokale of missiecongregaties behoren”, merkt Christine du Coudray op.

Maar dat is nog niet alles. “In de 24 jaar van mijn activiteiten voor Kerk in Nood heb ik nooit eerder gezien wat ik in de parochie Piana heb gezien”, zegt Christine du Coudray. “We werden daar verwelkomd door de priester die instond voor de parochie. Hij zei ‘komt u mee naar mijn pastorie’. Maar er was helemaal geen pastorie!, zegt ze verontwaardigd. “Stel u een kamer van zowat 6 m² voor die was opgedeeld door een klein muurtje. Achter dat muurtje lag er een matras met een muskietennet erover, maar het was zo enorm vuil dat er zeker geen enkele mug kon doorkomen. Onmogelijk. Naast de matras was er een bad – wel, een soort bad. De muren waren ongelooflijk vuil en er waren geen vensters. Ik heb nog nooit zoiets gezien en dat noemt men een pastorie. We zouden er nog geen hond in onderbrengen! Maar een andere plaats om te wonen, heeft hij niet. Het is echt beschamend voor ons om zoiets te zien”, concludeert ze, totaal van streek door de abominabele omstandigheden waarin de priester moet leven.

acn-20160426-39817In Manono is er geen curie. Zelfs in het huis van de bisschop staat het dak op instorten en de kapel bevindt zich in een erbarmelijke staat. De bisschop merkt echter op: “Wat kan ik doen? Ik kan mijn huis toch niet renoveren terwijl mijn priester in de parochie Piana in een zo erbarmelijke behuizing moet wonen”.

“Gelukkig werd ons twee jaar geleden door de bisschop gevraagd om de bouw van de pastorie financieel te steunen. We wisten toen niet waar die zich bevond. Nu blijkt dat het om dezelfde plaats gaat. Naast die zogenaamde ‘pastorie’ in Piana, is er ook een nieuwe. Een heel mooie overigens, met een kleine kapel. De bouwwerken worden nu voltooid en ze zal heel binnenkort klaar zijn, zodat de priester er kan intrekken”, zegt Christine du Coudray verheugd.

Stap voor stap treedt er verandering op. “Maar we moeten aan hun zijde blijven, zodat ze zich niet alleen gelaten voelen”, benadrukt Christine du Coudray. “De bisschop moet worden geholpen om andere bisschoppen in de regio en in het land te ontmoeten en er moeten retraites voor de geestelijken worden georganiseerd met priesters uit het buitenland, uit Europa. Ze zijn op zoek naar mensen of groeperingen in Europa die dit mogelijk kunnen maken, wat niet zo vanzelfsprekend was na 1960 (toen het land onafhankelijk werd van België). Daarom is het zo belangrijk om hier nadrukkelijk aanwezig te zijn, contacten te onderhouden en te tonen dat we om hen geven.”

Voor Christine du Coudray begint alles met het opbouwen van een relatie, van een echte gemeenschap: “We moeten een brug bouwen, hen laten zien dat ze belangrijk zijn voor ons. En daartoe zijn wij bereid”.

Onder de prioriteiten die door bisschop Vincent de Paul werden vermeld, zou Kerk in Nood zich engageren voor twee cruciale projecten in het bisdom. Het eerste project betreft de voltooiing van het klein seminarie in een gebouw van een voormalige bisschopswoning dat volledig werd vernield. Het tweede project is de restauratie van de pastorie in de eveneens totaal verwoeste parochie van Sint-Jozef Arbeider.

Door Aleksandra Szymczak

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation