De orkaan Matthew trekt een spoor van vernieling en tranen door Oost-Cuba

FacebookTwitterGoogle+

Emergency aid for the purchase of 6,500 teils of zinc to cover the houses damaged by the huracan MatthewKönigstein/Guantanamo, 17.10.16.  “Ik weet echt niet waar te beginnen om te beschrijven wat we in de afgelopen dagen hebben meegemaakt”, schrijft bisschop Wilfredo Pino Estévez van het bisdom Guantánamo-Baracoa in Cuba in een boodschap die hij aan de internationale katholieke hulporganisatie en pauselijke stichting Kerk in Nood richt in de nasleep van Matthew, de orkaan van categorie 4 die in de nacht van dinsdag 4 oktober op een paar uren tijd immense verwoestingen aanrichtte op het oostelijk deel van het eiland. “Dankzij God en het systeem van solidariteit en burgerevacuatie dat in Cuba al vele jaren wordt toegepast, waren er geen doden te betreuren, maar de vernielingen waren enorm.”

“Gelukkig werden alle mensen op tijd geëvacueerd of konden ze hun toevlucht zoeken in grotten of ondergrondse schuilplaatsen (op één van die plaatsen zaten 32 mensen opeengepakt). Een klein aantal mensen bleef in hun huizen, omdat ze geloofden dat die de storm zouden weerstaan en gelukkig hadden ze het bij het rechte eind. Ik was blij te zien dat de nieuwe kerk van de zevendedagsadventisten langs de snelweg in Sabana de orkaan zonder noemenswaardige schade had overleefd. Tot voor kort was die van hout gemaakt, met een heel licht dak, maar inmiddels werd de kerk herbouwd met betonblokken en met een betonnen dak. Ze gingen daar schuilen voor de orkaan en daardoor konden verscheidene tientallen mensen worden gered”, aldus de bisschop.

De schade was bijzonder aanzienlijk in plaatsen als Baracoa, Maisí en Imías, waar talrijke huizen na de storm geen dak meer hadden of volledig waren vernield. Na de doortocht van de orkaan was het de voornaamste en eigenlijk enige wens van Mgr. Willi, zoals zijn mensen hem noemen, om de gelovigen te gaan bezoeken en de getroffen mensen te troosten. Zo vertrok hij bij het eerste ochtendgloren voor een lastige en gevaarlijke tocht. “Toen ik op een vertrouwde plaats als de Bate-Bate (een kustsnelweg) aankwam, stelde ik vast dat de weg was vernield en dat het enorme geweld van de oceaan zandhopen en rotsblokken van verschillende grootte naar beneden had doen afglijden, waardoor ze nu de weg versperden. Nadat we geprobeerd hadden om de rotsblokken te verwijderen, zodat we met de auto doorkonden en totaal uitgeput waren, probeerden we over een nabijgelegen helling te rijden … en kwamen vast te zitten. Het kostte ons drie uren om ons uit die situatie te bevrijden. We werden gered door drie mannen. We zullen hun vriendelijkheid nooit vergeten, want ze waren tot op de huid doorweekt door de regen die onophoudelijk bleef vallen en van kop tot teen met modder besmeurd. Moge God hen belonen. Daarna konden we onze reis verder zetten. We bezochten de gemeenschappen van San Antonio, Imías en Cajobabo en praatten er met de priesters, de religieuzen en de leken. Toen ons in Cajobabo werd verteld dat 75 mensen de orkaan hadden overleefd in een schuilplaats vloeiden ook de eerste tranen. Naarmate we dichter bij Baracoa kwamen, was de schade overduidelijk steeds groter.”

Bisschop Wilfredo deed er bijna 20 uren over om naar Baracoa te gaan, een vrij grote Cubaanse stad die nu op sommige plaatsen volledig in puin ligt. “We raakten er dankzij de hand Gods en ook dankzij andere helpende handen. Toen we aan de klim van La Farola begonnen, lagen er tal van rotsblokken over de weg verspreid. Met heel wat mankracht slaagden we erin die naar één kant te verplaatsen en vooruit te komen. Achter ons reed een ander voertuig van de provinciale en nationale autoriteiten. Samen streefden we hetzelfde doel na, namelijk Baracoa bereiken. Iets verderop was er een groep werklieden op de autoriteiten aan het wachten met kettingzagen en dergelijke. Ze begonnen de rijweg vrij te maken. We sloten ons aan de staart van de karavaan aan en op die manier reden we verder tot we bijna in Baracoa waren aangekomen. Een enorme aardverschuiving maakte het onmogelijk om nog verder te rijden. De mensen kwamen echter ook van Baracoa om de autoriteiten te ontmoeten en ze nodigden mij uit om, indien ik dit wilde, te voet over de aardmassa te klimmen en de rest van de weg naar de stad af te leggen in één van de terreinwagens waarin ze waren gekomen. Aangezien het mijn doel was om Baracoa te bereiken, indien nodig zelfs te voet, aarzelde ik geen moment om op hun voorstel in te gaan. Dankzij dit vriendelijke gebaar kon ik doorreizen naar Baracoa. Van bij het binnenkomen van de stad waren de vernielingen duidelijk. Onze kerk in Cabacú, die aan Onze-Lieve-Vrouw van de berg Carmel is gewijd, lag volledig in puin. Alleen de achterste muur stond nog recht. Ik kwam uiteindelijk in het parochiecentrum van Baracoa aan om 1.30 uur ’s morgens.”

Emergency aid for the purchase of 6,500 teils of zinc to cover the houses damaged by the huracan MatthewMaisí, het laatste stadje dat door de orkaan zwaar werd beschadigd, kon bisschop Wilfredo pas twee dagen later bereiken, na twee mislukte pogingen, aangezien de wegen daar naartoe onberijdbaar waren. Bij de eerste poging stond hij voor een ingestorte brug en bij de tweede maakten omgewaaide bomen en elektriciteitspalen de doorgang onmogelijk. Volgens de lokale kranten waren in de hele provincie 1.000 van die palen afgebroken en omgevallen en liepen in Maisí alleen al 80% van de huizen schade op. “Ik verwachtte me zeker aan het ergste, want volgens mijn eenvoudige berekeningen moest de rechterflank van de orkaan, die naar men mij had gezegd het krachtigst was geweest, daar voorbij zijn gekomen. En dat is ook wat ik daar aantrof. Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat Maisí totaal verwoest is. Sommige beelden van ingestorte huizen doen me denken aan de foto’s die we allemaal hebben gezien toen Haïti door de aardbeving werd getroffen.”

De plaatselijke Cubaanse Kerk doet al het mogelijke om “het hart en de ziel van de mensen te verheffen”, om “te luisteren naar wat ze hebben meegemaakt en uit hun mond te horen hoe dankbaar ze God zijn dat ze nog leven – wat het allerbelangrijkste is, want materiële problemen kunnen worden opgelost”, aldus de bisschop, die eraan toevoegt “we moeten hun tranen drogen, hun moreel opkrikken, hen hoop geven. We moeten doen wat de apostelen deden en zeggen wat de apostelen zeiden: “Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u” (Handelingen 3,6)”.

Uiteraard moet deze spirituele ondersteuning gepaard gaan met materiële hulp: de hongerigen moeten worden gespijsd. De lokale Kerk en het personeel van de diocesane hulporganisatie Caritas Guantánamo proberen met tomeloze inzet “de mensen die door ziekte, invaliditeit of hun hoge leeftijd het meest kwetsbaar zijn te lokaliseren en hen wat morele steun en wat voedsel te brengen: een beetje soep en rijst, enkele guavekoekjes. Zo troffen we gisteren een man aan die doelloos rondzwierf op straat en op zoek was naar zijn familieleden. Hij vertrouwde ons toe dat hij al twee dagen niet meer had gegeten en een nacht niet had geslapen … De vrachtwagen van het bisdom rijdt van de ene plaats naar de andere om rond te brengen wat de andere bisdommen ons hebben kunnen sturen – koekjes, rijst, bonen, worsten, sardines, olie, zeep, detergent, kaarsen, lucifers, enz.”

Bisschop Willi vertelt ons echter ook over momenten van aanmoediging en hoop te midden van dit grenzeloze leed. Onder omstandigheden als deze worden mensen door het leed en de pijn verenigd. Het Cubaanse volk, dat van nature al bijzonder solidair is, heeft nu blijk gegeven van een nog grotere solidariteit. “Ze vertelden me hoe protestanten en katholieken die bij de doortocht van de orkaan hun toevlucht hadden gezocht op eenzelfde plek in deze stad voor de allereerste keer samen hadden gebeden. Er was ook een dame die ons vertelde dat ze, terwijl de orkaan in volle kracht woedde, “de Heer loofden en zongen en baden dat hij ons in leven zou houden, ook al werd alles verwoest.”

Kerk in Nood heeft haar gebeden en noodhulp beloofd om de lokale Kerk in Cuba te ondersteunen en te helpen bij de heropbouw. “Er zijn inderdaad beelden op ons netvlies gebrand die moeilijk te beschrijven zijn, maar tegelijk zijn er zoveel dingen waarvoor we dankbaar moeten zijn, zoveel mensen die we moeten danken, omdat ze zich ons lot hebben aangetrokken en ons hebben gesteund, voor ons hebben gebeden en nog altijd bidden, ons hulp hebben beloofd of die al hebben gestuurd!” schrijft de bisschop aan Kerk in Nood. In de afgelopen vijf jaar heeft de hulporganisatie Kerk in Nood in Cuba 421 projecten ondersteund met een totaal bedrag van meer dan vijf miljoen euro.

Door Maria Lozano,Kerk in Nood

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation