De onderdrukte christenen in Bangladesh verheugen zich op het pausbezoek

FacebookTwitterGoogle+

De meeste katholieken in Bangladesh behoren tot stammen die voor de erkenning van hun rechten vechten

22 november 2017 Leuven : Bangladesh is zich volop aan het voorbereiden op het bezoek van paus Franciscus, dat van 30 november tot 2 december zal plaatsvinden. De republiek aan de Golf van Bengalen is een van de landen met de hoogste bevolkingsdichtheid. Na Indonesië en Pakistan is het qua bevolkingsaantal het grootste moslimland ter wereld. Getrouw zijn eigen wens om  ”naar de randen van de samenleving te gaan”, zal de Heilige Vader de kleine christelijke gemeenschap daar bezoeken. Christenen maken minder dan  één procent van de totale bevolking van het land uit. Het motto van het pausbezoek luidt: “harmonie en vrede“ – een belangrijke boodschap voor de christenen, want hun leven als minderheid is allesbehalve gemakkelijk.

De meeste katholieken in Bangladesh behoren tot de inheemse stammen. “Voor de wet en volgens de Grondwet hebben ze dezelfde rechten als alle andere burgers van het land. Wat op papier wordt gewaarborgd, verschilt echter van de realiteit van elke dag. In het dagelijks leven worden ze immers gediscrimineerd. Ze krijgen niet dezelfde kansen in het onderwijs of op de arbeidsmarkt”, benadrukt bisschop Bejoy Nicephorus D’Cruze van Sylhet in een gesprek met de pauselijke hulporganisatie Kerk in Nood . De rechten die ze hebben, “krijgen ze niet automatisch. Ze moeten voor hun rechten vechten. Soms kennen ze succes. Voor iemand die als individu optreedt en er alleen voor staat, is dit bijzonder moeilijk en afmattend, want hij wordt niet alleen met religieuze gevoeligheden maar ook met corruptie geconfronteerd.”

In het bisdom Sylhet wonen de Khasi. Nagenoeg iedereen is christen. Die stam woont all eeuwenlang in meer dan honderd dorpen in de heuvels van de regio Sylhet. Ze houden het woud en de natuur in stand en leven van de traditionele teelt van betelpalmen. Ze bewerken een welbepaalde oppervlakte 30 tot 40 jaar lang. Wanneer de bodem uitgeput is, trekken ze verder. De grond die ze bewerken, is al sinds mensenheugenis hun eigendom, maar door de Grondwet wordt dat niet erkend. Pater Joseph Gomes, oblaat van de Onbevlekte Maagd Maria (OMI), staat in voor de katholieke gemeenschap van Kashi. Hij bevestigt dat de inwoners van het bergland worden gediscrimineerd. Zo hebben ze geen toegang tot sociale zekerheid. Vaak zijn ze in een constante strijd verwikkeld om hun landerijen te kunnen behouden. Bisschop D’Cruze licht de oorsprong van het conflict nader toe: “Dit berglandschap valt onder de bevoegdheid van het ministerie van Bosbouw, namelijk van de afdeling die instaat voor de theeplantages. De theemaatschappijen huren dit land van de regering en houden absoluut geen rekening met de aanwezigheid van de Khasi. Ze proberen de bestaande plantages verder  uit te breiden. De mensen die daar wonen, worden gedwongen om hun land te verlaten.”

Soms gebruiken die ondernemingen zelfs geweld. Wanneer pater Joseph Gomes daaraan terugdenkt, is hij bedroefd: “Ongeveer drie jaar geleden kwam de directeur van een van die plantages hier naartoe met zowat 200 mannen. Ze begonnen de huizen van de dorpelingen af te breken terwijl de mannen in het woud aan het werk waren. Eerst verzetten de vrouwen zich. Toen de mannen van het werk terugkwamen, probeerden ook zij weerstand te bieden en gingen het gevecht aan. Een medewerker van de theemaatschappij overleed later in het ziekenhuis. De inwoners konden echter niet blijven vechten tegen de theemaatschappijen. Uiteindelijk verloren ze dan ook hun land.“

Na herhaalde conflicten met het ministerie van Bosbouw werden meer dan 25 Khasi-dorpen van de kaart geveegd. Op dit ogenblik worden nog meer nederzettingen bedreigd, onder andere twee dorpen met 150 gezinnen in het district Moulvibazar, die een juridische strijd aan het uitvechten zijn met de theemaatschappijen Nahar en Jhimai. Die ondernemingen willen de mensen dwingen om hun dorpen te verlaten, zucht bisschop D’Cruze.

Het bisdom Sylhet zet zich onverdroten in om de katholieke minderheid spiritueel en moreel te ondersteunen in haar gevecht tegen die uitdagingen. Daartoe heeft het verscheidene ondersteunende maatregelen in het leven geroepen, bijvoorbeeld een wekelijks tijdschrift met de naam “Weekly Pratibeshi“, dat de katholieken helpt om in het geloof te groeien en zich sterker bewust te worden van hun rechten. De journalist pater Anthony Sen wijst op de noodzaak van dergelijke initiatieven: “Ze worden door machtige mensen in hun omgeving, in het bijzonder door moslims, immens onder druk gezet. Die mensen denken namelijk dat ze met hen kunnen doen wat ze maar willen omdat het om een minderheid gaat. Zo ontvoeren ze zelfs hun dochters en vallen ze mensen aan, waarbij het hen niets uitmaakt of het om mannen of om vrouwen gaat. De katholieke minderheidsgroepen leven dan ook constant onder die druk. Als Kerk staan we hen altijd terzijde om hen te beschermen. Wij bekommeren ons om hen.”

Deze houding leidt er soms toe dat men zijn eigen leven op het spel zet. Zo kreeg bisschop Bejoy Nicephorus D’Cruze doodsbedreigingen van fundamentalistische islamitische groeperingen wegens het duidelijk standpunt dat hij bij de verdediging van de mensenrechten en de godsdienstvrijheid innam.

De Heilige Vader zal ook die lijdende en zwijgende katholieke minderheid in Bangladesh bezoeken. De bisschop van Sylhet bevestigt “dat de Heilige Vader de situatie van de Kerk en van de katholieken in Bangladesh kent”. Over de verwachtingen die de Khasi -minderheid aan het pausbezoekt stelt, zegt bisschop D’Cruz: “Ik denk niet dat ze hoge verwachtingen koesteren. Het zijn eenvoudige mensen. Ze zullen alles doen wat in hun macht ligt om de Heilige Vader te zien en om zijn zegen te krijgen. Uit die ontmoeting en die ervaring zullen ze de kracht putten om ook in de toekomst te blijven vechten om te overleven. Ze zullen moed scheppen om dapper het hoofd te kunnen blijven bieden aan alle ‘monsters’.”

De internationale hulporganisatie Kerk in Nood werkt met de lokale Kerk in Sylhet samen van bij de oprichting van het bisdom. Op dit ogenblik ondersteunt Kerk in Nood verscheidene projecten voor spirituele vorming en menselijke ontwikkeling met pastorale en onderwijscomités en met comités voor gerechtigheid en vrede. In 2016 stelde Kerk in Nood meer dan 560.000 euro ter beschikking voor projecten in Bangladesh.

Van Maria Lozano

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation