De Kerk in India – een lichtend vuur dat iedereen kan zien

FacebookTwitterGoogle+

India  is een land dat meer dan 1,2 miljard inwoners telt. Slechts drie procent van de bevolking is christen, van wie bijna 19 miljoen katholieken. Ondanks haar relatief beperkte omvang oefent de Indische Kerk door haar onderwijsinstellingen, haar sociale dienstverlening en haar activiteiten in de gezondheidzorg een onevenredig grote invloed op de Indische samenleving uit. In de afgelopen jaren kwam er na de opkomst van de hindoe-nationalistische partij BJP een steeds grotere golf van gewelddadige aanslagen tegen christenen en moslims tot ontwikkeling. Een toenemende onverdraagzaamheid tegenover andere geloofsovertuigingen, die als uit het buitenland geïmporteerd worden beschouwd, versterkt de wonden van christenen en moslims die tot lage kasten behoren  – de zogenoemde Dalits. Aan hen wordt de betaling van uitkeringen door de regering geweigerd, die hindoes van lage kasten, sikhs en boeddhisten als schadeloosstelling voor de eeuwenlange discriminatie door de overheersende hindoecultuur ontvangen.

De katholieke bisschoppenconferentie van India heeft heel onlangs een heel belangrijk document gepubliceerd om binnen de Kerk aan de noden van de Dalits of Onaanraakbaren tegemoet te komen – want ook daar hebben gelovigen afkomstig uit lage kasten uiteenlopende vormen van discriminatie ondergaan, hoewel 12 van de 19 miljoen katholieken in India Dalits zijn. Het document verkondigt dat “in het geval van duale praktijken, die op de discriminatie van kasten berusten, die praktijken met onmiddellijke ingang moeten worden stopgezet”. Het verklaart bovendien dat “Dalit-christenen de visie van de heerschappij van God voor gerechtigheid en liefde levendig houden. Moedig richten ze een oproep tot de Kerk om van gerechtigheid en liefde, de fundamentele waarden van de Bijbel, het middelpunt van haar missie te maken.”

Het team van de internationale katholieke hulporganisatie Kerk in Nood is net van een informatieve reis teruggekomen uit India, waar het een ontmoeting had met vier van de zes bisschoppen van de bondsstaat Odisha. In 2008 waren bij een golf van geweld van hindoes tegen christenen in het district Kandhamal in de bondsstaat Odisha ongeveer 100 christenen om het leven gekomen. Het voorval baant zich langzaam een weg door het gerechtelijk systeem, aangezien de christelijke beklaagden stap voor stap worden vrijgesproken van de aanklacht dat ze de uitbraak van het geweld hadden geprovoceerd. Op 13 december 2016 beval Pinarayi Vijayan, de chief minister van Kerala, een nieuw onderzoek naar de slachtpartij.

Welke vooruitzichten hebben christelijke en islamitische Dalits op de toekenning aan hen van identieke uitkeringen als de leden van lage kasten van hindoeïstische, boeddhistische en sikhgemeenschappen ontvangen?

Bisschop Aplinar Senapati, CM, bisdom Rayagada: Wij zetten ons sinds 1950 onvermoeibaar in voor die rechten en aanspraken op uitkeringen van de christelijke Dalits. Maar precies in de huidige omstandigheden zie ik niet dat de vooruitzichten beter worden. Niettemin blijven wij op nationaal niveau en op het niveau van de katholieke bisschoppenconferentie van India en van de bondsstaat doorvechten. Ik hoop en bid dat onze regering die uitkeringen aan de christelijke Dalits zal toekennen.
 

Bisschop Sarat Chandra Nayak, bisdom Berhapur: Dit is een overduidelijke overtreding van de grondwettelijke bepalingen die de gelijkheid van iedereen voor de wet garanderen. Aan Dalits die het christelijk en islamitisch geloof aanhangen, worden de steunmaatregelen ten gunste van benadeelde groepen ontzegd uitsluitend op grond van het geloof dat zij belijden. Dat wordt door de grondwet verboden. Wij zetten ons al 60 jaar lang in voor die rechten. De zaak wordt nu voor het opperste gerechtshof behandeld. De huidige regering wil het presidentiële besluit uit het jaar 1950, dat christelijke en islamitische Dalits van de toekenning van uitkeringen uitsluit, niet herzien en herwerken. Wij hopen dat het opperste gerechtshof die onrechtvaardigheid waarmee miljoenen Dalits al tientallen jaren lang worden geconfronteerd zal aanpakken. De Kerk zal ook in de toekomst haar stem blijven verheffen en gerechtigheid eisen.

Bisschop Niranjan Sual Singh, bisdom Sambalpur: De belangrijkste en niet openbaar uitgesproken reden waarom de regering tegen uitkeringen voor christelijke Dalits gekant is, is de vrees dat vele hindoeïstische Dalits zich tot het christendom zullen bekeren wanneer christenen van lage kasten steunmaatregelen voor onderwijs kunnen genieten en toegang krijgen tot arbeidsplaatsen in de overheidsdiensten.

Hoe gaat de Indische Kerk om met de aan zichzelf opgelegde uitdaging om de Dalits zonder beperking te verwelkomen?

Bisschop Singh: De Kerk moet die nieuwe gelovigen welkom heten. Het zijn net de Dalits die het christendom aanvaarden. Het geeft hen het gevoel van broederlijkheid, gelijkheid en liefde. In het hindoeïsme worden ze nog altijd gediscrimineerd. De hoge kasten verhinderen hen om tempels te betreden. Christelijke Dalits worden aangetrokken door de universele natuur en de egalitaire instelling van de Kerk. De Kerk moet de armste en de meest verwaarloosde mensen uitnodigen. Het Evangelie roept ons op om ons net voor hen het meest in te zetten.

Spijtig genoeg krijgen christelijke Dalits op talrijke vlakken nog altijd geen gelijke kansen. Zo mogen Dalit-kinderen bijvoorbeeld geen misdienaar zijn en geen lezingen voordragen, tijdens de vieringen van de Heilige Mis zijn ze van de anderen gescheiden en er zijn aparte kerkhoven voor Dalits en voor de hoge kasten. Dalits worden vaak niet in aanmerking genomen voor leidende posities in de Kerk en een aantal parochies weigeren om huwelijken te sluiten tussen Dalits en katholieken van hoge kasten. Dat is een bijzonder belangrijk aandachtspunt. Dalits vormen meer dan de helft van alle Indische katholieken. De toekomst van de Kerk ligt in de handen van de Dalit-gemeenschap. Het is de hoogste tijd dat de katholieke Kerk de scheiding en de discriminatie volledig afschaft.

De Kerk moet haar eigen aanmoedigingsprogramma uitwerken om de Dalits en de stamvolkeren (Adivasi) onder de gelovigen te ondersteunen.
Bisschop Senapati: Wij maken in Odisha geen onderscheid tussen christenen van lagere en van hoge kasten. Wij verwelkomen Dalits zonder enige beperking. Wij zijn allen gedoopt in één geloof – wij hebben één God. Alle mensen zijn bij ons welkom.

Ziet de Kerk echte mogelijkheden voor een dialoog met gematigde hindoes als een instrument om het hindoeïstische extremisme te bestrijden?

Aartsbisschop John Barwa, SVD, aartsbisdom Cuttack-Bhubaneswar: Wij zijn allemaal kinderen van God en op een dag zullen we dat ook begrijpen. Een samenleving kan niet worden opgebouwd met haatcampagnes. Op zich is er binnen de hindoeïstische bevolking een geest van openheid. Ze worden bijvoorbeeld aangetrokken door de christelijke liefde, die ze op een bijzondere manier van de heilige Moeder Teresa hebben ervaren. Alle vormen van “dialogen van het leven” vinden hier plaats – het samenzijn, het elkaar leren kennen. Dit leidt tot eenheid en solidariteit.

Natuurlijk hebben wij de dialoog meer nodig dan de hindoeïstische meerderheid. Wij moeten het initiatief nemen en onze bereidheid tonen om de dialoog aan te gaan. De Kerk toont dat ze ten dienste staat van iedereen. Wij boeken mooie vooruitgang. De grote meerderheid van de Indische bevolking heeft een goed hart. Het zijn niet allemaal extremisten.

India is een land van hindoes. We vormen slechts een kleine minderheid. Wij moeten echter fier zijn dat wij dankzij onze toewijding en ons engagement zoveel hebben kunnen bereiken. Laten we ervoor zorgen dat wat wij hebben bereikt zichtbaarder en levendiger wordt. De Kerk kan als een lichtend vuur op een bergtop zijn, een licht dat iedereen kan zien.

Bisschop Singh: Wij worden gezien als een Kerk die voor harmonie onder de verschillende geloofsovertuigingen zorgt. Zo gaven de moorden van 2008 bijvoorbeeld geen aanleiding tot wraakacties van de christenen. Dat was bijzonder belangrijk. De Kerk behoort toe aan de machtelozen in de samenleving, aan mensen die van nature niet voor geweld kiezen. Ze reageren op geweld met daden van verzoening en met een boodschap van vrede. Geweldloosheid is een getuigenis voor Jezus. Het toont de hindoes hoe groot de kracht van ons geloof is, de kracht en de vrijheid om geweld niet met geweld te beantwoorden. De Kerk staat voor liefde en vergeving. Dat is onze identiteit en dat maakt de Kerk tot een sterke getuige.

Bisschop Senapati: Wij dringen aan op vrede, verzoening en de emancipatie van de armen, ongeacht de kaste, het geloof of de godsdienst. Allen verdienen de mogelijkheid om zichzelf te kunnen ontwikkelen en voor zichzelf te kunnen zorgen. Wij moeten een echte godsdienst van liefde en broederlijkheid zijn. Dat is het allerbelangrijkste. Er zijn hindoeleiders die zeer goede mensen zijn en die de ware boodschap die Jezus voor India heeft naar waarde schatten,  bijvoorbeeld vergeving, vrede, liefde voor de armen, enz. Met hen kunnen wij in dialoog treden.

Welke domeinen van het kerkelijk leven en van de kerkelijke dienst in India moeten het meest worden versterkt?

Bisschop Singh: Wij moeten de nadruk leggen op het begrip van de katholiciteit – het feit dat de Kerk één is. Onze Kerk is te zeer onderverdeeld volgens taal, etniciteit en geografie. Onze dialoog met andere geloofsrichtingen moet dieper gaan. Wij moeten op de anderen toestappen, hen beter begrijpen en aldus verder gaan in de richting van broederlijkheid. Wij moeten onze activiteiten voor de armen versterken. Ons engagement voor de armen moet zichtbaarder worden. We lopen het gevaar dat we te zeer een institutionele Kerk zijn die het geroep van de armen niet hoort. Wij moeten de armen naar een hoger niveau tillen! De heiligverklaring van Moeder Teresa was een aansporing om actie te ondernemen.

Bisschop Nayak: De vorming van de leken is belangrijk. Wij moeten een bijdrage leveren om een generatie van grote katholieke leiders te doen ontstaan, die de verantwoordelijkheid waartoe ze geroepen zijn voor alle aspecten van de samenleving op hun schouders nemen –  zowel in maatschappelijk, politiek, economisch als ecologisch opzicht. Wij willen een generatie van leken opbouwen die “verlichte” geesten zijn.

Vertrouwt de Kerk erop dat in Odisha uiteindelijk gerechtigheid zal geschieden?

Bisschop Barwa: Voor God is niets onmogelijk. Er zal geleidelijk gerechtigheid geschieden. Er zal succes worden geboekt en de christelijke gemeenschap in Odisha zal groeien. Het zal lang duren voor de littekens genezen en verdwijnen. Vóór de slachtpartij van Kandhamal heerste er vrede in de regio. Nu is het vertrouwen volledig weg. Onze mensen kunnen geen vertrouwen schenken aan hen die onze huizen en kerken in brand hebben gestoken. Opnieuw vertrouwen opbouwen zal aanzienlijk meer tijd in beslag nemen dan de heropbouw van de huizen en kerken.

 Door Joop Koopmann

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation