Burkina Faso: “Geen geloof kan geweld rechtvaardigen. En iemand mag zich zeker niet op zijn geloof beroepen om gewelddaden te plegen“

FacebookTwitterGoogle+

24/08/2017: Rafael D’Aquí, de verantwoordelijke voor Burkina Faso bij de internationale stichting Kerk in Nood, bezocht onlangs het Afrikaanse land om de nood aan ondersteuning van de lokale Kerk vast te stellen. In een interview met Maria Lozano spreekt hij over de toestand in het land na de terreuraanslag waarbij op 13 augustus 17 personen het leven lieten. Hoewel de landen van het Arabisch schiereiland een steeds grotere invloed op Burkina uitoefenen, leven de inheemse moslims en christenen ook nu nog altijd vreedzaam samen.

Mijnheer D’Aqui, u bent enkele weken geleden teruggekeerd uit Burkina Faso, waar u projecten van Kerk in Nood hebt bezocht. In de nacht van zondag op maandag (13 – 14 augustus) kwamen bij een aanslag op een restaurant in de hoofdstad Ouagadogou 17 mensen om het leven. Is ondertussen geweten wie achter die aanslag zat? Hebben de projectpartners van Kerk in Nood zich uitgelaten over de aanslag?

Spijtig genoeg werd het land opnieuw geteisterd door terroristische activiteiten. Het is een plaag die moeilijk te overwinnen is. Tot op vandaag hebben wij geen weet van eender welke groep die de verantwoordelijkheid voor de aanslag heeft opgeëist. De voorzitter van de Bisschoppenconferentie, aartsbisschop Paul Y. Ouedraogo, heeft officieel een standpunt ingenomen. Hij betreurde de gebeurtenissen en voegde eraan toe: “Geen geloof kan geweld rechtvaardigen. En iemand mag zich zeker niet op zijn geloof beroepen om gewelddaden te plegen”. De bisschoppen nodigen iedereen uit om te bidden voor de nationale eenheid en voor vrede.

Het is niet de eerste keer dat jihadisten hun pijlen richten op dit land. Vroeger waren er weliswaar slechts weinig gevallen van islamistisch geweld, maar verleden jaar al – op 16 januari 2016 – werden 30 mensen om het leven gebracht bij een islamistische terreuraanslag op een restaurant en een hotel in de hoofdstad Ouagadougou. Had u schrik toen u het land bezocht?

Ik had al een bezoek gebracht aan het land in 2008. Wat mij nu vooral opviel waren de toegenomen veiligheidsmaatregelen voor reizigers. De terreuraanslag van 2016 die aan AQMI (al-Qaida in de Maghreb) werd toegeschreven, wilde vooral buitenlanders treffen – het restaurant en het hotel stonden bekend voor hun internationaal publiek. Ook nu weer gaat men ervan uit dat de terroristen van afgelopen maandag de internationale aandacht wilden trekken, aangezien er veel buitenlanders onder de dodelijke slachtoffers waren… Op onze reis hebben wij risicogebieden bezocht, onder andere Djibasso en Dori aan de grens met Mali en Niger. Daar werden heel veel wegcontroles uitgevoerd. Ik neem aan dat de controles nog verder zullen worden opgedreven. Nochtans weten we dat uiteindelijk ook uw buurman een terrorist kan zijn of iemand die in het geheim werd geradicaliseerd. Dit is een zeer spijtige zaak. Allen moeten de radicalisering samen bestrijden. Niettemin geloof ik niet dat die verschrikkelijke gebeurtenissen de goede relaties  tussen autochtone christenen en moslims op de helling hebben gezet. De moslims in het land reageren op de gewelddaden door extremisme af te wijzen.

Hoe heeft de christelijke gemeenschap gereageerd?  Is de situatie na deze laatste aanslag misschien toch wat veranderd?

Ik was onder de indruk van de woorden van hulpbisschop Leopold Ouedraogo van Ouagadougou. Hij sprak op dinsdag 15 augustus – twee dagen na de aanslag – naar aanleiding van het feest van Maria Hemelvaart in Yagma, de grootste Mariabedevaartplaats  van het land, tot de gelovigen. Hier waren duizenden mensen bijeengekomen om na de aanslag getuigenis af te leggen van hun geloof. Bisschop Leopold gaf uiting aan zijn vreugde over het feit dat velen “geen angst hebben voor degenen die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden“. En hij sprak: “Sommigen zouden kunnen denken dat de moed ons in de schoenen zinkt na de gebeurtenissen van 13 augustus. Maar wij zijn hier aanwezig, want ‘als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers’. Wanneer de Heer met ons is, hebben wij voor niets schrik. Ons medeleven gaat uit naar de families van de slachtoffers. Wij lijden samen met hen. En wij hopen dat de Heer een rechtvaardige rechter is en hen door onze gebeden in zijn eeuwige Rijk zal opnemen, omdat ze niet verdiend hebben wat hen is overkomen.“

Burkina Faso is voor talrijke Europeanen en Amerikanen een zeer onbekend land. Hoe zou u het land kunnen beschrijven?

De mensen in Burkina Faso zijn vreedzaam, werklustig en bijzonder vriendelijk. Het West-Afrikaanse land heeft echter wel met enorme uitdagingen te kampen: de armoede, de waterschaarste en het gebrek aan infrastructuur zijn overal zichtbaar. Volgens de zogenoemde VN-index van de menselijke ontwikkeling is Burkina Faso een van de armste landen ter wereld met een zeer lage waarde wat de menselijke ontwikkeling betreft. Dit leidt tot een lage levensverwachting en een gering schoolbezoek.

62% van de Burkinezen zijn moslim. U bent van oordeel dat de mensen eigenlijk vreedzaam samenleven. U had het echter ook over het gevaar van de radicalisering. Zijn er in het land sporen van islamitische radicalisering merkbaar? Is er een onderscheid tussen het noorden en het zuiden/westen ?

Ik zou niet zozeer van radicalisering willen spreken, maar veeleer van een geleidelijk arabiseringsproces. Dit is een trend onder de jonge generaties. De landen van het Arabisch schiereiland helpen de arme landen als Burkina op diverse manieren, bijvoorbeeld door studiebeurzen te verlenen en arbeidsplaatsen te scheppen. In een land waar ongeveer 60 % van de bevolking moslim is, is de invloed van islamitische landen groot. Non-gouvernementele organisaties uit Katar, Koeweit en andere landen uit die regio proberen de maatschappelijke ontwikkeling te ondersteunen. Ik heb echter eveneens horen zeggen dat ze samen met de ontwikkelingshulp ook hun ideologie en hun interpretatie van de Koran exporteren. Ze boren waterputten, bouwen moskeeën en bieden hulp aan voor de armste inwoners, maar ze beperken hun steun wel tot het islamitische deel van de bevolking. In het westen wonen meer christenen, maar in het noorden maken ze maar 1% van de bevolking uit, hoewel ze ook daar in de gezondheidszorg en het onderwijs door diverse religieuze orden goed vertegenwoordigd zijn. De diensten die deze daar leveren,  komen de volledige bevolking ten goede en niet alleen de christenen.

In 2014 en 2015 was het politieke en maatschappelijke leven in Burkina Faso gekenmerkt door aanzienlijke politieke onlusten. Er traden grote spanningen op tussen de val van president Blaise Compaoré, die het land 27 jaar lang had geregeerd, en de verkiezing van de nieuwe president Kaboré. Heeft de toestand in het land zich nu uiteindelijk gestabiliseerd?

Eind 2015 nam president Kaboré de macht over en werd de nieuwe regeringsleider na een zeer onrustige periode. Toch werden heel veel verwachtingen van de mensen, die de straat waren opgegaan om een politieke ommekeer te eisen,  nog altijd niet ingelost. Hoewel niet aan de verwachtingen werd tegemoetgekomen, betogen de mensen op dit ogenlik ten minste toch niet meer. Ik hoop dat de democratie in het reilen en zeilen van het land zal worden verankerd. Daarbij kunnen de christenen volgens mij  een grote hulp betekenen door de sociale leer van de katholieke Kerk, die aan een groter welzijn voor iedereen zou bijdragen. Overigens zorgt de laatste terroristische aanslag voor een destabilisering van de politiek en van de economie.

In het hele land zijn er 23% bekennende christenen, van wie 19% katholieken. Hoe wordt de katholieke Kerk in het land beoordeeld?

Ik heb al kort vermeld dat de Kerk schitterend werk verricht, dat bovendien iedereen ten goede komt. Ik heb met eigen ogen gezien hoe in de gezondheidscentra aan mensen van uiteenlopende godsdiensten zorgen worden toegediend. Ze zijn op zoek naar een dienstverlening van goede kwaliteit en naar een “menselijkere”  behandeling die vele overheidsziekenhuizen niet kunnen aanbieden. Ook in de onderwijssector is het werk van de Kerk op vele plaatsen bijzonder belangrijk. Zelfs in het noorden, waar de katholieken amper 1% van de bevolking uitmaken, runt de Kerk grote scholen die ter beschikking staan van alle kinderen, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de armen en aan de meisjes.

Waarom aan de meisjes?

In het land komen spijtig genoeg nog altijd kindhuwelijken voor, net als geweld tegen vrouwen. Om dat te voorkomen, moet aan het onderwijs een sleutelrol worden toegekend. Daarom probeert de Kerk op vele plaatsen de meisjes te beschermen door hen de mogelijkheid te bieden om een opleiding te volgen in een internaat. De katholieke Kerk in Burkina Faso vestigt de aandacht van de samenleving op de situatie van de vrouw.

In het noorden van het land vormen de moslims echter nagenoeg de absolute meerderheid. Hoe verliep de ontmoeting met de katholieke minderheid daar in die regio? Wat heeft het meest indruk op u gemaakt?

Onze ontmoetingen in het bisdom Dori, aan de grens met Mali en Niger, waren wonderbaarlijk. Welk een vreugde, welk een geloof daar te midden van de woestijn! Na de zondagsmis in de kathedraal hebben wij allen samen, de bisschop en de gelovigen, gedanst om God te danken voor de priesterroepingen, die men daar langzamerhand ziet. Al jaren begeleiden wij dit thema in dit nieuwe bisdom, waar de katholieken in de minderheid zijn. We hebben ons ten zeerste verheugd over het feit dat er dit jaar vier priesterwijdingen plaatsvonden. De gelovigen zijn bijzonder actief. De katholieken wonen echter zeer verspreid in die streek en soms zelfs ietwat afgesneden van de rest van het land. Ze zijn echter heel erg hulpvaardig en streven ernaar om de samenleving te  dienen. De bisschop is de voorzitter van de zogenoemde “Unie van gelovigen” waarvan zowel moslims, aanhangers van traditionele godsdiensten als christenen deel uitmaken. De Unie van gelovigen voert religieuze ontwikkelingsprojecten uit.

Wat was voor u persoonlijk het mooiste moment van de reis?

Ik heb veel ontroerende momenten meegemaakt. Om er maar een van te vermelden: in het bidsom Tenkodogo was ik onder de indruk van de bouw van kapelletjes in de dorpen. We hebben twee geloofsgemeenschappen bezocht waar Kerk in Nood de bouw van kleine kerken heeft ondersteund. Het waren heel mooie belevenissen. In de eerste kerk woonden we de Heilige Mis bij om 6 uur ‘s morgens. Daar waren 200 mensen van allerlei leeftijden aanwezig! We namen deel aan de doopplechtigheid van de zes weken oude Juliette. In het andere dorp zagen we zowat honderd mensen die aan het werk waren naast de kerk die men nog aan het bouwen is. Ik vroeg de bisschop wat ze daar deden. Hij antwoordde mij: “Dat is het veld van de catechist. Die mensen houden zo erg veel van hun catechist dat ze samen zijn veld voorbereiden om te zaaien.“ Ze werkten met schoppen en met stenen en ze deden het met groot plezier. Daarna kwam ook het dorpshoofd voorbij. Hij is dan wel geen katholiek, maar toch komt hij elke dag controleren hoe de bouwwerkzaamheden vorderen, want “als de kerk naar het dorp komt, komt tegelijk ook de ontwikkeling”. Voor ze een kleine kerk hadden, moesten de mensen van beide dorpen vele kilometers te voet afleggen om de Heilige Mis bij te wonen.

Wat omvat het werk van Kerk in Nood in Burkina Faso? Hoe ondersteunt Kerk in Nood de katholieke Kerk ter plaatse?

Bij Kerk in Nood leggen wij ons samen met de Kerk in Burkina toe op vier grote thema’s: de gezinspastoraal, de opleiding van opleiders, het gebeds- en het contemplatieve leven en de ondersteuning van kloosterlingen. In detail: de gezinspastoraal omdat in een arm land vele internationale hulporganisaties proberen om hun eigen agenda door te drukken, die ingaat tegen de cultuur van het leven. Voor ons is het zeer belangrijk om gezinnen op te leiden in de geest van het Evangelie: zich openstellen  voor het leven, belang hechten aan de opleiding van hun kinderen en de jongeren de echte waarde van de seksualiteit bijbrengen.

Anderzijds is de aanwezigheid van priesters en kloosterzusters in de dorpen van onschatbare waarde. Daarom proberen wij hen met een goede opleiding te ondersteunen zodat ze hun dienst kunnen uitoefenen. Wij mogen echter evenmin uit het oog verliezen dat het te midden van alle armoede ook noodzakelijk is om ruimte te scheppen voor gebed of gewoonweg voor geestelijke rust. Zij moeten de bevolking en de missionarissen de kans bieden om voor het leven van elke dag “de batterijen van de ziel weer op te laden”.

Waar wij geweest zijn, hebben we grote dankbaarheid ervaren. En die dankbaarheid zou ik ook aan alle weldoeners willen overbrengen. Een grappige anecdote: als dank aan de weldoeners schonken de gemeenschappen van Tenkodogo ons tien kippen. Spijtig genoeg kon ik die niet mee op het vliegtuig nemen om ze hier bij mij op kantoor te houden.

Door Maria Lozano

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation