Bomaanslagen in Jakarta (Indonesië)

FacebookTwitterGoogle+

Indonesië moet zich bewust worden van het gevaar van het terrorisme

Königstein/Rome, 15.01.2016. “Deze aanval zou alle alarmbellen moeten laten afgaan bij de Indonesiërs en vooral bij de moslims.” Dat zegt pater Franz Magnis-Suseno, een jezuïet en lector filosofie aan de Universiteit van Jakarta. Hij sprak met Kerk in Nood over de serie van explosies die op 15 januari plaatsvonden in de Indonesische hoofdstad. “Het is wel nog veel te vroeg om de identiteit van de bommenleggers te achterhalen, naar alle waarschijnlijkheid het werk van IS.”

PaterFranz Magnis-Suseno SJ

Pater Franz Magnis-Suseno SJ

Volgens pater Suseno kunnen deze gebeurtenissen niet in verband gebracht worden met de huidige religieuze toestand in het land. “Dit probleem zou zich eerder voordoen in één van de provincies zoals in Aceh bijvoorbeeld.” Het lijkt erop dat niet de christelijke gemeenschap – die 9,99% vertegenwoordigt van de bevolking tegenover 87,2% moslims – het doelwit was van de aanvallen, noch een van de andere religieuze minderheden. Ze lijken eerder een rechtstreekse boodschap in te houden naar het Westen toe, net als de recente aanslagen in Turkije en Egypte. Hoewel er de laatste zes jaar geen enkele aanslag van die orde was in het land, mag het probleem van het extremisme toch niet onderschat worden.

Indonesisch model onder druk

Zoals uitgelegd in het meest recente Rapport over de Religieuze Vrijheid in de Wereld van Kerk in Nood (Kerk in Nood –

Meisje in koranschool

Meisje in koranschool

Rapport Vrijheid van Godsdienst 2014), komt het traditionele Indonesische model van religieus pluralisme en harmonie steeds meer onder druk onder invloed van een groeiende religieuze onverdraagzaamheid die aangewakkerd wordt door een radicale vorm van islam. Het aantal aanslagen tegen kerkgebouwen neemt toe zoals het recente geweld in de provincie Aceh aantoont, en een toenemend aantal kerken moet onder druk sluiten. Ook andere religieuze gemeenschappen zoals de Ahmadiyya moslimgemeenschap en de sjiieten binnen de islam, net als de boeddhisten, hindoes, bahá ís, confucianisten en de aanhangers van inheemse traditionele godsdiensten en progressieve soennieten die zich uitspreken tegen onverdraagzaamheid, worden geconfronteerd met toenemende pesterijen en geweld. Het is een samenstel van factoren die de religieuze onverdraagzaamheid aanzwengelt. De gewelddaden worden gepleegd door burgerwachten van islamitische organisaties zoals het FPI (Front Pembela Islam) of het Islamic Defenders Front, die straffeloos aanvallen kunnen uitvoeren op kerkgebouwen, moskeeën van de Ahmadiayya, sjiitische gemeenschappen en anderen. Het heersende discours wordt beïnvloed door de islamitische propaganda die verspreid wordt op de universitaire campussen, in de moskeeën en op de islamitische internaten de zgn. pesantren. De verspreiding van het islamitisch gedachtengoed wordt grotendeels ingevoerd vanuit het Midden-Oosten, in het bijzonder via de financiering van studiebeurzen om school te lopen in Saoedi-Arabië en Jemen en via financiële steun voor de publicatie en verdeling van islamitische literatuur.

Moskee van een universiteit in Indonesië

Moskee van een universiteit in Indonesië

“De overheid heeft er vertrouwen in de situatie te kunnen beheersen dankzij een sterke anti-terrorismestrategie die in voege is sinds 1988”, voegt pater Magnis-Suseno eraan toe, maar hij herinnert desondanks aan de talrijke aanwezige terreurbewegingen in het land. “In werkelijkheid zijn deze groepen zelf erg verdeeld, kan men ze niet over één kam scheren en vormen ze niet één gemeenschappelijk front. De meerderheid van deze groepen veroordeelt zelfs ‘Islamitische Staat’, maar er zijn wel twee groepen die het idee van een ‘kalifaat’ genegen zijn. Deze groepen zijn Jemaah Islamiah, gesticht door Abubakr al-Bashir, en de Oost-Indonesische Muhadjidin (MIT), geleid door Santoso en zeer actief in de provincie Centraal-Sulawesi. Pater Magnis-Suseno denkt niet dat het groeiend aantal aanhangers van Islamitische Staat een onmiddellijk gevaar vormt voor Indonesië, maar alles zal afhangen van de politieke en economische ontwikkelingen in het land, zo gelooft hij. “Als de regering erin slaagt, zoals het er naar uitziet, om reële vooruitzichten en een betere toekomst te bieden en een einde stelt aan de welig tierende corruptie, dan zullen jonge Indonesiërs niet geneigd zijn te zoeken naar alternatieven zoals ISIS.”

Marta Petrosillo

Samen met u willen wij een helpende hand zijn voor mensen in nood. Dankzij u ondersteunt Kerk in Nood de gelovigen overal waar ze worden vervolgd, verdrukt of in nood verkeren door informatie, gebed en actie.

U kan helpen door:

  • een gift voor een pastoraal project op rekeningnummer IBAN: BE91 4176 0144 9176 en BIC: KREDBEBB (Kerk in Nood vzw – zonder fiscaal attest). Pastorale projecten komen volgens de Belgische wetgeving niet in aanmerking voor de toekenning van een fiscaal attest.

  • een gift voor een sociaal project op rekeningnummer IBAN: BE11 4176 0100 0148 en BIC: KREDBEBB (Hulp en Hoop vzw – met fiscaal attest vanaf € 40,00). Zij die in de loop van het jaar € 40,00 of meer schenken voor een sociaal project, ontvangen het volgende jaar automatisch een fiscaal attest.

Alvast bedankt voor uw steun!

Reacties :

Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pontical Foundation