Vergeten crisis, vergeten lijden in Noordoost Afrika
06/04/2012
Het afgelopen jaar heeft Eritrea zijn titel van “jongste Afrikaanse staat” moeten afstaan aan Zuid-Soedan. Eritrea, dat grenst aan de Rode Zee, werd in 1993 onafhankelijk van Ethiopië, terwijl buurland Zuid-Soedan onafhankelijkheid verwierf in juli dit jaar, na een eerder referendum onder haar bevolking. Beide landen herwonnen hun grondwettelijke onafhankelijkheid na tientallen jaren van bloederige conflicten, maar zelfs vandaag nog zijn de conflicten nooit ver weg. In Eritrea is de situatie van de mensenrechten weinig rooskleurig, de oppositie verkeert noodgedwongen in ballingschap en de vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zijn gekortwiekt.
Zuid-Soedan echter slaagde erin te ontsnappen aan de repressie uit het Noorden, met haar
politiek van arabisering en islamisering, die de afgelopen jaren uitdraaide op miljoenen doden, gewonden en ballingschap. Kerk in Nood heeft in het verleden de kwetsbare situatie van de christenen in Soedan onder de aandacht gebracht en steunde met verschillende pastorale projecten de herders en hun kudde. Het doel was altijd tweeledig: enerzijds een stem geven aan de vervolgde christenen en anderzijds een proces van verzoening op gang brengen.
Maar er blijft in het conflict tussen Noord- en Zuid-Soedan één kwestie onopgelost en dat is het probleem van de ontginning van de oliereserves in het land. Ook de grens tussen beide landen is nog niet exact vastgelegd. De gevechten zijn de laatste weken weer opgeflakkerd en het Zuiden klaagt over luchtaanvallen vanuit het Noorden. En in de deelstaat Zuid-Kordofan, dat officieel deel uitmaakt van Noord-Soedan, blijven rebellengroepen vechten voor onafhankelijkheid. Ook hier wil de bevolking zich bevrijden van de repressie van het Noorden.
Ondertussen probeert Zuid-Soedan met de hulp van de Verenigde Naties haar positie te versterken en een goed werkende staat uit te bouwen. Maar een aantal problemen verhinderen een definitieve oplossing. Zo wonen er nog honderdduizenden vluchtelingen in kampen en leiden onenigheden tussen de verschillende etnische stammen telkens weer tot gewelddadige conflicten.
Ook Eritrea is nog geen vredevolle samenleving. De leiders van het land wijzen elke vorm van samenwerking af en volgen een autocratische regeringsvorm, die het land steeds meer isoleert. De koers van president Isaias Afwerki
begint steeds meer op een dictatuur te gelijken. De regerende PFDJ, het Volksfront voor Democratie en Gerechtigheid, verdraagt geen tegenstand. Tussen 1998 en 2000 vocht Eritrea een grensconflict uit met haar buurland Ethiopië. En in 2008 viel het land Djibouti aan en tot op vandaag worden enkele smalle grensstroken van het buurland nog steeds door Eritrea bezet.
Officieel spelen godsdienstige overtuigingen geen rol in de politiek van Eritrea. Ongeveer de helft van de bevolking (5,2 miljoen inwoners) is christelijk, terwijl de andere helft moslim is. In werkelijkheid is de godsdienstbeleving niet geheel vrij. In 2002 werden vier godsdiensten officieel erkend: de Islam, de Eritrese orthodoxe Kerk, de Lutheraanse Mekane-Yesus Kerk en de rooms-katholieke Kerk. Andere godsdiensten genieten deze officiële status niet. Maar zelfs als je tot een erkende godsdienst behoort, is een zekere vorm van repressie niet denkbeeldig