Kerk & Leven: De verdrukking voorbij
05/11/2009
Pater Gereon in het geniep naar Praag
Sinds augustus laatst is pater Gereon van Boesschoten, norbertijn van Grimbergen, voorzitter van de Belgische tak van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp. „Altijd al had ik grote bewondering voor stichter Werenfried van Straaten, de Spekpater”, zegt hij. „Vooral zijn spiritualiteit van actie en verzoening sprak me aan.”Twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur haalt pater Gereon herinneringen op aan die tijd. In volle Koude Oorlog bezocht hij geregeld de norbertijnen in Tsjecho-Slowakije. Abdijen waren er gesloten, het kloosterleven was er onmogelijk en de contacten verliepen in het geheim. „Kort na mijn wijding kreeg ik de vraag om in Oostenrijk, vlak bij Tsjechië, een medebroeder te vervangen in de parochie”, vertelt hij. „Ik wilde best wel eens Praag bezoeken, omdat de heilige Norbertus daar in het klooster van Strahov begraven ligt. Je kon echter niet zomaar de grens oversteken, maar als bij wonder kreeg ik een visum voor 48 uur. Strahov bleek een bouwplaats. De communisten hadden de norbertijnen uit hun klooster verjaagd en brachten er een museum onder. We stonden bij het schrijn van de heilige, toen plotseling twee mannen neerkielden. Ik dacht: ‘Dat is niet normaal in een communistisch land’, en knoopte aarzelend een gesprek aan. Snel werd duidelijk dat ook zij norbertijn waren. Ze woonden ondergedoken. Hun adres mocht ik niet noteren en de auto niet in hun straat parkeren. ‘Kom terug als je kunt’, vroegen ze. Neen, die ontmoeting was geen toeval. Sint-Norbertus heeft ze bewerkt.”
Spekpater ijverde voor de Kerk in Oost-Europa
Elk jaar keerde Gereon van Boesschoten terug, steeds met medicijnen of bijbels in zijn koffer. De controle aan de grens was erg scherp. „In Tsjecho-Slowakije had het regime vijf van onze abdijen laten sluiten. De kloosterlingen moesten uit werken, bijvoorbeeld als tuinman, en leefden elk op zich. In het geheim hielden ze contact met elkaar.”
„Op een dag vond ik een kaartje in de bus met in het Latijn het verzoek snel naar Tsjecho-
Slowakije te komen. Bleek dat de norbertijnen in Praag een nieuwe abt wilden verkiezen. Ik werd gevraagd in hun plaats toestemming te vragen aan de abt-generaal. De keuze viel uiteindelijk op een diocesane priester die in het diepste geheim norbertijn was geworden.” In 1989 viel het IJzeren Gordijn en herwon Midden-Europa de vrijheid. De norbertijnen mochten opnieuw de ‘koninklijke abdij’ van Strahov betrekken. Pater Gereon: „Er kwamen roepingen en na de val van de Muur keerden de norbertijnen terug naar de parochies. Sindsdien werden in Tsjechië al twee nieuwe kloosters gesticht. Geen sinecure, want veertig jaar communisme maakte van het land het meest ontkerstende van Europa.”
Het werk van de Spekpater, in 1947 begonnen in Duitsland, is intussen wereldwijd en oecumenisch. „Tot vandaag verkeert de Kerk in nood en dat zal ook zo blijven: spiritueel bij ons, materieel elders”, duidt pater Gereon de zin van z’n nieuwe functie. Net zoals de Spekpater ontdekte hij het Zuiden. Trots toont hij de plannen van een norbertijnenklooster in India. Het verhaal gaat dus verder.
Erik De Smet (Kerknet - Kerk & Leven)
Pater Gereon, voorzitter van Kerk in Nood