01/06/2010 Javier Fariñas van Kerk in Nood Spanje reisde samen met mevr. Uma Wijnants, directeur van Kerk in Nood België, naar Haïti. Hij schreef een zeer persoonlijk en beklijvend verslag. De volledige tekst kunt hier downloaden.
Nacht
De oogpupillen verbreden zich zo snel dat je er bijna niet kan aan wennen. Je gaat van het nevelige licht en de drukte over naar de duisternis, geschakeerd
door stemmen van mannen, vrouwen en kinderen, plots naderende muziek die uit de maat klinkt, en het onmiskenbare gerammel van potten en pannen, die we vergeten hadden in onze jeugdkoffer. In Pétion-Ville, opgetrokken op de glooiingen van de bergen die de Haïtiaanse hoofdstad omringen, heb je de indruk dat wat je vermoedt, slechts een flauwe weerspiegeling is van dat wat het is. En wat er is, zijn zeer weinig brandende vuurtjes omdat niet iedereen over een elektrische generator beschikt. De donkere zones overtreffen het schemerdonker van de verlichting. Het wachten op de volgende dag begint veel te vroeg.
Verpleegster wordt arts
Sinds de dag van de aardbeving moest Isa Sala het stof van haar verpleegstersopleiding wegvegen om als arts te werken in de straten, onder de ondraaglijke hitte van de zon, en onder de aandachtige ogen van de camera’s die, zo voegt ze eraan toe, bij momenten té veel de omvang van het lijden van de naaste konden vastleggen.
Vandaag gaat de stad verder en wacht, zonder goed te weten waarop. De mensen leven en tonen zich zonder gevoel van rouw op straat, en zonder sporen van normaliteit. Er is zo weinig tijd overheen gegaan, maar de tijd heeft de situatie in Port-au-Prince met zoveel stilte toegedekt, dat het moeilijk is het heden en de toekomst van de stad te evalueren. De puinhopen verspreiden zich in de straten alsof de aardbeving gisteren gebeurde: het presidentieel paleis, de kathedraal of de Franse ambassade vertonen hetzelfde beeld als op dertien januari. Er zijn geen duidelijke, noch stille, tekenen van heropbouw. De kraampjes waar medicamenten, droge banaan of gebruikte schoenen verkocht worden, installeren zich op wat gisteren een voorgevel of een keuken of een slaapkamer was. De tap-tap, volksbussen overvloedig versierd en elk traject stampvol, rijden routinematig, zonder schroom om de puinbrokken en de resten van gebouwen, die zich van meter tot meter ophopen, heen.

Tentschooltje van de dochters van Paridaens
God danken voor de gave van het leven
Tussen de resten van ministeries, dispensaria, kerken, scholen of eenvoudige woonsten
leerde het volk de pijn zonder rouw om de doden zonder begrafenis te milderen. ‘Veel mensen hebben geen tijd gehad om te wenen over hun afgestorvenen ‘, vertelt Zuster Eugenie Pierre, Generale Overste van de Dochters van Maria Paridaens, de congregatie die de meeste religieuzen verloor tijdens de aardbeving. Maar ook, tussen wat bleef van wat er was, slaagden de mensen erin God te ontmoeten. ‘ Dank U, Heer, dank U’ zingen en bidden zij voor het skelet van de kerk van het Heilig Hart. Waarvoor? Bijna durf je de vraag niet luidop te stellen. Maar als je het vragend suggereert, antwoordt een moeder waardig en overtuigd, ons in de ogen kijkend: ‘Dank U. Voor de gave van het leven. Ik had vier zonen en twee ervan stierven. Twee andere, die op dezelfde plaats waren, blijven hier bij mij. Hoe zou ik God daar niet voor danken?’
Javier Fariñas in een tentenkamp van Pétionville.
Kerk in Nood steunen
