22/03/2010
Priester in een moslimland
Issaka Hamit studeerde al 3 jaar filosofie en 4 jaar theologie. Na zijn wijding werd hij in zijn bisdom benoemd tot hoofd van Caritas (2005-2009). Voor het ogenblik studeert hij aan het Hoger Instituut Lumen Vitae in Brussel.
Mongo is nog een jong bisdom in Tsjaad. In november 2009 is er nieuwe bisschop benoemd.
In de streek Kera, waar Issake tot voor kort de Eucharistie opdroeg, is ongeveer 4% van de bevolking katholiek. Voor het bisdom Mongo in zijn geheel, liggen de cijfers slechts op 1%.
Daarnaast telt het bisdom ook een kleine minderheid evangelische protestanten, maar de grote meerderheid van de bevolking is moslim. De oppervlakte van het bisdom bedraagt 540.000 km² en daarvoor staan 8 priesters in.
Ze eten de voorraden van de mieren
Van de totale populatie is 90% analfabeet en ook het klimaat werkt niet bepaald mee als het
erop aankomt om zelf in het levensonderhoud te voorzien. Het is een zeer droog en bergachtig gebied. De overheid is niet in staat om adequaat te reageren op de problemen in gezondheidszorg en onderwijs. Bovendien heerst er een groot tekort aan drinkbaar water. De rotsachtige ondergrond maakt het ook niet gemakkelijk om drinkwaterputten te graven. Vooral in de periode van maart tot juli lijdt de bevolking onder een gebrek aan water. In de parochie waar Issaka werkzaam was, moeten de mensen elke dag 8 km ver met hun ezels stappen om vers water te halen. In het droge seizoen kan die afstand tot 28 km bedragen. Issaka getuigt: “Voor het ogenblik worden we getroffen door een regelrechte hongersnood in Mongo. En de staat regeert niet efficiënt. Mensen vetrekken hier om elders te gaan wonen, waar het meer regent. Van het weinige regenwater dat hier valt, is na een half uur al niets meer te bespeuren. De mensen zijn ook niet gebonden aan hun woningen. Ze zijn opgebouwd met aarde en stro en worden jaarlijks herbouwd. Zij die blijven hebben het echt niet gemakkelijk. Wist je dat ze zelfs de voorraden graan opgraven, die de mieren voor hun kolonies hebben aangelegd?”
Pastorie gerenoveerd met de steun van Kerk in Nood
O
mdat de toestand zo erg was, richtte een Italiaanse Jezuïet hier een liefdadigheidsafdeling van Caritas op, die tot 2009 door Issaka werd beheerd. Nu is Issaka in België en volgt er aan het instituut Lumen Vitae een opleiding pastoraal ontwikkelingswerk. Zijn studies worden gefinancierd dankzij een beurs van Kerk in Nood. Ook de pastorie in zijn parochie werd gerenoveerd met de steun van onze katholieke hulporganisatie. De oorspronkelijke pastorie werd in de jaren 60 door missionarissen in klei opgetrokken. Na verloop van tijd werd ze echt te oud. Eerst werd er een rieten dak opgelegd en nadien droeg Kerk in Nood 15.245 euro bij voor de bouw van een totaal nieuw gebouw.
Jezuïeten helpen in opvangkampen
De christelijke gemeenschappen in Kera zijn heel levendig en organiseren tal van activiteiten, vooral met jongeren. In het oosten van Kera, dat de grens vormt met het conflictgebied Darfoer in Soedan, zijn veel soldaten gestationeerd. Onder hen is een groot aantal christenen. Mongo is ook het bisdom dat alle vluchtelingen uit Darfoer in Tsjaad opvangt. Jezuïtische priesters zijn als vrijwilligers actief in de opvangkampen, maar ze doen niet echt pastoraal werk omdat alle vluchtelingen moslims zijn.
Opletten voor engere vorm van islam
De islam is nochtans heel tolerant in Mongo. Op christelijke feestdagen zijn er soms meer moslims aanwezig dan christenen. Gemeenschappelijke projecten worden immers gedragen door gans de gemeenschap en het maakt niet uit of het initiatief bij een christen of een moslim lag. Tsjaad is overigens een geseculariseerde staat, die niet tussenkomt in de bouw van kerken of moskeeën. Heel anders
zijn de moslims die in Soedan hebben gestudeerd en nadien naar Tsjaad terugkeren. Zij staan een veel engere vorm van de islam voor. Ook Saoedi-Arabië is erg betrokken in de bouw van moskeeën, die erg zichtbaar gepland worden langs heen de autowegen. Ook al zijn er weinig praktiserende moslims, dan nog beklemtoont de aanwezigheid van gebedsgebouwen de dominerende rol die sommigen aan de islam willen toekennen. “We moeten de christelijke gemeenschappen beschermen tegen een islam die erop uit is het aantal gelovigen te verhogen ten koste van de andere godsdiensten”, zegt ons Issaka. Zo proberen fundamentalistische moslims familieleden te overtuigen dat mensen op hun sterfbed zich zouden hebben bekeerd tot de islam. Of ze proberen moslims ervan te weerhouden deel te nemen aan christelijke geïnspireerde evenementen of christelijke feesten.
De Kerk leeft in Tsjaad
De vitaliteit van de Kerk in Mongo is onder andere te danken aan de inzet voor het onderwijs. Zo beheert de Kerk twee uitstekende hogescholen en één middelbare school met internaat, die opgericht zijn door de Jezuïeten. Ook de gezondheidszorg is handen van christelijke religieuzen en leken en wordt gesubsidieerd door de staat. Zonder die staatshulp zouden ze overigens ook niet kunnen functioneren. Maar omgekeerd is de overheid ook afhankelijk van deze katholieke ziekenhuizen omdat ze een hoogwaardige dienstverlening aanbieden. Bovendien krijgt het ministerie van volksgezondheid op regelmatige basis een gezondheidsrapport van de door de Kerk beheerde instituten. Ook de scholen kennen een gelijkaardige regeling. Ze worden door de Kerk beheerd, maar de leraren worden wel door de overheid betaald. Ook de parochies zelf en de wijze waarop ze hun geloof beleven en verkondigen, stralen veel levenskracht uit.
Michaël Lonti (vertaling Luc Claeys)
Kerk in Nood steunen 
